Syrië splijt wereldgemeenschap

Alsof de Koude Oorlog nog in volle glorie wordt gevoerd: zo werden de Russische functionarissen Sergej Lavrov (minister van Buitenlandse Zaken) en Michail Fradkov (directeur Buitenlandse Inlichtingendienst) gisteren in Syrië ingehaald. De kinderen die met hun Russische vlaggetjes stonden te wapperen in de straten van Damascus, deden denken aan een Potjomkin-dorp in de vorm van een tableau vivant.

De diplomatieke missie van Lavrov en Fradkov zelf leek ook van bordkarton. Nadat Rusland en China vorige week zaterdag in de Veiligheidsraad een resolutie tegen het regime van president Assad met een veto hadden getorpedeerd – en zo ook het begin van bredere internationale samenwerking om het geweld in Syrië in te dammen – had Moskou hen op pad gestuurd om president Assad tot ‘hervormingen’ te bewegen.

Terwijl Lavrov en Fradkov hun koffers pakten, opende de Syrische krijgsmacht een offensief in Homs. Tijdens en na het Russische bezoek ging dat door. De claim van Lavrov dat het „signaal” uit Moskou werd gehoord – hij sprak zelfs van een referendum over een nieuwe grondwet – werd zo wrang.

Verontwaardiging over deze Russische houding is gepast. In Syrië voltrekt zich een menselijk drama dat kan uitmonden in een heuse burgeroorlog, als die al niet is uitgebroken. Maar Rusland, met China in zijn kielzog, bijt zich vast in polariserende geopolitiek en laat in Syrië zo de burgers en kinderen in de kou staan.

Realiteitszin is echter geboden. Syrië is voor Rusland niet alleen een langjarige bondgenoot in het Midden-Oosten, die havenfaciliteiten aan de Middellandse Zee biedt en MiG’s, Soechois en andere wapens koopt. Moskou gebruikt het regime van Assad ook als breekijzer om nieuwe machtsverhoudingen in de internationale gemeenschap te forceren.

Het veto van Rusland was kil rationeel geredeneerd succesvol, omdat Moskou erin slaagde Peking in zijn kamp te trekken. Meestal stemt China alleen tegen resoluties die zijn direct belangen kunnen schaden. Nu heeft China voor een veel ruimere geopolitieke lijn gekozen. Dat wijst erop dat er zich nu langzaam een as-Moskou/Peking ontwikkelt, ondanks het eeuwenoude wantrouwen tussen beide imperia dat zelfs tijdens de hoogtijdagen van Stalin en Mao hardnekkig bleef bestaan.

Het is ongewis of en in welke mate er na de presidentsverkiezingen in Rusland aan die as verder wordt gebouwd. Maar het is verstandig deze realiteit onder ogen te zien bij het westerse beleid dat erop is gericht om het brute bewind van Assad op de knieën te dwingen. Interventies met steun van de Veiligheidsraad zijn zo goed als ondenkbaar. Ingrijpen zonder die raad is een lont in een kruitvat dat veel verder reikt dan Syrië.

Behalve politieke druk en economische sancties, die overigens veeleer symbolisch dan productief zijn, resteren er maar weinig reële opties.