Column

Donderjagen als een god met bulderende machines

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Ik treur nog altijd om het verdwijnen van de theatergroep Alex d’Electrique. Dat was wild en vuil en gespierd. En goed. Maar het mocht niet meer van een stuk of wat leden van een subsidiecommissie. Ko van den Bosch was het brein van die groep, en gelukkig duikt hij af en toe op.

Ik kan uren naar hem kijken en luisteren. Hij is stoer, maar niemand zakt zo sensueel door zijn heup als hij. Niemand schreeuwt als hij, want eigenlijk is dat fluisteren. En niemand schrijft als hij. Ruig. Teder.

In de Enschedese museumgalerie 21Rozendaal, een instelling waar de vuurwerkrampwijk trots op mag zijn, banjert hij tussen het publiek. Ik hoor instant poetry en zie instant kunst van een man met inkt aan zijn handen.

Terwijl Van den Bosch met grote halen op de muren tekent, houdt hij een „archeologisch betoog”. Wij bevinden ons, bezweert hij, op een „doorwaadbare plek van de ene toekomst naar de andere”.

Hij gebaart rond. Om ons heen beginnen gevaartes te schuiven en te rammelen. Een kring van spiralen puft op het beton. Zware lappen vinyl rollen af, krinkelen over de grond en stijgen weer op. Een cirkel tl-buizen zwabbert op en neer. Je kunt eronder, dan waaien je haren op.

Het is het werk van Zoro Feigl. Ik ken hem. Allang. Wat voor hem langer is dan voor mij, want hij is nog maar 28. Hij was een whizzkid, hij werd kunstenaar. En nu maakt hij gracieuze machines. Daarmee suggereert hij dat zwaar en licht inwisselbaar zijn. Dat weerbarstigheid zich volgaarne soepel opstelt, als je het graag genoeg wilt.

Heeft hij door dat hij poëzie onthult die de wereld eigenlijk voor zichzelf wilde houden?

Dit is Feigls eerste solotentoonstelling en Ko van den Bosch moest hem inwijden. Diens voorstellingen zag hij als kind. Ze bleven hem bij en dat klopt. Van den Bosch donderjaagt in het theater met dezelfde poëzie als Feigl met zijn machines.

Ik spreek Van den Bosch even aan. Hoe gingen nou ook weer die zinnen die hij destijds schreef over de kunstenaar die God heet? Dat weet hij niet meer precies, maar hij mailt ze later. Ze komen uit een monoloog die hij schreef voor de voorstelling Heelhuids & halsoverkop (2009):

„Dit gevoel moet God ook hebben, precies dit gevoel. Alles onder controle. Dat je een idee hebt en het DIEZELFDE dag nog kan gebruiken. Dat het idee nog FRIS is als je het gebruikt. Nou ja, voor God was het eenvoudiger. Ik bedoel, er was niks toen hij begon en als je dan denkt: licht zou wel mooi zijn, ja, DAN kan je dat meteen ook gebruiken.”

Geen wonder dat ik eraan moest denken. Ze slaan nog meer op Zoro Feigl dan ik vermoedde. Hij gaat als een jonge god zijn gang. Zijn machines zijn nergens goed voor, en ze zijn ook machtig want ze mobiliseren een onbenoembaar gevoel.

Van den Bosch vertelt dat hij in Hoogezand-Sappemeer werkt aan een voorstelling met „derde generatie bankzitters, voor wie de horizon heel dichtbij is gekomen”. Hangjongeren tussen de 15 en de 25. „Ja, ook meisjes.”

In een „afgetrapte technische school” maakt hij een variatie op Romeo en Julia met ze. Die zal Spring! heten en eind maart te zien zijn.

Mijn idee dat die jeugd maar moeilijk te porren zal zijn, snijdt hij de pas af: „Zij willen ook wat. Ze weten alleen niet waar ze het kunnen krijgen.” Hij krijgt ook wat van ze terug, hij wordt „losgerukt uit een wereld waar iedereen elkaar begrijpt”, zegt hij. „Zo’n performance hier in de galerie is leuk, hoor. Maar er is een grote groep mensen die er niks van zou begrijpen. Die wil ik ook mee pikken.”

Zouden ze het werk van Feigl kunnen waarderen? Ja natuurlijk, denkt hij. „Het lijkt niet op wat er al is, zoals ze dat van de talentenshows op tv gewend zijn. Zoro heeft power. Zo kan kunst ook zijn. Dat zou ze fascineren.”

Hij vertelt over de jongeren die aan touwen van het gebouw af zullen zakken, over brandende poppen, over „een choreografie voor brommers”. Zo begrijpen ze dat de wereld niet vastligt, en hun leven ook niet. Misschien.

Je wilt ze geluk brengen, zeg ik.

„Ik wil ze een gereedschapskist geven”, zegt Van den Bosch.