Hij bezuinigt alleen op luxe

Halbe Zijlstra´s bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn zo slecht nog niet. Kijk maar naar Engeland.

Vorige maand werd bekend dat staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) de basisbeurs afschaft voor studenten in de masterfase. De ov-kaart loopt al langer risico te worden afgeschaft. Heel (studerend) Nederland is verontwaardigd. Toch is dat niet terecht. De Nederlandse student is relatief verwend en ook zonder basisbeurs veel beter af dan zijn collega’s in het buitenland. De afschaffing van de huidige luxesituatie mag niet worden verward met een afschaffing van een toegankelijk hoger onderwijs. Een vergelijking met Engeland maakt duidelijk dat zorgen over de toegankelijkheid onterecht zijn.

Sinds vorig jaar ben ik student aan de University of Reading in Engeland. Wat mij opviel, is de enorme blijdschap van studenten die zijn aangenomen op de universiteit. Slechts één op de zes aanmelders wordt toegelaten. Elk jaar zijn er in Engeland meer dan 100.000 potentiële studenten die op geen enkele universiteit een plek kunnen bemachtigen. Er zijn veel meer mensen die willen studeren dan er plaatsen zijn. Student worden is een reden tot blijdschap en trots en geen vanzelfsprekendheid.

Het tweede dat opviel zijn de hoge studiekosten in Engeland. Ook Engeland neemt pijnlijke maatregelen. Het collegegeld wordt hier vanaf volgend studiejaar verdrievoudigd. Een vergelijking tussen de studiekosten in Nederland en Engeland maakt de impact hiervan duidelijk. Als je uitgaat van een driejarige bachelor, een eenjarige master en een jaar vertraging, dan kost een volledige studie in Engeland straks ruim 90.000 euro (collegegeld, woon- en leefkosten minus steun van de overheid). Een reuzebedrag, en veel hoger dan in Nederland. In Nederland ben je na Zijlstra’s maatregelen ruim 63.000 euro kwijt. Ook dat is veel – heel veel. Maar toch nog eenderde minder dan in Engeland.

De toegankelijkheid van het hoger onderwijs vormt de belangrijkste zorg, zowel in Nederland als in Engeland. Maar loopt de toegankelijkheid wel schade op door de bezuinigingen? In Engeland melden studenten zich al veel eerder aan voor het studiejaar 2012/2013. Veel cijfers met betrekking tot het nieuwe jaar zijn nu dus al bekend. Zowel de (linkse) politiek als belangengroepen hebben gesmacht naar deze cijfers, die de desastreuze gevolgen van de maatregelen moesten aantonen.

Maar wat blijkt? Er zijn dit jaar minder aanmeldingen van studenten uit welgestelde milieus. Het aantal aanmeldingen van studenten uit financieel zwakke milieus is echter onverminderd groot! Steeds meer Britten, uit alle klassen, vinden hun weg naar de universiteit. De studiekosten zijn enorm gestegen, maar de toegankelijkheid heeft hier niet onder geleden. En dat in een land waarin de totale studiekosten vanaf volgend jaar anderhalf keer zo hoog zijn als in Nederland. De mogelijkheid tot lenen, die ook in Nederland bestaat, houdt studeren voor iedereen mogelijk.

Het klopt dat studenten met rijke ouders beter af blijven. Zij krijgen meer steun van thuis en kunnen zich daardoor een luxer studentenleven veroorloven. Dat sommige studenten minder hoeven te werken en toch meer kunnen feesten, voelt onrechtvaardig. Maar er bestaat een verschil tussen comfort en toegankelijkheid. Het Nederlandse systeem, ook na de huidige wetswijzigingen, garandeert toegang tot het hoger onderwijs voor iedere Nederlander. De vergelijking met Engeland maakt duidelijk dat zorgen hierover onterecht zijn.

Een ander kritiekpunt is de vermeende hypocrisie van de Haagse beleidsmakers. Zij rondden hun studie (zonder haast) af met ruime financiële steun van de overheid. Wij worden geacht het sneller en met minder geld te doen. Ook werd in de Volkskrant gesteld dat de machtige babyboomgeneratie al genoeg (financiële) problemen heeft veroorzaakt. We zouden daarom geen nieuwe „afbrekende maatregelen” meer moeten toestaan. Het heeft echter geen zin om achteruit te kijken. We leven in 2012 en beleid moet worden gebaseerd op onze huidige en toekomstige situatie, niet op het verleden. Als de financiële situatie ons dwingt een deel van onze luxe in te leveren, kunnen we dit niet negeren met een afgunstige blik op vorige generaties.

De bezuinigingen op de basisbeurs en de langstudeerboete zijn geen bezuinigingen op het onderwijs. Het zijn broodnodige bezuinigingen op luxe. De maatregelen voorkomen dat de huidige studenten, de beleidsmakers van morgen, over enkele decennia veel pijnlijkere maatregelen moet treffen. Het is even slikken, dat klopt – maar een beetje student kan dat en werpt zich vol enthousiasme in het hoger onderwijs.

Michiel Hennink studeert Politics and International Relations aan de University of Reading in Groot-Brittannië.

    • Michiel Hennink