Gekoelde vogels

Wat doet extreme koude met vogels? In een oude en wat onethische studie vond Frans van der Helm het antwoord.

Terwijl schaatsminnend Nederland hoopt op meer vrieskou, kampen vogels steeds meer met warmteverlies. Bij deze lage temperaturen nemen de vetlagen die vogels voor warmte verstoken immers af, en daarmee daalt ook de isolerende werking ervan. Alsof vogels hun eigen trui opeten. Hoe ver kunnen ze gaan?

Voor het antwoord stop je uit het wild gehaalde vogels in de koelkast. En in de vrieskist. In de Oude School van dierwetenschap zijn allerlei soorten vogels zo nauwgezet en in mooie aantallen onderzocht, met verfrissend gebrek aan ethiek. Daar leren we bijvoorbeeld uit dat huismussen -20 graden Celsius ruim vier uur overleven. Dat ze het bij -40 graden ook nog wel eventjes doen. Maar dat het gewichtsverlies bij -45 helemáál niet snel is. Door vrijwel acuut bevriezen.

Dat meldt S. Charles Kendeigh van de Universiteit van Illinois in het Journal of Wildlife Management van juli 1945. Hij beschrijft hoe lang vogels nog overleven bij allerlei temperaturen. De man werkte met een slordige 140 gevangen huismussen. In een met koel- en vriesinstallaties, broedstoven en kachels uitgerust lab kwamen zij apart in uiteenlopende hokjes terecht. In permanent donker, zonder voedsel en water. Stelselmatig werd hun gewichtsverloop genoteerd, de laatste maal met tijdstip van overlijden.

Resultaat? Móóie grafieken met mussenmoord. Zo mogen individuele mussen bij -14 op veertien levensuren rekenen – net iets te kort om een lange winternacht door te komen. De mussen kunnen enorm afvallen, maar Kendeigh viel op dat ze daarbij niet altijd tot het bittere eind gaan. De belasting door inwendig maximaal stoken is soms al fataal vóór de brandstof op is.

Grotere vogels doen het wat beter. Hele reeksen werden onderzocht, door zowel wetenschappers als talentvolle hobbyisten. Wilde eenden vielen tegen, gezien hun grootte en toch behoorlijke vetopslag: 225 uur overleving bij -18. Maar oehoes deden het gemiddeld goed: 305 uur bij -18, tegen 310 uur bij +6. En hongerende fazanten? Die halen bij -9 zelfs 336 uur.

Soms werd dit onderzoek verfijnd met de ‘gevoelstemperatuur’ voor de gekoelde vogels. Een draaiende ventilator boven het hoofd deed de resterende levenverwachting met grofweg een kwart afnemen.

Handig dus, van wilde mussen, dat ze dichte beschutting opzoeken. En elkáár. Zo komen ze ook een lange nacht met -20 door. De oude onderzoekers lijken dat een vorm van valsspelen te vinden, die harde wetenschap ondergraaft.

Op dit moment weet ik echter veertien boomkruipers op een metertje van me vandaan – buiten, op elkaar gepakt onder de nok van het huis. Bij -12 is er maar één uitgevallen. De roodborstjes doen overdag ingewikkeld en agressief, met hun winterterritoria. Maar tegen de avond zoeken ze elkaar allemaal op, om zonder plichtplegingen sámen te slapen. En uit moderner onderzoek weten we: tegen elkaar aan schurkende mussen, goudhaantjes of staartmezen zijn samen gróter en sparen zo ’s nachts wel een kwart of de helft aan stookkosten.

housesparrow.eu/pdfs/kendeighSC_1945_resistanceToHungerInBirds.pdf

    • Frans van der Helm