Foto onbekende stam blijkt pr-stunt van actiegroep

De ‘onbekende stam’ van Peruaanse indianen op de foto’s die vorige week naar buiten kwamen, heeft al jaren contact met de buitenwereld. Media namen het nepnieuws over, met een slag om de arm.

De Mashco-Piro-indianenstam in Zuidoost-Peru op een foto die vorige week werden verspreid door actiegroep Survival International. Foto Reuters

Het is een intrigerende foto. Een groepje indianen – een man, twee jonge vrouwen en drie kinderen. De man, één van de vrouwen en een jongen zitten op een omgevallen boomstam en kijken nieuwsgierig in de richting van de camera. Ze dragen weinig kleding en het is niet te zien van welk materiaal die is gemaakt.

Survival International, een Britse actiegroep die opkomt voor bedreigde inheemse volken, stuurde deze opname vorige week de wereld in met het opwindende bijschrift „de meest gedetailleerde waarneming van ongecontacteerde indianen ooit vastgelegd op camera”. De foto ging alras rond met begeleidende teksten als ‘onbekende indianenstam gevonden’ en ‘indianen die nog nooit in contact zijn geweest met de buitenwereld gefotografeerd’.

De foto leidde tot een mediahype. Veel kranten en websites schreven een veilig bericht over een unieke foto van een indianenstam in Peru. Sommige media trokken echter spannendere conclusies. Fox News in de Verenigde Staten berichtte over een stam die in decennia niet gezien was. Volgens de conservatieve omroep waren antropologen verheugd met deze unieke ontdekking. De Britse krant The Mirror schreef dat er met deze indianenstam nog nooit eerder contact was geweest. De regionale Nederlandse krant De Gooi- en Eemlander volgde de bewering van de belangenorganisatie: „Dit zijn leden van een stam in Peru die nog niet met de buitenwereld in contact zijn geweest. Dat beweert tenminste de beweging voor inheemse volksstammen Survival International.”

De kleine mediahype maakt nieuwsgierig naar de achtergrond van foto en stam. De foto is in november vorig jaar gemaakt door de Spaanse archeoloog Diego Cortejo, die op kosten van het Spaanse Geografisch Genootschap onderzoek doet naar inscripties in steen in het nationale park Manú. Dat park ligt in het oosten van Peru, in het regenwoud aan de voet van de Andes. Cortejo voer langs de rivier de Madre de Dios, die aan de Braziliaanse grens uitstroomt in een zijrivier van de Amazone. Touroperators gespecialiseerd in ecotoerisme organiseren steeds vaker trips langs deze rivier. Cortejo bezocht vorig jaar een dorp van Matsiguenka-indianen die aan de rand van het park leven en die zijn opgenomen in de grotere Peruviaanse samenleving. Daar vertelde ene Nicolas Flores hem dat er aan de oevers van de Madre de Dios sinds mei vorig jaar regelmatig groepjes Mashco-Piro opduiken. Dat is een indiaans volk van enkele honderden zielen dat in het verleden contacten met de buitenwereld had gemeden. Flores beheerste meerdere indiaanse talen en kon hen verstaan. Zij vroegen om machetes, potten en pannen. Flores leverde die en hield contact.

Maar toen ging er iets mis. In oktober werd een parkopzichter verwond door een pijl. Op dezelfde dag dat Cortejo, nieuwsgierig geworden, vanuit een boot en met een sterke telelens de foto maakte van de Mashco-Pirofamilie, werd Nicolas Flores dodelijk getroffen door een pijl in zijn hart. De Matsiguenka schreven deze aanval toe aan de Mashco-Piro, want ze herkenden hun pijlen. Naar het motief voor de moord op Flores kunnen we alleen gissen. Verweten ze hun nieuwe vriend dat hij vreemdelingen op hen had afgestuurd?

Het zal duidelijk zijn dat we hier niet te maken hebben met een ‘onbekende stam’. De Mashco-Piro hebben een naam, de autoriteiten en naburige indiaanse gemeenschappen zijn op de hoogte van hun bestaan, en sommigen kunnen met hen communiceren in hun eigen taal.

Survival International, die de foto de wereld in stuurde, spreekt van ‘ongecontacteerde’ indianen. Dat is een wat dubbelzinnige term, die suggereert dat deze mensen geen contacten onderhouden buiten de eigen groep en dat ook nooit eerder hebben gedaan. Dat doen de Mashco-Piro wel: met naburige gemeenschappen, met wie ze ruilhandel drijven of waar ze vrouwen roven. Dergelijke kleine gemeenschappen zijn aangewezen op bruiden van buiten, gezien het incestverbod. ‘Geïsoleerd’ is dan ook een betere term.

Het is een kwestie van attentiewaarde: hoe trek je door je woordkeus de meeste aandacht? Survival International neemt het op voor de nog resterende gemeenschappen van jagers en verzamelaars, die, door omstandigheden of uit vrije keus, nauwelijks communiceren met de geglobaliseerde wereld. Van zulke groepen zijn er wereldwijd nog zo’n honderd. De meeste leven in de regenwouden van het Amazonebekken en in het ontoegankelijke bergland van Nieuw-Guinea. Ze staan vaak onder druk van boskap- en mijnbouw, die hun leefmilieu aantasten. Ze hebben geen weerstand tegen besmettelijke ziekten die worden overgebracht door indringers van buiten.

Survival International wilde met de foto van Cortejo aandacht vragen voor het lot van de Mashco-Piro. Beatriz Huerta, een antropoloog in dienst van Peru’s departement van Inheemse Zaken, denkt dat hun leefmilieu steeds minder geïsoleerd is, omdat er hout wordt gekapt. Bovendien wordt even buiten het nationale park Manú gezocht naar gas en olie.

Cortejo kreeg de indruk dat de Mashco-Piro buitenstaanders op afstand houden, maar wel tuk zijn op kapmessen en kookgerei. Die hebben ze kennelijk leren waarderen.