Dure zorg en kleine winst

De financiering van de gezondheidszorg is het grootste budgettaire probleem van welke regeringscoalitie dan ook. De voortdurende vergrijzing en technologische vernieuwingen werken als gaspedaal en versnellingsbak. Dus zal ieder kabinet moeten zoeken naar de rem.

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) denkt die te vinden op twee plekken. Ze wil de overheidsuitgaven voor de zorg aan een maximum binden en tegelijkertijd aan de basis meer bronnen voor inkomsten aanboren. Ze streeft, kortom, naar een soort ingesnoerde en gereguleerde vrije marktwerking in de gezondheidszorg.

Het wetsvoorstel van Schippers om de ziekenhuizen en zelfstandige privéklinieken om te vormen tot bedrijven met een winstoogmerk, waarin externe investeerders via dividend kunnen verdienen, is daarvan het recentste en tot nu toe ook ingrijpendste voorbeeld.

Het idee van de minister is gebaseerd op heldere logica. Omdat deze vorm van investeren en renderen in de zorg tot nu toe niet is toegestaan, zijn de instellingen aangewezen op de banken die sinds de kredietcrisis van 2008 minder scheutig zijn geworden.

Door financiers toe te laten als investeringsmaatschappijen, pensioenfondsen of buitenlandse zorgconcerns, kunnen ziekenhuizen geld aantrekken om te investeren in innovatie en tot een productievere zorg te komen die meer oplevert voor minder geld. Want de investeerders willen hun geld wel terugzien: met een reële rente die substantieel hoger is dan bij een bank.

Het idee is niet nieuw. Steeds meer zorginstellingen werken al zo. Denk aan het uitdijende bedrijf van ex-radioloog Loek Winter. Het lijkt ook simpel. Maar dat is het niet en dat weet minister Schippers.

Niet voor niets wil ze de toelating tot en uitbetaling op de markt scherp reguleren. Intramurale instellingen betaald uit de AWBZ, zoals psychiatrische inrichtingen, vallen erbuiten. „Sprinkhanen” (woord van de minister) uit de private equity zijn niet welkom. De investeerder moet een lange adem hebben. Pas na drie jaar mag er winst uitgekeerd worden, en alleen als de Staatsinspectie het daarmee eens is.

Ook op zo’n beteugelde markt kan het wetsvoorstel nog tot onverwachte en onbedoelde effecten leiden. De zorg is, net als onderwijs, een sector waarin de productiviteitsgroei beperkt is. Er zijn altijd behandelingen die niet tot een seconde teruggebracht kunnen worden. En het zal maatschappelijk vermoedelijk nooit worden aanvaard dat zorg wordt gestaakt omdat die niet rendeert. Ziekenhuizen kunnen failliet gaan, patiënten niet. Het ligt dus voor de hand dat de burger uiteindelijk een rekening krijgt in de vorm van hogere (AWBZ-)premies.

Maar ondanks al deze onzekerheden is er op dit moment geen andere weg die meer perspectief biedt op een beteugeling van de zorgkosten.