Liefdesliedje van 165 miljoen jaar oud

Links een 'vleugelkam' van een moderne sabelsprinkhaan, rechts van een uitgestorven verwant. Beeld PNAS

Hoorde Stegosaurus krekels voordat hij slapen ging? Of was het oerbos stil? Een paleontoloog die de geluiden van vroeger bestuderen wil, heeft meestal pech. Klanken verstenen niet. Toch bieden fossielen soms uitkomst.

Een internationaal team van wetenschappers is het gelukt om het Jurassische getjirp van een uitgestorven insect te reconstrueren. Dat klonk ongeveer zo:

Van het insect zijn alleen de linker- en rechtervleugel bewaard gebleven. Het diertje leefde ongeveer 165 miljoen jaar geleden, in Binnen-Mongolië. Het moet een vroege verwant van de sabelsprinkhanen zijn geweest (ondanks de Nederlandse naam is deze groep insecten nauwer verwant aan krekels dan aan andere sprinkhanen). De paleontologen gaven het uitgestorven insect een toepasselijke soortnaam: Archaboilus musicus.

Net als moderne sabelsprinkhanen, zong A. musicus zijn lied door een getande richel op de ene vleugel over een gave richel op de andere vleugel te schrapen. Als een kam over een plectrum. Omdat de frequentie van de zo geproduceerde toon afhangt van de lengte van de kam, konden de onderzoekers uitrekenen hoe zijn lied geklonken moet hebben. Ze kwamen uit op een hoogte van ongeveer 6.4 kilohertz.

Volgens historisch-botanisch onderzoek bestonden Chinese bossen uit die tijd uit coniferen en gigantische varens. In zo’n omgeving moet het liefdeslied van de musicerende sabelsprinkhaan ver gedragen hebben, denken de onderzoekers, ver boven de ruis van regen, wind en stromend water uit.

Het tsjirpen was niet zonder gevaar. “In de duisternis van het Jurassische woud moet het insect voor het dilemma hebben gestaan om luid en zuiver te zingen, terwijl het tegelijkertijd nachtelijke roofdieren moest zien te ontkomen”, schrijven de onderzoekers. Van verschillende Jurassische roofzoogdieren, zoals Morganucodon, is bekend dat zij ‘s nachts uit jagen gingen.

    • Lucas Brouwers