Jan-Kees is degene die de tent de facto runt

NRC Next Loopbaan. Directeuren Jan en Jan-Kees van Stichting Maatschappelijk Dienstverlening Delfshaven (SMDD). Foto: Peter de Krom

Jan Straetemans (64) en Jan-Kees Meyboom (43) vormen samen de raad van bestuur van de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Delfshaven en van Stichting Ouderenwerk Noord. Ze delen – nog even – een kantoorkamer.

J: „Ik ben al vijftien jaar directeur van deze organisatie. Een aantal jaar geleden zag ik mijn pensioen aankomen. Jan-Kees wilde op dat moment een stap maken. Toen hebben we voorgesteld om de raad van bestuur, die tot dan toe uit mijn persoontje bestond, uit te breiden met Jan-Kees.”

JK: „Zo kwam ik vier jaar geleden op deze kamer. Dat klinkt kinderachtig, maar ik was verschrikkelijk trots.”

J: „Ik vertrek over een maand. Met z’n tweeën een tent runnen gebeurt wel vaker, maar het stokje op deze manier overdragen, is volgens ons tamelijk uniek.”

JK: „Ik mocht de afgelopen drie jaar langzamerhand de baas worden. Jan is steeds meer naar de achtergrond gegaan.”

J: „In het begin was dat zoeken. We hadden afgesproken dat we direct zouden zeggen wat ons dwarszit. Dat is een beetje een zeventigerjaren-afspraak misschien, maar het werkt. Niet opkroppen, praten. En als je iets merkt bij de ander, er gewoon naar vragen.”

JK: „Dat speelde bij het leidinggeven. In het begin wilde jij, Jan, nog wel eens zeggen dat je er anders tegenaan keek. Logisch dat onze mensen dan niet meer naar mij luisterden, maar naar jou. Daar baalde ik stevig van. Maar andersom ook. Als het echt druk wordt en de stress slaat toe, dan zet ik de lijnen uit en negeer ik jou daarin. Jij zei dan: ‘Hallo, ik ben nog niet weg’.”

J: „Zeker het eerste half jaar moest ik best wel slikken. Je moet toch een stapje terug doen.”

JK: „Ik maakte me zorgen dat ik extern niet serieus zou worden genomen. Denken mensen niet: ‘Hij mag het doen totdat het lastig wordt en dan komt Jan’? Ik heb heel stellig laten weten: ‘Ik ben de nieuwe man’. Meer dan had gemoeten misschien.”

J: „Jij hebt je daar altijd veel meer zorgen over gemaakt dan ik. Maar ieder heeft zo z’n onzekerheden…. Eigenlijk wil ik niet weg, het moet omdat ik 65 word.”

JK: „Bezopen.”

J: „Jan-Kees is degene die de tent de facto runt. Op de essentiële punten vraagt hij me wat ik ervan vind. Dan loopt hij soms leeg. En ik luister veel.”

JK: „Luisteren is ook kenmerkend voor onze organisatie die bestaat uit maatschappelijk werkers. Het project Goud Delven had niet bestaan als wij elkaar niet zo goed zouden aanvullen. Kern van het project is dat wij luisteren naar de mensen die hier wonen en dat naar buiten brengen. Het zijn niet de makkelijkste wijken.

„Meningsverschillen hebben we niet veel, maar wel verschillende aanvliegroutes. Jij bent veel meer geneigd om aan mensen te vragen wat ze echt willen. Ik zeg eerder: ‘Ik wil dit. Kun je daar aan bijdragen of niet?’”

J: „Welzijnswerk staat onder druk, als je wilt innoveren dan moet je iemand hebben die dat aanjaagt. Maar de manier waarop ik het doe, is ook nodig.”

JK: „Jij doet daar wel iets wat mensen niet makkelijk kunnen. Je luistert dóór. Zeker op het moment dat ik over dingen twijfel of erg zoekende ben, ben ik vaag. Jij moedigt lef aan. Ik maak me echt een beetje zorgen over hoe dat straks moet.”

J: „Je kunt altijd bellen.”

JK: „Daar vinden we wel wat op. Als Jan weg is, gaan we twee dingen veranderen: ik ga meer werken en ik ga deze kamer uit. We hebben de huur opgezegd wegens bezuinigingen.”

J: „Dat is misschien niet eens zo gek. Je sluit een periode af.”

JK: „Maar ik mis het overgangsmoment, dat heb ik je niet verteld, Jan: ik had me voorgenomen dat als je weg zou gaan ik deze kamer drastisch zou veranderen, als symbool van de nieuwe tijd. Mooie houten tafel, praktische stoelen. Die verschrikkelijke schilderijen van je de deur uit.”

J: (lacht) „Ik gun het iedereen om zo langzaam te vervagen. Maar ik zie ons op vrijdag nog wel koffie drinken.”

Met je collega(’s) in dezerubriek? Aanmelden kan via werk@nrc.nl

    • Laura van der Wal