Zo'n boek ligt daar maar

Het gaat slecht met het boekenvak, verzucht de redacteur. „Mensen lezen niet meer.” „Nee”, antwoord ik. „Echt zonde. Boeken zijn te gek.” En terwijl ik het zeg, denk ik: wanneer heb ik eigenlijk voor het laatst een boek uitgelezen?

Deze gedachte verrast me: ik heb mezelf namelijk altijd als een toegewijde boekenlezer gezien. Als kind was ik lid van de BiebBus, een bus vol kinderliteratuur die vlakbij ons huis parkeerde. Daar werkte ik systematisch de rijen boeken af, waar ik eerst las over Griezelbussen (Paul van Loon, ik <3 je) en het meisje Bianca en haar paarden (ik had een haat-liefdeverhouding met het fenomeen paard: ik wilde er een hebben, zo een die ‘mijn emoties aanvoelde’ en ‘slechts een lichte aanraking’ nodig had om te weten waar ik naartoe wilde, maar als ik een echt paard zag, was ik voornamelijk doodsbang), en later De Kinderen van Moeder Aarde-trilogie (vol enigszins intimiderende vrouwenmaatschappij-propaganda).

Toen de BiebBus op was, richtte ik me met eenzelfde overtuiging op de boekenkast van mijn ouders, waaruit ik zowel Maarten ’t Hart uitploos als Remco Campert, Hugo Brandt Corstius en De Medische Encyclopedie Voor het Gezin – maar dat laatste alleen maar omdat ik hoopte dat er naaktfoto’s in zouden staan.

En daarna kocht en kreeg ik zelf boeken, waarmee ik trots een uitdijende boekenkast vulde die nu in mijn kamer staat en waar ik nog steeds schimmige boodschappen aan toeken, zoals dat die ‘mijn karakter weerspiegelt’ en dat het ‘helemaal niet erg is dat er ook een columnbundel van Albert Verlinde in staat, want het is juist sterk om ook de fouten in een karakter te tonen’.

En toch realiseer ik me dat ik minder lees de laatste tijd. Haast alle dingen die ik onderneem, zijn op een bepaalde manier verankerd in de tijd. Een afspraak met vrienden, een film in de bioscoop, een dag naar de Efteling, een debatavond of een televisieprogramma – ze hebben vaak een soort dwingende voorwaarden: het is een eenmalige avond, als je nu deze aflevering mist, snap je het vervolg niet, de film zal uit de bios verdwijnen, je vrienden kunnen echt alleen op dinsdag. Deze activiteiten ga je dus plannen, je belt mensen op en zet dingen in je agenda.

Een boek is nauwelijks dwingend. Het maakt niet uit wanneer je het begint te lezen, wanneer je het weer oppakt of wanneer je het dichtslaat – het ligt daar maar, stil stof te vangen, terwijl het zonder moeite wordt verdrongen door al die andere zaken. Daarom lezen mensen pas weer op vakantie, als agenda’s er niet meer toe doen. In een zee van ongeplande tijd is er plots weer plaats voor een boek – of heel misschien twee, als het gaat lukken.

Mijn nieuwe voornemen: in mijn agenda tijd reserveren (woensdagavond: BOEK LEZEN JIJ) en met Paul van Loon in bed gaan liggen.

Eerdere columns van Renske de Greef zijn terug te lezen via nrcnext.nl/renske