Bezuinigings-therapeut, help!

Mooi hoor, Oost-Nederland. Imponerende bossen. Nagelnieuw muziekkwartier. En 3,5 miljoen om operaproducties mee te maken, straks. Voor de Nationale Reisopera is het onvoldoende om door te gaan als ‘operahuis’ met eigen koorleden, pruikenmakers, noem maar op. Het diende onversaagd een afgeslankt plan in voor de toekomst. Met opera in een stadion, ideeën voor het binden (vinden?) van een breed publiek én met de optie succesvolle oude producties te hernemen. Verder is ‘samenwerking’ het sleutelwoord. Ze moeten wel. Bezien vanuit de rode cijfers, leek de toekomst even zo zwart nog niet.

In theorie wist de Reisopera dat er andere aanvragers zouden kunnen opstaan. 3,5 miljoen is weinig in het licht van een roemrijk verleden, maar veel in tijden van schaarste. Opera Aurora heet de concurrent. Hún beleidsplan kan niet bogen op de ervaring van de Reisopera. Maar wel op bravoure en de ervaring van co-initiator Combattimento Consort Amsterdam. Eerlijk is eerlijk; de beleidsplannen van beide aanvragers borrelen over van creativiteit en goede bedoelingen. ‘Opera-tie’: operaatjes in zorginstellingen (Aurora). Zomeropera met amateurs (Reisopera). Bundelen, samenwerken, coproduceren. Het duizelt je van de inhoudelijk slechts toe te juichen dwarsverbanden die moeten en zeker ook wel zullen ontstaan.

Wat een droefenis dan eigenlijk dat de eerste de beste samenwerking, namelijk tussen het Nederlands Symfonie Orkest dat Opera Aurora primair initieert en de Nationale Reisopera, niet tot één plan kon leiden. Beiden, Guus Mostart (Reisopera) én Harm Mannak (Aurora), verwoorden de operastrijd die daardoor is ontstaan als „onelegant”. Maar ja, ze willen óók hun artistieke autonomie behouden.

Bizar genoeg speelt in Zuid-Nederland een vergelijkbaar conflict tussen de orkesten in Brabant en Limburg. Ook daar willen ze min of meer hetzelfde, maar wordt gebakkeleid over de verpakking.

Met spoed gezocht: bezuinigingstherapeut.