Weg uit Afghanistan

In Washington worden een nieuwe strategie en een nieuwe tactiek overwogen voor de oorlog in Afghanistan. Nu wordt nog in het hele land een intensieve strijd gevoerd tegen alle opstandelingen. Hiervoor heeft president Obama 32.000 man extra naar het strijdtoneel gestuurd. Op het ogenblik zijn er ongeveer 90.000, plus de 40.000 van de bondgenoten. Kennelijk heeft het niet voldoende geholpen. Volgens het nieuwe plan zou de hoofdmacht in versneld tempo worden teruggetrokken. Hierna zouden de achtergebleven keurtroepen, de Special Forces, hun strijd tegen de Talibaan en ander verzet opvoeren – een oorlog met meer precisie, voor zover ik het begrijp. De Amerikaanse minister Panetta (Defensie) denkt dat het probleem binnen een anderhalf jaar kan worden opgelost met dit nieuwe plan.

Waarschijnlijk speelt dit alles ook een rol in de Amerikaanse verkiezingsstrijd. De Republikeinen beschuldigen de president ervan dat hij geneigd is de moed op te geven. Geen sprake van. Zijn moed kiest een andere richting. Op de NAVO-conferentie die in mei in Chicago wordt gehouden, zal Amerika de bondgenoten geruststellen, maar dan mogen ook zij de moed niet verliezen en hun eigen soldaten voorbarig naar huis halen. In Frankrijk denken ze sinds vorige maand, na de dood van drie Franse soldaten, anders hierover.

Natuurlijk vragen we ons hier af hoe onze missie van niet-vechtende opleiders in Kunduz zal passen in deze nieuwe benadering. Ik voorspel dat hiervoor wel een oplossing zal worden gevonden, maar dan komt er een vraag van wijdere strekking. Is er enige garantie dat deze strategie beter zal werken dan de vorige probeersels?

De oorlog in Afghanistan gaat zijn elfde jaar in. Hij is begonnen in 2001, met de bombardementen op het Tora Boragebergte. Hier zou Osama bin Laden zich schuilhouden. Tien jaar later werd hij neergeschoten in Pakistan. Intussen hebben we een nog ongeteld aantal experimenten achter de rug. Het zou de moeite waard zijn hiervan een overzichtelijke geschiedenis te schrijven. Any war will surpise you, zei Dwight Eisenhower, toen nog generaal, kort voor de invasie in 1944. Hij heeft nog altijd gelijk, maar de oorlog in Afghanistan overtreft alles. Hiermee heeft ook Nederland zijn ervaringen. Denk aan de evolutie van onze missie in Uruzgan – van opbouwen naar vechten. Hierbij zijn 25 Nederlandse soldaten gesneuveld.

Van jaar tot jaar wordt het aantal doden bijgehouden door de Verenigde Naties. In 2011 werd een nieuw record bereikt – 3.021 burgers. Van hen is driekwart het slachtoffer van de Talibaan, de meesten door bermbommen en zelfmoordaanslagen. Als gevolg van de gevechten is er bovendien een permanente volksverhuizing gaande. Volgens het rapport van de VN waren er vorig jaar meer dan 185.000 verdrevenen. Dit is een stijging van 45 procent vergeleken met 2010. Dat zijn de cijfers. Onvoorstelbaar zijn de wanhoop en wanorde die hierachter schuilgaan. Verder valt het te vermoeden dat slachtoffers een andere kijk krijgen op de soldaten die zich zoveel jaar geleden aandienden als bevrijders.

De lange reeks van mislukte strategieën is bedacht in Washington. In geen enkele fase hebben de bondgenoten hierop enige invloed van betekenis gehad. Sinds een paar jaar wordt het steeds duidelijker dat ze er genoeg van beginnen te krijgen; niet van dit gebrek aan invloed, maar van Afghanistan op zichzelf. Steeds wijder verbreidt zich de overtuiging dat het Westen zich heeft laten verstrikken in een onderneming van eindeloze vruchteloosheid. Daarom groeit de aandrang in de publieke opinie om het land zo snel mogelijk te verlaten, desnoods met de belofte van een genereuze buitenlandse hulp, maar in elk geval militair. De plaatselijke troepen, een paar honderdduizend man, moeten daarna het ordeprobleem zelf opknappen.

Wat dan? The Economist wijdt er deze week een hoofdartikel aan. Als we Afghanistan voortijdig verlaten, geven we het prijs aan Al-Qaeda en de jihadisten. Het kan een wildernis worden waar India en Pakistan hun rivaliteiten zullen uitvechten. Amerika zal binnen korte tijd hierbij betrokken raken. Ten slotte zal deze hele treurige geschiedenis overal ter wereld een verkillende boodschap brengen over de waarde van westelijke betrokkenheid.

Maar, met alle respect voor het beroemde weekblad – deze boodschap is al ruimschoots doorgedrongen tot de rest van de wereld. Hierbij hoeven we niet onmiddellijk te denken aan de periode van de dekolonisatie. Het meest recente voorbeeld is Irak. Dit werd door de Amerikanen bevrijd van Saddam Hoessein en nu vallen daar, na een verwoestende oorlog, tientallen slachtoffers per maand in een sektarische strijd. Libië heeft zich met luchtsteun uit het Westen bevrijd van zijn dictator. Zouden we ons zonder de ervaringen in Irak en Afghanistan hebben gemengd in de ontluikende Syrische burgeroorlog? Wie weet, maar de ervaringen van de afgelopen tien jaar hebben ons in elk geval beschermd tegen zo’n interventie.

De les van Afghanistan voor het Westen is dat onze mondiale macht en invloed danig zijn verminderd. Dit werd al duidelijk toen de Egyptische president Nasser in 1956 het Suezkanaal nationaliseerde. Hierna hebben het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk geprobeerd het te heroveren, met Israëlische steun. Dit was al een anachronistische onderneming. Sindsdien is de macht van het Westen verder vervallen. Tegen terreur hebben we onze verdediging ontwikkeld en verder vervolmaakt, maar de tijd is voorgoed voorbij dat we staten in andere werelddelen konden herinrichten. Afghanistan is het jongste voorbeeld.

    • H.J.A. Hofland