Column

Literair integreren

De witte literaire elite wil echt wel integreren en hupsakee, die grachtengordel uit. Maar het moet niet te eng worden. In het Bijlmerparktheater in Amsterdam Zuidoost begrijpen ze dat. Daarom had directeur Ernestine Comvalius besloten een speciale bus te sturen.

En zie: gisteravond was haar theater bomvol. Ruim eenderde van het publiek had zich rechtstreeks naar de voordeur laten brengen vanuit wit literair thuisfront De Balie in het centrum van Amsterdam, voor de eerste editie van ‘Bijlmer Boekt’. Schrijfster Christine Otten bedacht en presenteerde dit ‘literair variété’ van bekende en onbekende blanke en zwarte schrijvers en muzikanten. Zij wil deze twee werelden openbreken.

Blaxtar, de zwarte hiphopartiest die de avond zou besluiten, verslikte zich in zijn broodje toen de Bibelebonse bus kwam voorrijden:

„Dus het is eigenlijk een excúrsie?”

Kunstminnaars en acquirerend redacteuren liepen naar de kassa, soms met de losheid van mensen die geen toerist willen lijken.

„Ik vind dat jullie dat hele hippe coole best goed trekken. Met z’n allen”, complimenteerde Blaxtar later tijdens zijn optreden. Waarna hij iedereen „Seks!” liet roepen.

Wij hadden het tevoren even over Amerikaanse hiphop, en waarom de Nederlandse variant sympathiek, maar tandeloos is. „Nederlanders houden niet van de oorspronkelijke context”, zei Blaxtar, die als Kevin de Randamie opgroeide in ’t Harde, bij Zwolle. „Want segregatie, dat ‘heeft Nederland niet’. Toch?”

Serieuze hiphopzenders op tv zijn hier opgedoekt. En voor Nederlands entertainment is zwarte woede te veel van het goede. Nederland heeft het tv-programma Ali B op Volle Toeren, van de TROS, waarin de knuffelrapper Ali B wekelijks met zijn getinte rapvrienden een Nederlandse artiest opzoekt. Vervolgens maken ze enthousiast remakes van elkaars hits. Dit resulteert in spectaculaire integratietelevisie (Ronnie Tober die uitroept: „Ik mag het misschien niet zeggen, maar ik hóú van jullie!”)

Blaxtar beaamde dat Bijlmer Boekt het in zich heeft de highbrow-versie van dat programma te worden. „Vroeger kreeg je een geneesmiddel met vijftien scheppen suiker.” Zwarte cultuur: het geneesmiddel. En Kees van Kooten, die Bijlmer Boekt opende: suiker.

Na de fenomenale Van Kooten viel onbedoeld ook wel op hoe „fictieve demonen”, „onstuimige wind” en „lawaai van stilte” het werk van de jongeren nog teisteren.

Kunst is recht voor je raap, zei één van hen.

„De kunst is de inhoudsmaat van de mens”, vond Van Kooten.

Hij schreef op hoe zijn mondhygiëniste op een dag haar mondkapje liet zakken „als een groen kabouterbaardje”. Minder recht voor zijn raap, maar stukken ontroerender.

Zij kwam uit Iran. En haar man was net gestorven.

Van Kooten schreef op hoe een paar radeloze tranen in zijn nog opengesperde mond vielen.

De excuses die ze daarvoor maakte.

Zij: „Spóélt u maar even.”

Hij: „Néé!”

Zo mooi kan klunzig integreren zijn.