Griekse exit geen taboe meer bij rest Europa

De kans dat Griekenland op 20 maart failliet gaat, wordt steeds groter. De animositeit tussen de Grieken en hun Europese helpers groeit met de dag. Wie betrokkenen aan Europese zijde naar de besprekingen over de Griekse schuldenberg vraagt, krijgt steeds vaker te horen: rien ne va plus.

Onder het oog van de oproerpolitie schreeuwt een deelnemer aan de algemene staking, gisteren in Athene, haar onvrede uit over de bezuinigingsmaatregelen die van Griekenland worden geëist. Foto AFP

„Geen sprake van dat we landen aan de Middellandse Zee niet in de eurozone hadden moeten opnemen! De euro is opgezet met het idee dat iedereen op een dag meedoet.”

In een Brussels hotel vierde de Fransman Jacques Delors gisteren de twintigste verjaardag van het Verdrag van Maastricht. Dat verdrag leidde tot de invoering van de euro. Wijze lessen uit het verleden, zei de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, „kunnen ons nu de weg wijzen”.

De zaal zat vol grijze hoofden, passé als hijzelf: voormalige eurocommissarissen, oud-ministers, een ex-staatshoofd zowaar. Van Europa’s huidige politieke leiders, voor wie Delors’ lessen bestemd waren, kwam er niet één opdagen. Zij worden totaal in beslag genomen door de schuldencrisis, die een cruciale, nieuwe fase ingaat nu het vertrouwen tussen de ‘trojka’ en Griekenland verdwenen is. „Zij hebben het helemaal met elkaar gehad”, zegt een betrokkene.

Deze trojka, vertegenwoordigers van Europese Commissie, Europese Centrale Bank (ECB) en Internationaal Monetair Fonds (IMF), onderhandelt in Athene over nieuwe bezuinigingen en hervormingen. Als Griekenland die niet doorvoert, krijgt het geen tweede pakket leningen van 130 miljard euro en helpen banken niet mee de Griekse schuldenlast verlichten. Als er niet snel een deal komt, gaat het land in maart met een klap failliet.

Maar Griekse politici eisen veranderingen. Ze zijn de oekazes uit het noorden zat en klagen dat ook eurolanden beloftes niet waarmaken. Ook profileren de politici zich, met stakingen op straat, voor de verkiezingen in april.

De trojka heeft genoeg van het gemarchandeer van de Grieken, en is hard als beton – vooral ECB en IMF, naar verluidt. Zelfs persoonlijke verhoudingen zijn nu zó slecht, dat zelfs àls er vandaag of morgen een akkoord uitrolt over dat tweede pakket, de kans groot is dat het over twee, drie maanden alsnog spaak loopt.

Daarmee dringen zich vragen op die tot dusver politiek taboe waren: kan Griekenland wel in de eurozone blijven? En wat betekent een Griekse exit voor andere eurolanden?

De Commissie nam gisteren afstand van de uitspraak van eurocommissaris Neelie Kroes, dat er „geen man overboord is” als Griekenland uit de eurozone gaat. Commissievoorzitter José Manuel Barroso zei dat „wij Griekenland in de euro willen houden. De kosten van een faillissement zijn vele malen hoger dan als we Griekenland met leningen blijven ondersteunen”.

Een Europese functionaris sneerde: „Er zijn een paar eurocommissarissen met toegang tot het Griekse dossier en mevrouw Kroes hoort daar niet bij”. Iemand anders vertelde dat Kroes al vóór Griekenland de eerste leningen kreeg, twee jaar geleden, in de wekelijkse commissarissenvergadering had gezegd dat eurolanden de regie van Athene moesten overnemen, omdat het anders een zootje zou worden.

Dat de Commissie een deal over het tweede leningenpakket niet op het moment suprême wil torpederen, is begrijpelijk. Maar Kroes’ uitlatingen komen niet uit het niets. Premier Mark Rutte en minister Jan Kees De Jager (Financiën) bevestigden ze [zie: inzet hierboven].

Ook de Duitse minister Wolfgang Schäuble bereidt zich voor op de ineenstorting van het Griekse hulpprogramma. Hij bedacht het plan om leningen voor Athene op een aparte rekening te zetten waar de Grieken niet bij kunnen. Eerst worden de schuldeisers, waaronder eurolanden zelf, afbetaald – van de rest mogen Griekse ambtenarensalarissen van betaald worden. De Grieken voelen zich gekrenkt door deze procedure, die de toch al neokoloniale verhoudingen openlijk vastlegt.

Bondskanselier Angela Merkel vindt een Griekse euro-exit te riskant. „De gevolgen”, zei ze gisteren tegen Duitse studenten, „zijn niet te overzien.” Griekenland heeft een voorbeeldfunctie. Als de eurozone zo’n nietig economietje niet overeind kan houden, verkopen beleggers meteen hun Portugese en Spaanse staatsobligaties. Dat brengt enkel méér ellende. „Ik wil dat Griekenland in de euro blijft.”

Wie betrokkenen aan Europese zijde over de onderhandelingen hoort, krijgt daar een hard hoofd in. Niemand wil geciteerd worden, maar allen zeggen: rien ne va plus. De trojka, die steeds moet bepalen of Griekenland nieuwe leningen ‘verdient’, verwijt het land niet genoeg te doen. Vandaar dat Athene elke twee maanden méér moet snijden.

De vorige premier, George Papandreou, piepte, maar probeerde te gehoorzamen. Zijn opvolger Lucas Papademos, voormalig ECB’er, is econoom en betwist maatregelen soms op inhoud. Ook zegt hij dat eurolanden hun huiswerk evenmin doen. Griekse rentes zijn ondanks beloftes uit maart 2011 nog niet omlaag. Athene betaalt veel meer op de leningen dan Dublin en Lissabon.

En over meebetalende banken is men in Brussel driemaal van mening veranderd: eerst moest de haircut 21 procent zijn, toen 50, nu 70. Zo ging een half jaar verloren. Papademos beaamt dat Grieken hervormingen traag doorvoeren – wat wil je, met een niet-functionerende overheid? Laat eurolanden mensen sturen, om te helpen.

In deze hectische dagen voert iedereen de druk op de ander op. Zo werkt de politiek. Maar àchter de politiek, zei Delors gisteren, „moet een wil zijn om samen te werken”. Hét probleem met Griekenland zit daar: dat die wil omslaat in weerstand.

    • Caroline de Gruyter