De jaren zestig nu als strip

The Someday Funnies moesten in 1970 een geschiedenis schrijven van de jaren zestig in stripvorm. De verzameling is nu pas uitgegeven. Een originele mislukking.

Raymond van den Boogaard

Striptekeningen uit ‘The Someday Funnies’. Deze is van Jack Kirby en Joe Sinnott.

Wie zou zich nog een wereld kunnen voorstellen zonder jeugdcultuur, waarin het gedrag van ouderen het enige baken is waar jongeren zich op richten? Of waarin verschijnselen als het dragen van het haar over de oren, het gebruik van drugs op enig moment in je leven, het hebben van meerdere seksuele partners in de loop van je leven of het openlijk aanschoppen tegen autoriteiten alleen maar voorkwamen bij kleine, nauw gedefinieerde groepen aan de rand van de samenleving, zoals kunstenaars, playboy’s of communisten?

De jaren zestig hebben de wereld veranderd. De minirok, de pil, beatmuziek, protestsongs, meer bevoegdheden voor de leerlingenraad, lange haren, teach-ins – al deze dingen stonden voor een modern levensgevoel, van Amsterdam tot Chicago tot Sydney. En niet alleen onder de melkmuilen van de generatie van babyboomers, ofschoon wij onszelf natuurlijk graag de pretentie aanmaten de slimste, meest creatieve en minst formele generatie in de geschiedenis te zijn. Jeugdigheid werd een waarde in het openbare leven – ook zo’n culturele verschuiving uit de jaren zestig die sindsdien eigenlijk voor zichzelf spreekt.

Het was een culturele revolutie zonder veel tegenstanders – politieoptreden tegen Amsterdamse provobijeenkomsten, demonstranten tegen de Vietnamoorlog op de campus van Amerikaanse universiteiten, en de Parijse studentenopstand van 1968 even daargelaten. Achteraf is vooral opvallend hoe snel bij het establishment van autoriteiten en ouderen de verschuiving in de geesten geaccepteerd en overgenomen werd.

Kras voorbeeld daarvan in de Nederlandse context was een opgetogen artikel in 1967 in het dagblad De Telegraaf, beschouwd als het orgaan van de zwartste reactie. De journalist Henk van der Meyden toonde zich buitengewoon enthousiast over de Summer of love zoals die zich op dat moment in San Francisco voltrok: grootscheepse samenkomsten van fleurig geklede jongeren die – niet zelden onder invloed van lsd – zichzelf hippies noemden en dromerig overal liefde zeiden te willen verspreiden. De gevierde showjournalist was vooral gecharmeerd van het apolitieke karakter van de hippiebeweging: beter bloot of in Indiase jurken door de straten dansen dan stenen gooien naar de politie.

De omslag van de jaren zestig, kortom, bood elk wat wils. Dat maakt het ook zo moeilijk om er de geschiedenis van te schrijven – een algehele waardenverschuiving laat zich moeilijk vastpinnen in historiografische termen. Van een van de origineelste mislukte pogingen kunnen we nu – 42 jaar na het initiatief – eindelijk kennis nemen: de stripverzameling The Someday Funnies, samengesteld door de Canadese entertainer en publicist Michel Choquette (geb. 1938).

Fellini

Het plan in 1970 was om een bijlage te maken van het Amerikaanse maandblad Rolling Stone, waarin striptekenaars de jaren zestig zouden behandelen. Strips – of comics in Amerikaans jargon – hadden in de jaren zestig een emancipatie doorgemaakt: van minderwaardig puberaal vermaak naar volwaardig medium, ook voor volwassenen. Choquette benaderde voortvarend striptekenaars in binnen- en buitenland, bekende en onbekende, en zelfs bekende personen uit het culturele leven die nog nooit een strip hadden geproduceerd, zoals de schrijvers William Burroughs en Tom Wolfe, de muzikant Frank Zappa en de filmmaker Federico Fellini. Veel honorarium had hij niet te bieden: 100 dollar per geplaatste strip, en 50 bij niet-plaatsing.

De respons bleek overweldigend. Het project ging de omvang van een bijlage van Rolling Stone al vlug te boven. Geen nood: uitgeverijen en geldschieters waren enthousiast en bekostigden de onderzoeksreizen en goodwill-feestjes die Choquette in Londen en Parijs gaf. In totaal verzamelde hij 169 bijdragen, maar toen het puntje bij het paaltje kwam bleek er – inmiddels was het 1978 geworden – toch niemand die het wilde uitgeven. Choquette legde de verzameling in een la en keek er verder niet naar om. Totdat in 2009 de Amerikaanse onderzoeksjournalist Bob Levin het verhaal van de nooit-verschenen verzameling reconstrueerde in het Comics Journal. Dat trok de aandacht van een uitgeverij en zo kunnen we dus alsnog kennis nemen van de verzameling, onder de titel The Someday Funnies.

Dat in de jaren zeventig uitgeverijen van de publicatie hebben afgezien, is begrijpelijk: op geen enkele manier vormen de strips een samenhangend beeld van de jaren zestig, zoals Choquette beloofd had. Harvey Kurtzmann (bekend van de erotische strip Little Annie Fanny uit Playboy) heeft de opdracht zelfs verkeerd begrepen: hij dacht dat het over 60-jarigen moest gaan. Zeker hebben sommige tekenaars een verschijnsel of gebeurtenis uit de jaren zestig als uitgangspunt genomen. Maar de verzameling is met te weinig redactionele inbreng in elkaar gezet om als geschiedschrijving te kunnen gelden.

Rode boekje

Als momentopname van de strip aan het begin van de jaren zeventig is hij echter zeer geslaagd: The Someday Funnies vormen een goudmijn aan werk van bekende, onbekende en op dat moment nog onbekende tekenaars. Art Spiegelman, die in de jaren tachtig zou doorbreken met Maus, draagt een intrigerende strip over lsd bij. De makers van Astérix, Albert Uderzo en René Goscinny, steken in een korte aflevering van hun succes-strip de draak met klachten over de vervuiling van de Franse taal met Engelse woorden. Will Eisner, in de jaren dertig maker van de superheldstrip The Spirit, draagt een verhaal over de maffia bij. De Franse kunstenaar Roland Topor levert bijtend commentaar op Mao’s Rode boekje.

De beste Nederlandse bijdrage is een vroege Willem Holtrop waarin de massamoord van My Lai uit de Vietnamoorlog als een hedendaags theaterstuk wordt gepresenteerd.

The Someday Funnies getuigen van de enorme variëteit aan tekenstijlen en manieren van je verhaal vertellen die toen al bestond in de stripwereld, en die nog steeds bestaat. Ofschoon het begrip ‘graphic novel’ nog moest worden uitgevonden, is wel duidelijk dat er in de jaren zestig een nieuw litterair genre was opgestaan. Pogingen om in de roman of in de film tot geheel nieuwe vormen te komen, in de vorm van de nouveau roman of door een nieuwe filmtaal, zijn nooit mainstream geworden. Maar popmuziek en strips bestonden in hun huidige vorm niet voor de jaren zestig – zij vormen tot op de huidige dag de kunstzinnige neerslag van een decennium van culturele omslag. Misschien is dat nog wel het belangrijkste bewijs van het belang van de jaren zestig: dat er sindsdien niets wezenlijk nieuws is verzonnen.

Michel Choquette: The Someday Funnies. Mmv Federico Fellini, Art Spiegelman, Moebius e.v.a. Uit. Abrams ComicArts. Prijs 46,99 euro, 216 blz. Inl. abramsbooks.com