De klok lijkt teruggezet

Dertig jaar na de oorlog om de Falklands zet de vondst van olie het conflict weer op scherp. Argentinië krijgt nu steun van alle buren en beschuldigt de Britten van ‘militarisatie’.

Hans Steketee

Voor elke belangrijke verjaardag van de Falklandoorlog – die op 2 april dertig jaar geleden begon – loopt de spanning op, maar dezer dagen is die om te snijden. Het voelt niet alsof we worden „belegerd”, zeggen de Falklanders. Dat wil zeggen: nog niet. Maar de economische strafmaatregelen die Argentinië en een aantal andere Zuid-Amerikaanse landen onlangs hebben getroffen tegen de Falklands „beginnen wel te bijten”.

Reizen naar en van de Britse archipel in de zuidelijke Atlantische Oceaan, die de Argentijnen Las Malvinas noemen, wordt moeilijker. Handel valt stil en prijzen stijgen. „Optimisme heeft plaatsgemaakt voor argwaan en onrust”, zegt de Nederlandse visserijbioloog Joost Pompert in een telefoongesprek.

Pompert woont al lang in Stanley, hoofdstad van de Falklands. Hij trouwde er, kreeg kinderen, en zag hoe de eilanden hun zelfvertrouwen na de oorlog herwonnen en dankzij de profijtelijke visserij financieel op eigen benen leerden staan. Voor de oorlog dreven de eilanden op een monocultuur van wol – of liever gezegd: ze zonken langzaam weg door de lage wolprijs op de wereldmarkt. Maar de 200-mijlszone (FOCZ), ingesteld na de oorlog, maakte het uitgeven van visvergunningen rendabel. Het schaap in de Falklands-vlag zou nu de inktvis moeten zijn die in ringetjes en plakjes zijn weg vindt naar mediterrane en Aziatische eettafels. „De oorlog is het beste wat ons is overkomen”, zeggen eilanders besmuikt.

Recente olievondsten in de zeebodem kunnen nog meer welvaart brengen. Juist dat perspectief is voor Argentinië onacceptabel. De soevereiniteitskwestie, die speelt sinds 1833, leek sinds de oorlog gestold in ‘agree to disagree’. Beide landen zochten toenadering over toerisme, visserij en olie-exploratie. Nu klinkt het Las Malvinas son Argentinas weer luid. „De klok is twintig jaar teruggezet”, zegt Pompert.

Vijf jaar geleden zegde de populistische Argentijnse president Néstor Kirchner het Brits-Argentijnse olieverdrag op. Cristina Fernández, huidig president en weduwe van de in 2010 gestorven Kirchner, kreeg eind vorig jaar andere lidstaten van het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur – Brazilië, Paraguay en Uruguay – zover hun havens te sluiten voor schepen met de Falklands-vlag.

Waarop bittere verwijten over en weer klonken. De Britse premier Cameron noemde Argentinië „koloniaal”, wat volgens de Argentijnen een historische jij-bak was. En in Buenos Aires werden Britse vlaggen verbrand.

De ruzie heeft ook weer een militaire dimensie. Londen stuurt extra militairen. Onder hen is prins William, oudste zoon van kroonprins Charles, die helikopterpiloot is bij de marine. Een stationering op de Falklands hoort bij zijn opleiding, zegt Londen.

Argentinië ziet vooral een provocatie: „Het is droevig dat hij onze grond betreedt in het uniform van een conquistador”.

De Royal Navy is er permanent aanwezig, maar het schip dat nu opstoomt, is niet de gebruikelijke patrouilleboot of fregat, maar HMS Dauntless, een varende raketbasis. Verouderde gevechtsvliegtuigen op de Falklands zijn kortgeleden vervangen door fonkelnieuwe Typhoons. Bij elkaar is het signaal helder. ‘Don’t even think about it’, kopte de conservatieve Daily Telegraph. De Argentijnse president Cristina Fernández de Kirchner neemt het signaal maar al te serieus: gisteren maakte ze bekend een klacht in te zullen dienen bij de Verenigde Naties omdat de Britten het conflict volgens haar ‘militariseren’.

„Ik geloof dat de bewoners op een dag bereid zijn de Argentijnse soevereiniteit te kiezen”, schreef Lord Chalfont, een Brits diplomaat in 1968 in een geheim memorandum. „Wij moeten hun de voordelen laten zien van nauwere associatie met Argentinië.” Londen liet de archipel sindsdien stilletjes afdrijven. Tot 1982 runde Argentinië vliegverbindingen, gezondheidszorg en onderwijs. Als juntaleider Galtieri, die de aandacht van de economische malaise wilde afleiden, even had gewacht, had hij de Malvinas cadeau gekregen.

Het liep anders. Premier Thatcher, die ook het hoofd moest bieden aan een economische en politieke crisis, wikkelde zich in de Union Jack en stuurde in een laatste eruptie van imperiale macht de gecombineerde strijdkrachten. Na 74 dagen, 649 Argentijnse en 255 Britse doden gaven de bezetters zich over. Galtieri ging de cel in, zijn land werd een democratie. De Iron Lady zou nog acht jaar regeren. Op de eilanden wonen 3.000 mensen, minder dan op Ameland. Maar sinds 1982 nemen ze in het Britse zelfbeeld de ruimte in van een half continent.

Anno 2012 klinkt de Britse retoriek enigszins schril. Een reden is dat het diplomatieke landschap is veranderd en de Britten tamelijk alleen staan. Oude medestanders aarzelen. Amerika dringt aan op VN-bemiddeling. Brazilië, grootmacht in spe, laat regionale belangen prevaleren. Dat geldt zelfs voor de oudste Britse bondgenoot Uruguay. Montevideo is van vitaal belang voor de handelsverbindingen met de eilanden en als haven voor de vissersvloot onder Falkland-vlag.

Misschien zit daar bewegingsruimte. Door de boycot zou Uruguay jaarlijks 220 miljoen euro aan handel mislopen. Als de furore rond de verjaardag van de oorlog voorbij is, zou die life line stilzwijgend hersteld kunnen worden.

Maar de blokkade kan ook strenger worden, als Argentinië het luchtruim sluit voor de lijnvlucht Falklands-Chili. Snel herstel van de relatieve harmonie lijkt hoe dan ook uitgesloten. „We hebben geprobeerd weer te praten over visserij-inspecties”, zegt Sukey Cameron, ‘ambassadeur’ van de Falklands in Londen. „Dat gaat over vangstquota, maar zij willen eerst over de soevereiniteit praten. Wij willen juist over alles praten behalve soevereiniteit. Het is jammer dat ze nog steeds niet hebben geaccepteerd dat ze de oorlog hebben verloren om daarna als goede buren verder te leven.”

    • Hans Steketee