‘Ik wilde van mijn grote liefde af’

Mia Hansen-Løve is een van de grote talenten van de Franse cinema. In haar nieuwe film buigt ze zich over haar eigen jeugdliefde. „Ik wil zo vrij mogelijk zijn.”

Mia Hansen-Løve: ,,De film begint pas na vijftig minuten.” Foto NRC Handelblad, Leo van Velzen

Mia Hansen-Løve (30) is een van de meest getalenteerde jonge regisseurs van Frankrijk. Ze debuteerde met Tout est pardonné (2007), over een dochter en haar aan drugs verslaafde vader. Haar vorige film Le père de mes enfants (2009) was geïnspireerd door de tragische dood van de Franse filmproducent Humbert Balsan en werd onderscheiden op het filmfestival van Cannes. Haar autobiografische nieuwe film Un amour de jeunesse gaat over haar eerste grote liefde. Hansen-Løve heeft een relatie met de regisseur Olivier Assayas (Carlos) die haar als 17-jarige haar eerste filmrol gaf in Fin août, début septembre (1998).

Un amour de jeunesse heeft een klassiek onderwerp: de eerste liefde tussen adolescenten. Wat dacht u nog aan alle andere films daarover te kunnen toevoegen?

„Het is zeker niet mijn bedoeling geweest om een klassieke film te maken. Voor mij is dit ook geen traditionele film, want dat zou betekenen dat ik werk met de traditionele archetypen over de liefde. Dat heb ik juist willen vermijden. De film staat heel dicht bij mijn eigen leven en mijn eigen eerste liefde. Voor mij is de film ook niet zozeer een liefdesverhaal, maar het verhaal van een meisje dat haar roeping vindt in het leven, en over het verband tussen liefde, lijden en creativiteit.’’

Bedoelt u het romantische idee dat de kunstenaar moet lijden?

„Helemaal niet. Ik ben simpelweg uitgegaan van mijn eigen leven: dat liefde, verdriet en creativiteit samen gaan. Dat is realiteit, geen fantasma. Alle films die ik tot nu toe heb gemaakt zijn geïnspireerd door de werkelijkheid, door mensen die ik kende, maar deze film heeft een veel directere relatie met mijn eigen leven. Die confrontatie wilde ik aangaan.”

Uiteindelijk vindt uw hoofdpersoon, Camille, haar roeping in de architectuur.

„Dat is voor mij het hart van de film: dat ze erin slaagt om haar verdriet om te zetten in creativiteit.”

Ze blijft een gesloten, enigszins mysterieus personage.

„Daarom is dit voor mij ook een moderne film, en geen klassieke. Ik leg niet stap voor stap uit wat er met mijn personages gebeurt. Ik geef niet aan elk personage een cv. Ik laat alleen momentopnamen zien, de verbanden blijven in de schaduw, buiten het gezichtsveld van de kijker.”

Heel onklassiek is ook de structuur, net als in uw vorige film Le père de mes enfants. Bij u vindt de meest ingrijpende gebeurtenis vaak in het midden van de film plaats, en niet aan het einde of het begin.

„Ja. Ik probeer zo vrij mogelijk te zijn als ik aan het scenario schrijf. Vrijheid is voor mij een voorwaarde om op enige manier de waarheid te kunnen benaderen. Ik probeer me niets aan te trekken van vaste schema’s. In dat opzicht heb ik het geluk gehad dat ik nooit de filmacademie heb bezocht of een handboek scenarioschrijven heb gelezen.”

Heeft u een speciale fascinatie voor de nasleep van ingrijpende gebeurtenissen?

„Dat is wel wat mijn drie films tot nu toe verbindt. Ze beginnen eigenlijk pas echt op het moment waarop andere films stoppen. In Un amour de jeunesse zie je het stel eerst als ze nog heel jong en verliefd zijn. Dan vertrekt hij voor een lange reis naar Zuid-Amerika. Zij moet beslissen of ze verder wil met haar leven of niet, en als ze verder wil: hoe dan? Daar begint voor mij eigenlijk pas de film. Maar die duurt dan al vijftig minuten.”

Is de architectuur in de film een metafoor voor de cinema?

„Geen metafoor, meer een verplaatsing. Ik had natuurlijk nog dichter bij mezelf kunnen blijven en haar film kunnen laten ontdekken en verliefd kunnen laten worden op een andere filmmaker. Maar zo schrijf ik nooit. Ik wil ook nieuwe dingen ontdekken, als ik een film maak. Zelfs met Le père de mes enfants, dat in de filmwereld speelt, heb ik nieuwe dingen geleerd. Die film gaat over een producent en ik wist eigenlijk niks van produceren. Ik kende de filmwereld alleen van de andere kant, als regisseur.”

Uw grote thema lijkt in al uw films te zijn: de scheiding en het gescheiden zijn van de personages.

„Dat klopt, maar gaan niet bijna alle films daarover? Wie heeft daar geen ervaring mee? Mijn eerste twee films gingen over meisjes die hun vader kwijtraken. Maar na die twee films begon ik me af te vragen of de echte grote scheiding in mijn leven niet eerder die van mijn eerste grote liefde was. Ik heb die eerdere twee films misschien gemaakt om daar niet mee bezig te hoeven zijn. Ik had misschien gelogen door daar niets over te zeggen. Ik wilde daar eerlijk over zijn voor mezelf, ook om er eindelijk vanaf te kunnen komen.”

Heeft u zo’n scheiding meegemaakt met uw eigen vader?

„Helemaal niet. Mijn vader zal zich wel afvragen waarom ik hem steeds dood laat gaan in film na film. Maar mijn grootvader heeft zelfmoord gepleegd. Dat was een grote tragedie. Hij had zes kinderen, mijn vader was de oudste. Er zit weliswaar een generatie tussen, maar dat heeft toch grote invloed gehad op mijn leven.”

In uw film gaan de personages naar de biscoop. Na afloop zegt de jongen, die de film maar niks vond: ‘Die film was zo Frans.’ Ironische zelfkritiek?

„Nee. Zo Frans ben ik niet. Mijn vader is half-Deens. Maar ik vond het wel amusant om de critici alvast een stok te geven om me mee te slaan.”

Een collega zei me precies dat over uw film: de film is zó Frans.

„Echt waar? Dat wil ik helemaal niet horen!”

Dat komt misschien doordat er in Frankrijk een bepaalde traditie bestaat om in films over de liefde te filosoferen?

„Ik ben gek op Franse films, laat ik dat voorop stellen. Maar ik heb er juist voor gekozen om mijn personages niet de hele tijd met hun eigen gevoelens bezig te laten zijn, zoals in sommige Franse cinema. Ze zijn ook niet heel welbespraakt. Ik heb juist lange scènes die zich in stilte voltrekken, zonder dialoog.”

Volgens sommige sociologen bestaat het idee van de eerste, grote liefde helemaal niet meer. Mensen zijn daar veel nuchterder in geworden, ze gaan in hun leven verschillende, tijdelijke relaties aan.

„Als de film in het heden zou spelen zou ik waarschijnlijk een andere film hebben gemaakt. Natuurlijk bestaan er nog grote passies, maar de manieren van communiceren zijn totaal veranderd. Vijftien jaar geleden hadden we geen mobiele telefoon, geen internet. We schreven elkaar brieven en dat was in die tijd helemaal niet zo uitzonderlijk. Dat is geen romantisch idee, dat ging toen echt zo. Tot mijn meest gekoesterde bezittingen behoren nog steeds de brieven die ik heb van mijn eerste geliefde. Op den duur zullen die nieuwe communicatiemiddelen misschien ook de gevoelens veranderen.”

U verwijst vaak naar de werkelijkheid. De verhouding van film met de werkelijkheid vindt u belangrijk?

„Ja. Kunst moet je dichter bij de wereld brengen en niet van de wereld vervreemden.”

‘Un amour de jeunesse’ komt 16 februari uit.

    • Peter de Bruijn