Geen nieuwe lente Assad

De oorlog in Syrië is niet het volgende hoofdstuk in de Arabische Lente. Het is de volgende fase in de machtsstrijd tussen Iran en Saoedi-Arabië.

ATTENTION EDITORS - 3 OF 10 PICTURES FOR AN EXCLUSIVE SERIES ON SCENES OF DAMAGE IN A STREET IN HOMS. SEARCH "SYRIA" TO SEE ALL IMAGES AJS01-10. A Syrian boy stands in front of a damaged armoured vehicle belonging to the Syrian army in a street in Homs January 23, 2012. Syria on Monday rebuffed as a "conspiracy" an Arab League call for President Bashar al-Assad to step down in favour of a unity government to calm a 10-month-old revolt in which thousands of Syrians have been killed. REUTERS/Ahmed Jadallah (SYRIA - Tags: POLITICS CIVIL UNREST MILITARY CONFLICT) REUTERS

Redacteur Midden-Oosten

Verborgen achter de bloedige oorlog in Syrië gaat een ander, breder conflict schuil. De sunnitische* Arabische Golfstaten staan daarin tegenover de shi’itische islamitische republiek Iran. En dat conflict gaat niet over democratie, maar over regionale invloed.

Een machtswisseling in Syrië betekent immers niet alleen het einde van het autoritaire regime van president Bashar al-Assad. Het betekent de aflossing van een shi’itisch (alawitisch) minderheidsbewind door een sunnitisch meerderheidsbewind. Syrië is in overgrote meerderheid sunnitisch, en de oppositie is daarvan een weerspiegeling.

Maar een nieuw bewind in Damascus betekent vooral dat de Iraniërs, bondgenoten van Assad, uit het hart van de Arabische wereld worden verdrongen. Het zou ook het einde meebrengen van de Iraanse wapentoevoer, via Syrië, naar Hezbollah in Libanon en de mogelijk dodelijke verzwakking van deze shi’itische organisatie die het Libanese bewind nu domineert.

Saoedi-Arabië en het activistische Qatar zijn daarom niet voor niets de drijvende krachten achter inspanningen van de Arabische Liga om een voor Assad ongunstige oplossing te forceren. De Saoedische ministerraad vroeg de internationale gemeenschap maandag dringend om met „beslissende maatregelen” een einde te maken aan het bloedvergieten in Syrië. De Saoedische oproep volgde op het veto van Rusland en China tegen een resolutie in de VN-veiligheidsraad, die het huidige vredesplan voor Syrië van de Arabische Liga steunde.

Hoe Saoedi-Arabië die ‘beslissende maatregelen’ zag, werd niet uitgespeld. In Saoedische media wordt druk gespeculeerd over de erkenning van het Vrije Syrische Leger (FSA) als enige en legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk. „Alle opties liggen op tafel”, zei een hoge functionaris van een Golfstaat die dinsdag werd geciteerd door hoofdredacteur Tariq Alhomayed van de Saoedische krant Asharq al-Awsat.

Het is bekend dat binnen de Arabische Liga landen als Algerije, Soedan, Irak en Libanon zich verzetten tegen de verdere militarisering van de opstand in Syrië. Erkenning van het rebellenleger zou zo’n escalatie meebrengen. Maar volgens berichten uit de regio die deze week onder andere in de Britse krant The Guardian werden gemeld, leveren Saoedi-Arabië en Qatar allang wapens aan de milities van gedeserteerde regeringssoldaten die het FSA vormen.

De eerste maanden zagen Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten het groeiende protest en het escalerend overheidsgeweld in Syrië zonder veel commentaar aan. De Saoedische koning Abdullah moet weliswaar niets hebben van Assad, die hij ervan verdenkt in 2005 te hebben bevolen tot de moord op de Libanese oud-premier Hariri, een persoonlijke vriend. Maar de laatste paar jaar spande Abdullah zich in Assad vreedzaam los te weken uit de invloedssfeer van Iran.

Die ingetogenheid kwam in augustus ten einde toen koning Abdullah eiste dat „de moordmachine” stopte en, gevolgd door andere Golfleiders, zijn ambassadeur uit Damascus terugtrok. Dat gebeurde tijdens de legeroffensieven in Syrische steden tijdens de heilige vastenmaand ramadan. Destijds werd gespeculeerd dat de koning tot de conclusie was gekomen dat Assad een verloren strijd streed.

Om democratische hervormingen ging het in elk geval niet. De Syrische geestelijke sjeik Adnan al-Aroor mag vanuit Saoedi-Arabië oproepen tot revolutie in Syrië. Maar in eigen land verstikken de Saoedische autoriteiten elke vorm van protest. De prominente Saoedische commentator Jamal Kashoggi bevestigde vorige maand tegen de Financial Times dat Saoedi-Arabië in werkelijkheid zijn Syrië-beleid ziet als onderdeel van de „oorlog tegen Iran”, die onder andere ook bestaat uit steun voor de westerse sancties tegen Teheran.

Saoedi-Arabië, dat zich als leider van de islamitische wereld beschouwt, heeft een zeer slechte relatie met Iran, dat sinds de islamitische revolutie in 1979 eveneens dat leiderschap opeist. De overtuiging dat de shi’itische rivaal heimelijk een kernwapen ontwikkelt, heeft die verhouding verder verslechterd. Het aantreden van een in essentie shi’itisch bewind in beider buurland Irak, nadat een Amerikaans-Britse invasiemacht in 2003 Saddam Hussein had verwijderd, heeft de regionale spanningen nog verscherpt.

Saddam Hussein werd door Saoedi-Arabië weliswaar als gevaarlijk beschouwd – maar hij was een sunniet, dus lid van de club. Koning Abdullah ziet volgens een door Wikileaks gepubliceerd Amerikaans telegram de huidige shi’itische premier in Irak, Nouri al-Maliki, als „een Iraanse agent”. Inderdaad zijn de onder Saddam zeer slechte betrekkingen tussen Iran en Irak na 2003 aanzienlijk verbeterd. Irans toenadering tot Irak zou de val van bondgenoot Assad en het verlies van invloed in Syrië tot op zekere hoogte compenseren.

Vandaar dat de Golfstaten niet wilden dat de shi’itische opstand tegen de sunnitische monarchie in Bahrein zou slagen. Terwijl de Golfstaten zich nu in Syrië achter de opstandelingen opstellen, stuurden Saoedi-Arabië en de Emiraten in maart troepen naar Bahrein om te helpen de protesten van de shi’itische meerderheid te onderdrukken. De Golfleiders beschuldigden Iran ervan aan te stoken tot een staatsgreep tegen de koning. Overigens is een onafhankelijke commissie die door koning Hamad is aangesteld om de opstand en de onderdrukking daarvan te onderzoeken, tot de conclusie gekomen dat er geen Iraanse bemoeienis was.

Hoe dan ook: de ‘Arabische Lente’ is overgegaan in een regionale machtsstrijd.

Commentaar, pagina 17

    • Carolien Roelants