Als Assad valt groeien de zorgen van Israël

Zo hard als Israël schreeuwt wanneer het de nucleaire ontwikkelingen in Iran betreft, zo stil houdt Israël zich als het gaat om de onrust in buurland Syrië. Terwijl de Israëlische regering het bloedige conflict tussen het Syrische regime en zijn oppositie met grote belangstelling gadeslaat, klemt Jeruzalem de kaken stijf op elkaar. Geen kreten van afschuw. Geen dreigende vuisten.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft zijn kabinet zelfs nadrukkelijk gevraagd geen uitspraken over Syrië te doen. Minister van Defensie Ehud Barak had de eventuele val van de Syrische president Bashar al-Assad toen al „een zege voor het Midden-Oosten” genoemd. Terwijl deskundigen als de oud-inlichtingenchef Efraim Halevy de ondergang van Assad „een ramp voor Israël” noemen.

De regering weet gewoon niet wat het van een Syrische regimewisseling moet denken, zeggen ingewijden. „Misschien zien we liever Assad aan de macht dan iemand anders”, aldus een regeringsfunctionaris die anoniem wil blijven, „omdat we zijn opvolgers nog niet kennen. Nu uitspraken over Syrië doen is als gokken in het donker. Je weet niet eens op wie je je geld inzet.”

Jeruzalem zal hoe dan ook geen tranen plengen als Assad vertrekt. Onder zijn en zijn vaders alawitische minderheidsbewind was Syrië Israëls vijand. Na drie oorlogen kwam het in 1974 weliswaar tot een staakt-het-vuren, maar Syrië steunde in 1982 en 2006 Libanon en het shi’itische Hezbollah in oorlogen tegen Israël.

Bovendien liet Assad zijn bondgenoot Iran via Syrië wapens leveren aan het Libanese Hezbollah en de Palestijnse beweging Hamas, die ze tegen Israël inzetten. Ook heeft (of had) Syrië, net als Iran, nucleaire ambities (Israël bombardeerde in 2007 een nucleaire reactor in aanbouw in Syrië).

Anderzijds hield Assad de grens tussen Syrië en Israël rustig. Ruim drie decennia lang. Pas nadat de opstand in Syrië was uitgebroken, stormden vorig voorjaar Palestijnse demonstranten vanuit Syrië de bestandslijn met de door Israël geannexeerde Golan-Hoogvlakte over. Israël schrok en schoot er 26 dood.

Bovendien was Assad tenminste bereid om over vrede te praten, zoals tot 2009 gebeurde, en wist Israël dat Assad te pragmatisch is om een oorlog tegen Israël te beginnen. „Veel Israëlische ministers hebben daarom een voorkeur voor Assad”, zegt hoogleraar en Syrië-expert Moshe Maoz. Die is vooral geënt op het principe: de duivel die je kent is beter dan de duivel die je niet kent.

Jeruzalem raakt volgens Maoz echter steeds meer overtuigd dat Assad het niet gaat redden. En dan zijn er vanuit Israëlisch perspectief verschillende scenario’s – geen van allen bijster rooskleurig.

Als de onrust aanhoudt, vreest Israël meer infiltranten aan de grens. Daarom heeft het daar de hekken versterkt en meer mijnen gelegd. Een andere angst is dat Syrische raketten of chemische en biologische wapens via smokkelaars bij militante groeperingen terechtkomen.

Als Assad eenmaal is vertrokken, hoopt Israël dat er een bewind aan de macht komt dat minder hechte banden met Iran en Hezbollah onderhoudt. In Israëls woorden: dat de „radicale as” of de „onheilige driehoek” tussen Iran, Syrië en Libanon wordt doorbroken. Maar Israël vermoedt ook dat een sunnitisch regime Israël niet gunstiger gezind zal zijn dan het alawitische bewind van Assad.

Daarbij veronderstelt Jeruzalem dat een nieuw Syrisch bewind radicaler zal zijn en een aanval op Israël en herovering van de Golan zal overwegen.

Of een nieuw regime democratisch wordt gekozen, kan Israël weinig schelen, zoals al bleek toen minister Barak de Egyptische verkiezingsuitslag „zeer, zeer storend” noemde, omdat Israël de zege van de sunnitische Moslimbroeders als een bedreiging ziet.

Alawieten, shi’ieten, sunnieten: Israël ziet ze allemaal als een bedreiging, aldus professor Maoz. „Dat komt doordat Israël denkt dat alle moslims antisemieten zijn.” Israël ziet volgens Maoz niet dat het met het sunnitische Saoedi-Arabië kan samenwerken om Syrië los te maken van de shi’ieten die aan de macht zijn in Iran en Libanon.

Het credo van premier Netanyahu, dat Israël zich gedeisd moet houden tot de Syriërs hun interne conflict hebben uitgevochten, vindt Maoz kortzichtig. „Israël kan nu zeggen: wie ook de macht krijgt, wij willen vrede en daarvoor de Golan teruggeven. Intussen kunnen we werken aan een oplossing voor ons conflict met de Palestijnen. Want zolang Israël geen vrede met hen sluit, kunnen we er zeker van zijn dat ook een nieuw bewind in Syrië ons niet accepteert.”

    • Leonie van Nierop