Poseren voor Lucian Freud

Lucian Freud schilderde zijn hele leven mensen. Een van zijn muzen was Sue Tilley. „Als je door de beste schilder ter wereld bent vereeuwigd, neem je geen genoegen met minder.” In Londen opent morgen een overzichtstentoonstelling van Freuds portretten.

Lucian Freud maakte in de jaren 90 vier schilderijen en twee etsen van de nu 53-jarige ambtenaar Sue Tilley. Een daarvan is het het naaktportret Benefit Supervisor Sleeping. Aan de telefoon vertelt ze hoe het was voor Freud te poseren: „Het was fascinerend. Interessant. Boeiend.

„Gezellig? Nee. Lucian kon aardig zijn als dat hem zo uitkwam. Hij was een complexe man die zoveel kanten had dat je nooit wist hoe hij zou zijn als hij de voordeur opendeed. Hij kon knorrig zijn, moe, hyperactief.

„Hij stond erom bekend dat hij moeilijk was om mee te werken. Dat gold niet voor zijn modellen. Misschien voor degenen van wie hij al na één sessie genoeg had. Maar als hij je nodig had, wilde hij dat je bleef, het schilderij moest immers af.”

Freud en Tilley ontmoetten elkaar via een gezamenlijke vriend, de Australiër Leigh Bowery, kunstenaar, modeontwerper en eigenaar van de legendarische nachtclub Taboo, het Londense antwoord op Studio 54 in New York. Tilley zat begin jaren 80 bij Taboo achter de kassa. Bowery, die ook veelvuldig voor Freud poseerde, bracht Freud op het idee zijn gezette caissière – ze woog 127 kilo – te schilderen.

Sue Tilley had één keer eerder geposeerd: „Voor een eindexamenklas. Dat was niet naakt.” Dat Freud dat wel van haar vroeg, was „de eerste keer even slikken, maar dat gevoel was zo voorbij”. Het maken van elk schilderij nam negen maanden in beslag; Tilley poseerde op haar vrije dagen voor hem. Freud maakte eerst ontbijt, daarna gingen ze aan de slag. Vaak poseerde ze drie dagen achter elkaar. „Hij was enorm gedreven, een perfectionist.”

Freud hield van vlees, zegt Tilley. „Dat was zijn obsessie: vlees.” Haar tatoeages vond hij dan ook niets: „Hij wond zich er ontzettend over op, de kleur ontregelde hem.” Hij bedekte ze met vleeskleurige make-up voor hij haar schilderde; slechts op één ets is een kleine tatoeage te zien. Verder schilderde hij haar precies zoals ze was: naakt en dik.

Op haar werk – Tilley werkt al ruim dertig jaar bij het Job Centre, het Britse arbeidsbureau – vonden ze en vinden ze het maar vreemd. Maar ze poseerde in haar vrije tijd, net zoals ze in die vrije tijd onder meer in een film speelde, een video maakte, een biografie schreef over Leigh Bowery en onlangs in de Royal Festival Hall een jaren-80-modeshow organiseerde.

Ze giechelt meisjesachtig: „Inmiddels zijn ze er op mijn werk wel aan gewend dat ik bizarre dingen doe. Ik ben gekke Sue. Net zoals ze in de arty farty scene van Londen me ook heel vreemd vinden omdat ik overdag ambtenaar ben.”

Het trotst is ze niet op een van Freuds schilderijen, maar op haar vereeuwiging in de musical Taboo, het eerbetoon van zanger Boy George aan Bowery. Daarin zit Big Sue als personage: „Dat was waanzinnig – om jezelf zo op het toneel te zien. Ze hadden op Broadway zelfs een klein arbeidsbureau als decor.”

Poseren doet ze niet meer, althans niet naakt. Ze zegt: „Dat lijkt me geen fraai gezicht.” En even later: „Bovendien: als je door de beste schilder ter wereld bent vereeuwigd, dan neem je toch geen genoegen met minder?”

Titia Ketelaar

Lucian Freud: Portraits. 9 febr t/m 27 mei in de National Portrait Gallery, Londen. Info: www.npg.org.uk

    • Titia Ketelaar