Een wildgroei aan databases

Google wil zijn imperium beter organiseren. Maar alle informatie op één plek verzamelen roept privacyvragen op.

Redacteur Technologie

Rotterdam. Het was een vriendelijk mailtje dat afgelopen week bij alle Google-gebruikers in de bus viel: „Dear Google user, we willen af van de zestig verschillende privacyvoorwaarden van onze webdiensten. In plaats daarvan vervangen we deze per 1 maart door iets simpels.”

Maar zo simpel is het niet als je een wijziging aanbrengt in producten die maandelijks meer dan een miljard verschillende bezoekers trekken (cijfers van mei 2011). Google kreeg meteen vragen van Amerikaanse Congresleden en Europese autoriteiten voor bescherming van persoonsgegevens.

Wat is er aan de hand? Google begon in 1998 als zoekmachine, maar heeft een imperium opgebouwd aan webdiensten. Op Google.com staan ze opgesomd bovenaan het scherm: Agenda, Kaarten, Foto’s, Documenten, Gmail, YouTube en sociaal netwerk Google+. Op al deze plekken verzamelt het bedrijf gegevens van gebruikers. Zo bewaart Google de zoekgeschiedenis om relevante resultaten te presenteren en slaat YouTube gegevens op om suggesties te geven voor andere filmpjes.

Google gebruikt geanonimiseerde gegevens van klanten om adverteerders te bedienen en verdient 36 miljard dollar per jaar met zulke advertenties op maat.

De Google-diensten zijn achter de schermen nog niet altijd met elkaar verbonden. Zelfs als je met een Google-account inlogt, worden de persoonlijk gegevens vaak in aparte databases bewaard. Videosite YouTube gebruikt bijvoorbeeld andere zoektechnologie dan Google Search en er gelden andere voorwaarden. „Een gebruiker die recepten zoekt in onze zoekmachine kunnen we nu geen suggesties voor bijpassende YouTube-filmpjes doen, al gebruikt hij dezelfde Google-account.”

Het zou handig zijn als je de gegevens van de Google-diensten met elkaar kunt uitwisselen, zegt het internetbedrijf. Dat lost ook bij Google achter de schermen veel problemen op: daar is in veertien jaar tijd een wildgroei aan databases ontstaan.

Dat klinkt logisch, maar het is begrijpelijk dat databeschermingsautoriteiten toch om uitleg vragen. Het College Bescherming Persoonsgegevens legde Google al een dwangsom op na het privacy-debacle van StreetView (waarbij Googles camera-auto’s ongevraagd gegevens van wifi-netwerken bewaarden). Bovendien lopen er onderzoeken naar Google wegens machtsmisbruik en een beoogde overname van telefoonfabrikant Motorola. Google reageerde met een brief aan het CBP, waarin het bedrijf zegt dat er „geen nieuwe gegevens worden verzameld en de privacyinstellingen niet veranderen”.

Maar de waarde van de Google-profielen verandert wel. Door gebruikersgegevens te combineren, creëert Google een soort supergebruiker, die adverteerders meer mogelijkheden biedt dan nu het geval is. De zoekgeschiedenis geeft informatie over je locatie, interesses, leeftijd, seksuele geaardheid, religie, muzikale voorkeur, gezondheidsproblemen, etc. Met die data kan Google ook de 800 miljoen YouTube-gebruikers nauwkeuriger van advertenties op maat voorzien.

De rijke profielen van Googles ‘supergebruikers’ vormen een belangrijk wapen in de strijd tegen concurrent Facebook, dat meer weet van 845 miljoen internetters dan wie ook. De naadloze integratie van apps en websites, gekoppeld aan de identiteit van gebruikers, levert Facebook een schat aan informatie en een marktwaardering van 100 miljard dollar op.

Door de diensten te koppelen maakt Google een broodnodige inhaalslag waarvan ook Google+ (nu 62 miljoen gebruikers) kan groeien. De wijziging past in de strategie van de nieuwe topman, Larry Page. Hij sneed rigoureus in de deelprojecten. Google moet zich weer concentreren, vindt Page. Om te beginnen door het beste uit de gebruikersdata te halen.

Wat doe je als je niet wilt dat je zoekgeschiedenis uit verschillende diensten met elkaar wordt gecombineerd? Bij Google Dashboard kun je instellen welke gegevens het bedrijf van je bewaart en inziet. Of anders: open een tweede Google-account en gebruik die in een andere browser.