Heel veel testosteron

De financiële sector is jong, in de zin dat de grote zogenoemde ‘Investment Banks’ zijn opgezet als piramides. Onderin heb je een boel goedbetaalde slaven onder de 35, daarboven een aanzienlijk kleiner aantal farao’s die de echte vette bonussen binnenhalen. Hoe loopt het af met degenen die van de piramide vallen of worden geduwd? Ze gaan elders werken, voor minder geld en betere uren, of ze sterven. Het is frappant hoeveel bankiers iemand zeggen te kennen die bezweek aan zijn bureau. ‘Just keeled over’, is de vaste uitdrukking, ‘zakte gewoon in elkaar’.

Hoe ziet de sector eruit voor iemand die het er al bijna vijftig jaar volhoudt? Ik spreek af met Samuel, zoals ik hem zal noemen. Hij is een zachtaardige en goedgehumeurde kerel van achter in de zestig, goed gekleed en dito gemanierd. Hij werd geboren in Canada en groeide op in Londen, een immigrantenkind uit de arbeidersklasse dat werd gepest om zijn accent.

Jaren werkte Samuel als broker, een soort intermediair tussen koper en verkoper op de aandelenmarkt. Daarna ging hij werken als pr-man voor diezelfde brokerage. Nu is hij officieel met pensioen, maar in feite onverminderd actief. Hij drinkt water bij onze lunch want hij moet nog op de radio, commentaar geven op de financiële markten. „Ik ken wel mensen die drinken voor ze op de zender gaan. Ik doe dat nooit.”

„Je zou me een barometer van de City kunnen noemen. Ik lunch veel, bel veel… Sociale vaardigheden zijn alles in de pr. Ik probeer een beetje humor in mijn ‘reports’ te stoppen, of een scherpe formulering hier en daar. Mensen in de City en financiële journalisten worden dagelijks overladen met informatie. Je moet een beetje opvallen.”

Succes boekt hij iedere keer als zijn firma wordt genoemd in de media. „Een advertentie van een paar centimeter in een krant kost duizenden ponden. Maar als ik op de radio ga, noemen ze gratis mijn bedrijf. Net als wanneer een krant een zin citeert uit mijn report.”

„Ik sta op rond een uur of half vijf. Ik kijk op het nieuws wat de Aziatische markten doen, ik lees mijn Reuters, Bloomberg, beetje skypen, beetje bellen, ik luister naar de BBC. Langzaam bouw ik een idee op van wat er gebeurt op de markten. Dan schrijf ik mijn report, dat ik gedurende de dag update. Tegen zes uur, half zeven gooi ik het bijltje erbij neer. De volgende dag is het weer half vijf, inclusief het weekend. Ik zeg altijd maar: je doet iets helemaal of je doet het niet.”
Wel prachtig hoor, om deze vriendelijke, bijna nederige man voorzichtig een slokje van zijn bronwater te zien nemen, en dan te horen zeggen: „Leuke mensen komen niet ver in de financiële wereld.” Volgens Samuel worden topbankiers uiteindelijk gedreven door een diepe angst om te mislukken. „Wie het wil maken in de City moet heel veel testosteron hebben”, zegt hij bij een dubbele espresso. „Je moet echt willen winnen, bereid zijn zonodig iemand het vel van het gezicht te scheuren. Je moet ook een diep verlangen naar controle hebben. Over je positie in de markt, je collega’s, klanten, concurrenten… En discipline is cruciaal, met de lange uren en de enorme druk.”

En dan doet hij een van zijn observaties waarvoor hij in de City geroemd wordt: „Vroeger was de karikatuur van een bankier een vette kerel met een sigaar in een hand, en een glas cognac in de andere. In de wereld van nu zou zo iemand het nog geen week volhouden.”

Lees ook het blog van Joris bij the Guardian: guardian.co.uk/bankingblog

    • Joris Luyendijk