Druk op Nederland om ‘Schengen’-veto op te geven groeit

Nederland laat Bulgarije en Roemenië bungelen bij de toetreding tot de Schengen-zone, ondanks de voortgang bij corruptiebestrijding die Brussel vandaag meldt.

Roemenië en Bulgarije moeten van de Europese Commissie nog hard werken aan de bestrijding van corruptie en misdaad in hun land. Van die conclusie van vanochtend, in de halfjaarlijkse beoordeling van de twee landen, hangt veel meer af dan in eerdere jaren.

Tot grote irritatie van heel wat EU-landen eist Nederland dat er twee opeenvolgende positieve beoordelingen zijn van ‘Brussel’, voordat Roemenië en Bulgarije kunnen worden toegelaten tot de vrij-reizenzone Schengen. Roemenië en Bulgarije staan al sinds hun toetreding tot de EU in 2007 onder speciaal toezicht.

De meeste EU-landen en de Commissie zelf willen niet meegaan in die manier van denken: formeel hebben de rapporten over corruptie en criminaliteit niets te maken met de criteria voor toetreding tot Schengen – en aan die officiële criteria (zoals de kwaliteit van de grensbewaking) voldoen de twee landen.

Toch worden de beoordelingen van Roemenië en Bulgarije nu preciezer gelezen dan de afgelopen jaren: zou de vooruitgang die de Commissie óók ziet, genoeg zijn voor Nederland? In Roemenië werden wetten aangenomen om de rechtspraak transparanter te maken en in Bulgarije is er nu een speciaal hof voor de georganiseerde misdaad.

Staatssecretaris Ben Knapen (Europese Zaken, CDA) kwam vanochtend met een reactie die niet duidelijk maakte of het glas voor Nederland halfvol is of halfleeg. „Er is vooruitgang zichtbaar in beide landen, met name in Roemenië. Het is een stapje vooruit, maar er moet nog het nodige gebeuren.” Hij wijst erop dat volgens de Commissie in Roemenië er nog te weinig resultaat isin de bestrijding van corruptie bij openbare aanbestedingen en in Bulgarije zijn er nog misstanden bij de benoemingen en bevorderingen van de rechtelijke macht.

Nederland zal de twee rapporten gaan bestuderen, zei Knapen ook. In de zomer komt de Commissie met een politieke analyse over Roemenië en Bulgarije en dan komt Nederland met zijn oordeel.

Als Nederland de beoordelingen van vandaag meteen ‘negatief’ had genoemd, was de blokkade van Roemenië en Bulgarije met een vol jaar verlengd. De twee landen blijven nu bungelen – misschien lukt het nog deze zomer – en tegelijk zal de druk op Nederland toenemen om van standpunt te veranderen.

Die komt vooral van andere Oost-Europese landen, Polen voorop. Ook EU-voorzitter Denemarken wil dat er snel een beslissing komt. De EU-regeringsleiders praten er weer over op hun topbijeenkomst in maart. Een van hen zei onlangs anoniem dat het „een grote schande” is dat Nederland „net voor het eind van de wedstrijd de spelregels verandert”.

Europese ambtenaren en diplomaten proberen te volgen hoe het politiek gaat in Nederland: de SP die stijgt in de peilingen, de PVV die van de Oost-Europeanen een steeds groter thema maakt. Maar ze zien ook hoe Nederland er in Europa gezien voorstaat: het is opvallend welke landen zich er níet druk over maken.

Duitsland en Frankrijk, die eerder ook twijfels hadden over de toetreding van Bulgarije en Roemenië, lijken het wel comfortabel te vinden dat Nederland moeilijk doet. President Sarkozy hoeft in zijn verkiezingscampagne niet uit te leggen waarom de grenzen met die twee landen verdwijnen. En Duitsland ging niet van harte akkoord met een compromis, waarbij eerst alleen de lucht- en zeehavens van de twee landen bij Schengen zouden komen en daarna pas de landsgrenzen. Maar ze hebben geen last van een Roemeense president die voor de camera’s pleit voor een boycot van Franse of Duitse producten. President Basescu riep de Roemenen in december op geen groenten uit Nederland te kopen.

    • Petra de Koning