Een eigen klank vinden kost tijd

Met Alan Gilbert (44) heeft het New York Philharmonic voor het eerst een New Yorker als chef-dirigent. Hij is niet wit, niet mysterieus en niet oud. Maar wel realistisch, en een ervaren klankbouwer.

Alan Gilbert voor zijn New York Philharmonic in de thuisbasis, de Avery Fisher Hall in het Lincoln Center. Foto’s Chris Lee

Zoals Amsterdammers nostalgisch kunnen praten over „de era Haitink” of „de jaren met Chailly”, zo koesteren ook New Yorkers ‘hun’ chef-dirigenten. Het New York Philharmonic heeft, net als het Concertgebouworkest, een traditie van relatief lange chef-schappen. Lorin Maazel, Kurt Masur, Zubin Mehta, Pierre Boulez en Leonard Bernstein omspanden samen een periode van ruim vijftig jaar.

Tot er in 2007 iets veranderde. Voor het eerst werd een geboren New Yorker, niet wit, niet opvallend charismatisch, nog niet wereldberoemd en niet oud, aangesteld als chef-dirigent.

Alan Gilbert (44) is de zoon van twee orkestviolisten. Zijn Amerikaanse vader ging met pensioen in 2001. Zijn moeder – de van origine Japanse Yoko Takebe – speelt tweede viool. Gilbert was voor New York de polderkandidaat die pas serieus in beeld kwam toen droomkandidaten Riccardo Muti en Daniel Barenboim – beiden een volle generatie ouder – afvielen. In de Amerikaanse pers hielden veel critici nog lang vast aan hun reserves. De bedachtzame Gilbert was bij zijn aanstelling weliswaar gepokt en gemazeld door eerdere chef-schappen in Stockholm en Sante Fe, maar hij bleef ook de boy next door. Dol op de zalm van Zabars, de hamburgers van Big Nick’s Burger Joint. Een dirigent die zo muzikantesk is, zo letterlijk en figuurlijk een zoon is van het orkest, heeft die de wel kwaliteiten om een internationaal gerenommeerd toporkest te leiden?

Een neiging muziek naar de eigen hand te zetten met idiosyncrasieën, zoals zijn voorganger Lorin Maazel deed, kun je Gilbert inderdaad niet verwijten. Toen Maazel in 2006 met het New York Philharmonic naar Amsterdam kwam, eiste hij een eigen – overigens memorabel slaapverwekkende – compositie te mogen uitvoeren. Gilbert – „Ik zeg niks!” – grinnikt daarom en vaart een andere koers. Het bereiken van nieuwe publieksgroepen, een focus op meer dan alleen het ijzeren repertoire en, tja, gewoon samen goed muziek maken. Stersolisten als pianist Lang Lang of violist Leonidas Kavakos spelen niet zelden op hun best als Gilbert op de bok staat. Omdat hij ze ruimte geeft. En omdat het aanbieden van die ruimte zowel bevrijdend als verplichtend is.

Is dat nou modern chef-dirigentschap? Gilbert – mollig, waakzame blik achter een zeegroen Schubert-brilletje – veert erbij op in de al ’s ochtends door zware sigarenrook benevelde hotelbar in Keulen. „Allereerst: iedereen heeft zijn stijl”, zegt hij. „Natuurlijk is er daarnaast sprake van een zekere democratisering, maar dat speelt vooral buiten het podium. Tijdens concerten en repetities ben ik nog steeds degene die bepaalt wat er gebeurt. Dat gezegd hebbend is de vraag hoe je als dirigent bereikt wat je wilt dat er gebeurt. De chemie tussen een chef-dirigent en musici is complex en subtiel. Wat is interpretatie, wat is persoonlijkheid, waar gaat het één over in het ander? Een dirigent als Arturo Toscanini kwam over als een autocraat. Hij was opvliegend tijdens repetities. Maar tijdens concerten moest hij, net als ik, werken met musici. Met mensen dus, met als doel de menselijke elementen in muziek zo treffend en aangrijpend mogelijk over te brengen. En daar was hij – met en door zijn eigen menselijkheid – ongelooflijk goed toe in staat. Furtwängler, Mahler, Walter – die brachten ook allemaal de rijkheid en de complexiteit van hun persoonlijkheid mee om de muziek tot leven te laten komen. Hun reis was dan wel anders dan de mijne, ons reisdoel bleef gelijk. Wij dienen dezelfde meester.”

Tournee

Met het New York Philharmonic is Gilbert deze maand op een zestiendaagse tournee door Europa. Na Duitsland, Luxemburg en Parijs volgen twee concerten in Amsterdam, daarna besluit de tour in Londen. „Dankzij een sponsor zijn wij een van de weinige Amerikaanse orkesten die überhaupt nog op grote tournees gaan”, zegt Gilbert. „Daar ben ik gelukkig mee. Voor een orkest zijn tournees heilzaam op een manier die niet te vervangen is door goedkopere, minder intensieve ervaringen. Op tournee worden musici gedwongen flexibel te zijn, zich steeds aan andere podiumomstandigheden aan te passen. Van die gedwongen alertheid groeien musici, iedereen moet voortdurend zijn rol in de klank van het geheel herijken.”

Een van de pijnpunten in de historie en toekomst van het New York Philharmonic vormt de thuisbasis van het orkest, de Avery Fisher Hall in het Lincoln Center. De zaal is groot, nogal sfeerloos en akoestisch matig. Gilbert begon zijn chef-schap met het letterlijk overhoophalen van zijn orkest. De standaardopstelling met violen links en celli rechts werd ingeruild voor gescheiden eerste en tweede violen aan weerszijden van de bok. „Ik heb met meer opstellingen geëxperimenteerd, maar deze klonk het best”, zegt Gilbert. „Het warmst, het meest homogeen. Maar belangrijker nog is dat de opstelling een impuls gaf aan de interactie tussen de musici. Het is voor een orkest van levensbelang dat de banden tussen de musici onderling goed zijn.”

Gilbert is een verklaard voorvechter van eigentijdse en Amerikaanse muziek. Het traditionele nieuwjaarsconcert met Weense walsen verving hij door een avondje feestmuziek van New Yorkse componisten. Op zijn inauguratieconcert leidde hij nieuw werk van composer-in-residence Magnus Lindberg. Toch is er ook kritiek op zijn koers. Avontuurlijk? Dat valt nogal tegen met een composer-in-residence van zestig en ‘maar’ zeven wereldpremières per seizoen – overigens een aantal dat het Concertgebouworkest nu niet haalt.

„Wat we willen is muziek ontsluiten voor zoveel mogelijk mensen”, zegt Gilbert. „Oud, jong, van vele culturen. In de VS is het muziekonderwijs op scholen beroerd. Daar moet je als orkest wat aan doen. Maar het probleem dat ik signaleerde lag niet alleen bij ons al te eenzijdige, smalle publiek. Intern was de organisatie ook te zeer afgesloten van het ware New York. De stad leeft, is een soort creatieve hot tub. Daar moet je je als orkest niet nuffig van distantiëren, daar moet je onderdeel van willen zijn. Daarom geven we nu ook concerten in Brooklyn en in het Metropolitan Museum. Het was tijd de boel op te schudden.”

Openluchtconcerten

Toch moest het orkest afgelopen zomer de populaire maar dure gratis openluchtconcerten in Central Park afzeggen. Het orkest – met een budget van zo’n 65 miljoen waarvan 1 procent door subsidie wordt afgedekt – staat onder druk, kampt met tekorten. Een staking aan de vooravond van de Europese tournee ketste eind januari nipt af nadat het management had toegezegd „drastische ingrepen in de ziektekostenverzekeringen en een radicale pensioenmatiging” te laten vallen. Voor de komende twee jaar dan.

Gilbert fronst erbij. „Gelukkig is fondsenwerving niet mijn probleem. Ik ben een dirigent, mijn vak is de muziek. Maar ik zal er niet omheen draaien: dit is een ontzettend moeilijke tijd voor mijn orkest, voor alle orkesten trouwens. Het is mijn taak, nee: uitdaging, om mijn idealen te behouden, maar ook praktisch en realistisch te zijn. Geld dat er niet is, kun je niet uitgeven.”

Gilbert is nu drie jaar chef; zijn huidige contract loopt af in 2014. De aard van de contractverlenging is op dit moment onderwerp van gesprek. „Om als orkest en dirigent een eenheid te worden, vraagt tijd. Toen ik in Stockholm werkte, merkte ik dat er pas na vijf jaar echt een persoonlijke connectie ontstond. En juist die connectie is belangrijker dan ooit, want om als orkest te overleven, moet je zo onderscheidend en eigen mogelijk zijn. Technische perfectie is met al die excellent opgeleide musici tegenwoordig makkelijker te bereiken dan een eigen signatuur in uiteenlopend repertoire. De aandacht voor het Duitse repertoire is bij ons altijd uitstekend geweest, maar ik schaaf nu ook aan het bereiken van een eigen geluid in Franse muziek, in barokmuziek. Dat kost tijd. In Amerika is de omloop van programma’s hoog, maar op tournee heb je de kans een programma uit te diepen en te ontdekken wat dat nou is: onze eigen, New Yorkse klank.”

New York Philharmonic o.l.v. Alan Gilbert, concerten op 13 en 14 februari. Concertgebouw Amsterdam. Res.: (0900) 6718345 of concertgebouw.nl