Henk van Rees’ laatste gevecht met Mitsubishi

Polderen én actievoeren horen bij elkaar, vindt Henk van Rees, boegbeeld van de vakbeweging in Limburg en voorman in de strijd om nieuw werk bij NedCar in Born.

Henk van Rees, op de rug gezien met beide handen omhoog, afgelopen dinsdag bij het met sluiting bedreigde NedCar in Born. Foto Hollandse Hoogte

Even had Henk van Rees van de vakbond FNV Bondgenoten het helemaal gehad met „die Japanners van Mitsubishi”. Van Rees kent het onderhandelingsspel met werkgevers al 35 jaar. Maar ondanks al zijn ervaring, ontplofte hij, toen hij dinsdag oog in oog stond met directeur Hiroshi Harunari van Mitsubishi.

De leden van de Japanse delegatie buigden beleefd. Harunari putte zich uit in spijtbetuigingen over het slechte nieuws dat hij kwam brengen. „It is my duty to tell you…”, probeerde hij nog. Totdat Van Rees hem onderbrak: „It is my duty to tell yóu…” en hij wees naar buiten, waar bijna duizend werknemers van NedCar demonstreerden.

Maandag was Harunari in Den Haag, bij minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA). Met de boodschap dat Mitsubishi de productie bij NedCar in Born eind dit jaar beëindigt. De fabrikant trekt zich terug, omdat er in Europa meer auto’s worden gemaakt dan verkocht.

Het was daags daarna in Limburg een pittig gesprek, herinnert Van Rees zich. Zeker toen Harunari opperde dat de Nederlandse staat Nedcar wel zou kunnen overnemen. Toen kookte Van Rees van woede.

Woede over het gemak waarmee Mitsubishi volgens hem 1.500 werknemers én NedCar „over de schutting” wil gooien. Van Rees sloeg letterlijk met de vuist op tafel. Gevolgd door een ultimatum: Mitsubishi moet onderhandelen over een sociaal plan voor het NedCar-personeel. Bovendien moeten er financiële garanties komen voor de ruim 200 miljoen euro die daarmee gemoeid zijn. En tenslotte moet Mitsubishi maximale medewerking geven aan de zoektocht naar een mogelijke overnamekandidaat.

De deadline van het ultimatum is morgen. „De toon was scherper dan ooit. Dat was ook tegen de regels van de Japanse overlegcultuur. Maar we gaan nu wel door. Dit is de eerste acte in het laatste gevecht dat we met Mitsubishi voeren.”

Harde woorden van een man die al decennia lang het gezicht van de vakbeweging in Limburg en Brabant is. De ‘nestor van de vakbeweging in het zuiden’ wordt hij door vriend en vijand wel genoemd. Nestor en rasbestuurder van FNV Bondgenoten die moreel gezag geniet bij werknemers én werkgevers.

Het is een kwalificatie die hij zichzelf niet zo snel toedicht. „Ik hoor anderen dat zeggen. Ik weet wel van mezelf dat ik een vakbondsman pur sang ben, en dat het gezag, dat mij wordt toegedicht, te maken heeft met het feit dat ik weet dat ik ergens voor stá. Dat weten mijn kaderleden, maar dat weten ook de directieleden met wie ik onderhandel. Die weten ook dat ik mijn dossiers ken, dat ik strategisch kan denken, dat ik goed kan luisteren, ook naar de tegenpartij.”

Bij NedCar leidt dat strategisch denken toch tot collectief ontslag voor 1.500 werknemers?

Henk van Rees: „Ik realiseer me dat we onze laatste strijd voeren. En dat het niet makkelijk zal zijn om een overnamekandidaat te vinden. Dat aanbod van Mitubishi om NedCar voor een symbolisch bedrag van 1 euro van de hand te doen, vind ik een oneerbaar voorstel. Ze zeggen tegen een overnamekandidaat: je kunt de fabriek krijgen, maar als je niet iedereen aan het werk kan houden, ben je wel verantwoordelijk voor de peperdure afvloeiingskosten van honderden werknemers. Dát is oneerbaar. Eind van de maand gaat minister Verhagen naar Japan. Zijn boodschap moet dan duidelijk zijn. Dat hij het vertrek van Mitsubishi uit Born betreurt en dat het bedrijf zich maximaal moet inspannen om een overnamekandidaat te vinden. En dat de regering bereid is mee te investeren als dat nodig is om de fabriek in Born aan te passen aan de wensen van een nieuwe producent. Lukt dat niet, dan richten we ons op een gedegen sociaal plan.”

NedCar-werknemers zijn gemiddeld rond de vijftig jaar. Ze hebben nog vijftien arbeidsjaren voor de boeg. Is er voor hen werk in Zuid-Limburg, dat al met relatief hoge werkloosheid kampt?

„Dat klopt. Het is guur weer buiten. En hier in de regio is er weinig werk voor mensen met de competenties als het NedCar-personeel. Meer dan de helft van de huidige 34.000 werklozen in Limburg is 45 jaar of ouder. En daar dreigen nu die 1.500 overwegend oudere NedCar-mensen bovenop te komen. Ik wéét dat minister Kamp [Sociale Zaken, VVD] onlangs geroepen heeft, dat werklozen desnoods bereid moeten zijn om te verhuizen of anderhalf uur te reizen om een baan te vinden. Ik vind dat mensen, zoals het NedCar-personeel, het recht moeten hebben om eerst een tijdje te kunnen zoeken in hun eigen regio. Maar als het serieus niet lukt, moeten ze bij het zoeken naar werk hun grenzen ook letterlijk verleggen. Dat gesprek zal ik zeker niet uit de weg gaan.”

U bent, behalve boegbeeld van de vakbeweging in het zuiden, ook van FNV Bondgenoten, een bond die gelieerd wordt aan SP-activisme. Bent u in uw bondswerk zo’n activist of meer van het polderen?

„Ik ben van beide kanten. Actievoeren is een belangrijk wapen. Maar dat moet je dan wel combineren met onderhandelen en in de huid van je tegenstander kruipen. Dus doorgaan met het polderen, maar vooral ook eraan werken dat je de mensen van onderaf erbij betrokken krijgt. De bond moet teruggegeven worden aan de mensen. We hebben dinsdag meer dan duizend werknemers gemobiliseerd. Maar de volgende dag heb ik wel verder onderhandeld met de directie over dat sociaal plan. Dat is ook dagelijkse praktijk.”

„Een paar jaar geleden werden aan de DSM-directie allerlei forse bonussen toegeworpen. Terwijl het personeel werd afgeknepen in de CAO-onderhandelingen. Die bonussencultuur is toch al volstrekt uit de hand gelopen. Dat heb ik aan de kaak gesteld. Maar ik heb de voorzitter van de raad van bestuur met Valentijnsdag ook een kaartje gestuurd. Met de beste wensen uiteraard, maar ook met de opmerking dat hij wel erg veel aan bonussen verdiende, zeker in vergelijking met het cao-loon van de werknemers. Hij hoefde helemaal niet op dat kaartje te reageren, maar dat deed hij wel. Eerst met een uitlegbriefje waarin hij argumenten opsomde voor die bonussen. Later kregen we een uitnodiging om mee te praten over het bonussenbeleid en hebben we eraan bijgedragen dat de raad van bestuur en de raad van commissarissen zich gingen bezinnen op fatsoenlijk beleid. Dat aandelenwaarde en hoger rendement niet de enige criteria mogen zijn voor extra beloning. Maar dat daar ook extra inspanningen bij horen op het gebied van duurzaam of milieubewust ondernemen. Is dat polderen of actievoeren? Ik denk een beetje van allebei.”

De top van de FNV is uiteengespat over de vraag of er gepolderd moet worden of actie gevoerd. FNV-voorzitter Agnes Jongerius tegenover uw voorzitter, Henk van der Kolk. Aan welke kant staat u?

„Aan de kant van Van der Kolk. Het opzeggen van het vertrouwen in Jongerius, was onvermijdelijk, na wat er gebeurd was in het AOW- en pensioenakkoord. Op een gegeven moment zet je een streep en dan ga je ook niet meer terug. Jongerius is een topvrouw met alle kwaliteiten die daarbij horen. Ze is ook de eerste vrouw die voorzitter van de FNV werd. Maar het heeft haar ontbroken aan verbindend leiderschap. Je kunt in de vakcentrale niet zeggen: ‘De twee grootste bonden zijn tegen, maar ik heb tóch een meerderheid’. Dat is machtspolitiek op het verkeerde moment. Die ruzie én de publiciteit daarover waren voor mij een nachtmerrie. Die ruzie leidde af van het inhoudelijke. Ook ik moest voortdurend uitleggen wat er in de top aan de hand was.”

Nergens zitten er verhoudingsgewijs zoveel mensen in de Wajong, de WW, de WSW of de WAO als in deze regio. De arbeidsmarkt biedt daar geen oplossing meer voor. Heeft de vakbeweging daar al die jaren niet ook verantwoordelijkheid laten liggen?

„De feiten liggen er. Met een werkloosheidspercentage van 11 tot 12 procent in Heerlen en Kerkrade. Met een groot aantal jongeren dat de opleiding niet afmaakt. Het is een arbeidsmarkt met werklozen die ondergekwalificeerd zijn. Dat zijn gruwelijke percentages en feiten. Zuid-Limburg is nooit helemaal over de mijnsluitingen heen gekomen. Maar in Limburg is het ook zo dat de provincie de bepalende bestuurslaag is. En de provincie heeft kansen laten liggen. Het heeft ontbroken aan een visie. Ook nu zit het provinciehuis aan de knoppen, met notabene een goedgevulde beurs. Ik denk dat de vakbeweging zich meer met het provinciale beleid had moeten bemoeien. Duizenden mensen staan hier aan de kant en er komen er alleen maar steeds meer bij. Daar moet een deltaplan voor komen. Daar ligt ook een taak voor de vakbeweging.”

U bent 63 jaar. Wanneer gaat u zelf met pensioen? Over drie jaar, zoals uw voorzitter bepleit in het pensioendebat?

„Dat is een lastige. Ik sprak daar laatst met mijn baas nog over. Moet ik stoppen op mijn 65ste? Goh, waarom zou ik niet gewoon doorgaan? De vakbondsjas is mijn jas. En ik ben nog in goede conditie. Ik weet het niet. Ik ben niet zo bezig met ophouden met mijn werk.”