Roemenië snijdt netjes, maar volk haakt vernederd af

President Basescu kan Merkel recht in de ogen kijken. Er is twee jaar bezuinigd, keihard. De Roemenen hebben nu een slechter leven en komen in verzet – als ze niet emigreren.

‘Iemand de slippers geven’ zeggen ze in Roemenië wel aan het einde van een relatie. Dat willen betogers in Boekarest nu doen met president Basescu. Foto Reuters

Voordat Claudiu Craciun (33) een megafoon van een vriend leende en ging demonstreren op het Universiteitsplein in de Roemeense hoofdstad Boekarest, haalde hij eerst zijn naam van de kandidatenlijst van de piepkleine Groene Partij. „Het is cruciaal dat ons protest op geen enkele manier met politieke partijen wordt geassocieerd.”

De dertiger, docent politicologie, is een van de gangmakers van de groep kwade burgers die al een maand lang avond aan avond de kou trotseren. Hij bedenkt de rijmpjes, die de groep herhaalt, op en neer springend om warm te blijven. „Sorry dat we niet zoveel produceren als jullie willen stelen.”

De meeste leuzen richten zich tegen de oppermachtige president Traian Basescu. Die zou zelf moeten aftreden in plaats van nu de baas van de geheime dienst tot volgende premier benoemen, vinden ze. Maar de teleurstelling gaat veel dieper. Roemeense burgers voelen zich vernederd en genegeerd, in een land waar partijen die van nepotisme aan elkaar hangen de dienst uitmaken.

„Als het weer beter wordt staan we hier met honderdduizend man”, hoopt Craciun, en laat zelf alvast de term ‘Roemeense Lente’ vallen. „Dan moeten ze wel naar ons luisteren.”

De plek waar iedere dag wordt verzameld is geladen met symboliek. In de berm tussen de rijbanen staan kruizen ter herdenking van de helden van de bloedige revolutie uit 1989. Markteconomie en vrijheid van meningsuiting hebben de Roemenen daarna gekregen. Maar welvaart en een functionerende democratie nog altijd niet.

De afgelopen twee jaar is de regering zeer actief geweest, achter de broek gezeten door het IMF, de EU en de Wereldbank, die in 2009 een noodkrediet verstrekten van 20 miljard euro. In maart 2011 is dat vervangen door een garantie voor vijf miljard euro, waar in principe geen beroep op wordt gedaan.

President Basescu lijkt er zijn persoonlijke missie van te hebben gemaakt om internationale kredietverstrekkers gunstig te stemmen. Ambtenarensalarissen zijn met 25 procent verlaagd, bonussen afgeschaft, 100.000 van de ongeveer 1,1 miljoen mensen in overheidsdienst ontslagen. Onderwijshervormingen afgekondigd. De btw verhoogd.

De financiën zijn nu weer op orde. In 2011 was het begrotingstekort 4,4 procent. Voor dit jaar is 3 procent het doel. Basescu kan Angela Merkel recht in de ogen kijken. Maar het leven van veel Roemenen is er slechter op geworden. De armoede is gegroeid. En ze waren al arm.

De jonge Roemeense protestbeweging lijkt in opzet een echo van de indignados, de ‘verontwaardigden’ die afgelopen zomer in onder meer Spanje en Griekenland kampeerden en debatteerden. De drijvende krachten zijn jongeren die zich buiten spel voelen staan, in Zuid-Europa onder meer door de hoge jeugdwerkloosheid.

„Hier is de beweging veel politieker”, zegt Cristian Pirvulescu, decaan van de faculteit bestuurskunde in Boekarest. De manier waarop de met het IMF afgestemde maatregelen door de regering zijn doorgedrukt, toont hoe groot de kloof is tussen de machthebbers en de bevolking. Het gebeurde zonder dialoog met de bevolking en zonder fatsoenlijk debat in het parlement. Vaak zelfs zonder stemming. Pirvulescu heeft geteld hoe vaak in 2011 gebruik is gemaakt van noodwetgeving. 125 wetten zijn op die manier langs de volksvertegenwoordiging gejaagd.

Negen keer maakte de maandag afgetreden premier Emil Boc gebruik van een truc die ‘het nemen van de verantwoordelijkheid’ heet. De regering legt een wet op, die het parlement alleen kan verwerpen door met een motie van wantrouwen het hele kabinet naar huis te sturen.

Moties van wantrouwen genoeg, maar zonder steun van de coalitiepartijen waren ze kansloos.

„‘Dit moet van het IMF’, zeggen ze dan”, sneert Pirvulescu. „Maar we hebben hier een parlement. Dat zit er niet voor niets.”

Deze week werden ook de eerste resultaten van de volkstelling bekend gemaakt. Die cijfers vormen een belangrijke aanvulling op het succesverhaal van financiële stabiliteit.

Het afgelopen decennium is de Roemeense bevolking met 2,6 miljoen gekrompen, naar 19 miljoen inwoners. Craciun ziet het gebeuren onder zijn vrienden: ongeveer een op de drie is naar het buitenland vertrokken, schat hij.

Daniel Constantin, een vijftienjarige jarige scholier in een blauw ski-jack die gisteravond aan de overkant van de straat ook met het protest meedeed, vertelt dat hij vandaag zijn moeder uitzwaait. Die gaat terug naar San Remo, in Italië, waar ze als kok werkt. Als hij het lyceum heeft afgerond wil hij gaan studeren, zegt Constantin, ‘maar niet hier.’