De Syrische opstand is oorlog om macht in Midden-Oosten

Het aantal doden in Syrië neemt toe, maar het is niet uit verontwaardiging dat Saoedi-Arabië en Qatar Assad willen stoppen. Syrië is het slagveld geworden van een strijd om de macht in de regio die nog lang niet voorbij is. Saoedi-Arabië wil via Syrië Iran marginaliseren.

Op de foto’s (gemaakt in januari en februari) zijn slachtoffers te zien die volgens Syrische activisten zijn gevallen in botsingen met regeringstroepen. De feiten konden niet worden geverifieerd. De foto’s zijn door derden aan de internationale persbureaus verstrekt. Foto’s AFP, Reuters

Verborgen achter de bloedige oorlog van het Syrische regime tegen zijn oppositie is een ander, breder conflict aan de gang. De sunnitische Arabische Golfstaten staan daarin tegenover de shi’itische islamitische republiek Iran. Deze oorlog gaat niet over democratie maar over regionale invloed.

Een nieuw regime in Damascus betekent immers niet alleen het einde van het autoritaire regime van president Bashar al-Assad. Het betekent de aflossing van een alawitisch minderheidsbewind door een sunnitisch meerderheidsbewind. Syrië is immers in overgrote meerderheid sunnitisch, en de oppositie is een weerspiegeling daarvan.

Maar een nieuw bewind in Damascus betekent vooral een terugtrekking van de gevreesde Perzen, bondgenoten van Assad, uit het hart van de Arabische wereld.

Het zou ook het einde meebrengen van de Iraanse wapentoevoer via Syrië naar Hezbollah en de mogelijk dodelijke verzwakking van de shi’itische organisatie die nu het Libanese bewind domineert.

Saoedi-Arabië en het kleine, activistische Qatar zijn daarom de drijvende krachten achter de inspanningen van de Arabische Liga om een oplossing in Syrië te bewerkstelligen die zo snel mogelijk het aftreden van Assad meebrengt.

De Saoedische ministerraad, onder voorzitterschap van koning Abdullah, vroeg de internationale gemeenschap maandag dringend om „beslissende maatregelen” om een einde te maken aan het bloedvergieten in Syrië. De Saoedische oproep volgde op het veto van Rusland en China tegen een resolutie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die het huidige vredesplan voor Syrië van de Arabische Liga steunde.

Hoe de Saoedische ministerraad die ‘beslissende maatregelen’ zag, werd niet uitgespeld. Maar voordat de Arabische Liga zich eens temeer over de Syrische crisis buigt, komt zaterdag in Riad de Samenwerkingsraad van de zes Golfstaten (met ook Oman, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Bahrein) bijeen om nieuwe richtlijnen voor de Liga op te stellen.

In Saoedische media werd deze week gespeculeerd over erkenning van het Vrije Syrische Leger als enige en legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk. „Alle opties liggen op tafel”, zei een hoge functionaris van een Golfstaat die dinsdag werd geciteerd door hoofdredacteur Tariq Alhomayed van de Saoedische krant Asharq al-Awsat.

Het is bekend dat binnen de Arabische Liga landen als Algerije, Soedan, Irak en Libanon zich met hand en tand verzetten tegen de verdere militarisering van de opstand in Syrië, die erkenning van het rebellenleger zou meebrengen.

Maar volgens berichten uit de regio die deze week onder andere in de Britse krant The Guardian werden gemeld, leveren Saoedi-Arabië en Qatar allang wapens aan de milities van gedeserteerde regeringssoldaten die het FSA vormen.

Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten zagen de eerste maanden de zich ontwikkelende protesten en het escalerend overheidsgeweld in Syrië zonder veel commentaar aan. De Saoedische koning moest niets hebben van Assad, die hij ervan verdacht in 2005 bevel te hebben gegeven tot de moordaanslag op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri, een persoonlijke vriend. Maar de laatste paar jaar spande Abdullah zich in om Assad vreedzaam los te weken uit de invloedssfeer van Iran.

Die ingetogenheid kwam in augustus ten einde toen koning Abdullah eiste dat ,,de moordmachine” van het Syrische regime zou stoppen en, gevolgd door andere Golfleiders, zijn ambassadeur uit Damascus terugtrok. Dat gebeurde tijdens de legeroffensieventegen activisten in Syrische steden tijdens de heilige vastenmaand ramadan. Destijds werd gespeculeerd dat de koning tot de conclusie was gekomen dat Assad een verloren strijd streed.

Om democratische hervormingen gaat het in elk geval niet. De Syrische sunnitische geestelijke sjeik Adnan al-Aroor mag wel vanuit Saoedi-Arabië oproepen tot revolutie in Syrië. Maar in eigen land verstikken de Saoedische autoriteiten alle protest tegen de monarchie.

De prominente Saoedische commentator Jamal Kashoggi bevestigde vorige maand tegenover de Financial Times dat Saoedi-Arabië in werkelijkheid zijn Syrië-beleid ziet als onderdeel van de „oorlog tegen Iran”. Deze Saoedische opstelling komt onder andere ook tot uiting in Riads steun voor de westerse sancties tegen Teheran.

Saoedi-Arabië, dat zich als leider van de islamitische wereld beschouwt, heeft een zeer slechte relatie met Iran dat sinds de islamitische revolutie in 1979 eveneens dat leiderschap opeist. De overtuiging dat de shi’itische rivaal heimelijk een kernwapen ontwikkelt, heeft die verhouding verder verslechterd.

Het aantreden van een in essentie shi’itisch bewind in beider buurland Irak, nadat een Amerikaans-Britse invasiemacht in 2003 Saddam Hussein had verwijderd, heeft de regionale spanningen nog verscherpt.

Saddam werd ook in Riad als gevaarlijk beschouwd – maar hij was een sunniet, dus lid van de club. Koning Abdullah ziet volgens een door WikiLeaks gepubliceerd Amerikaans telegram de huidige shi’itische premier van Irak, Nouri al-Maliki, als „een Iraanse agent”.

Inderdaad zijn de onder Saddam zeer slechte betrekkingen tussen Iran en Irak na 2003 aanzienlijk verbeterd. Irans toenadering tot Irak zou de val van bondgenoot Assad tot op zekere hoogte compenseren.

Vandaar dat de Golfstaten het risico niet wilden nemen dat de shi’itische opstand tegen de sunnitische monarchie in Bahrein zou slagen. Terwijl de Golfstaten zich nu in Syrië achter de opstandelingen opstellen, stuurden Saoedi-Arabië en de Emiraten in maart troepen naar Bahrein om te helpen de protesten van de shi’itische meerderheid te onderdrukken. De Golfleiders beschuldigden Iran ervan aan te stoken tot een staatsgreep tegen de koning.

Overigens is een onafhankelijke commissie die door koning Hamad was aangesteld om de opstand en de onderdrukking daarvan te onderzoeken, tot de conclusie gekomen dat er geen Iraanse bemoeienis was.

Zo is de ‘Arabische lente’ overgegaan in een regionale machtsstrijd.