Directeurenpensioen valt vaak tegen

Ook bestuurders en directieleden blijken vaak minder pensioen te hebben opgebouwd dan gedacht. Verzekeraars slaan alarm.

De pensioencrisis raakt niet alleen pensioengerechtigden in loondienst. Ook directieleden en bestuurders van grote ondernemingen die hun pensioenrechten hebben ondergebracht bij verzekeraars, kunnen niet meer automatisch rekenen op een solide oudedagsvoorziening. Bestuurders die dachten pensioenrechten te krijgen gebaseerd op het laatstverdiende of gemiddelde loon, komen er nu achter dat het opgebouwde pensioenkapitaal vaak onvoldoende is om de oudedagsvoorziening te dekken.

Verzekeraars zijn deze maand begonnen met een campagne om hun cliënten te wijzen op tegenvallers in hun pensioenvoorziening. Volgens Rogier Kerkhof, directeur pensioenen bij adviesbureau Hay Group, gaat het om duizenden directeuren en bestuurders die te maken krijgen met een lager pensioen omdat er onvoldoende geld is ingelegd. „Bestuurders denken vaak dat zij een geïndexeerd pensioen opbouwen. Maar dat is vaak niet het geval. Daar komen ze nu pas achter als ze tussentijds uit dienst treden, of op de pensioendatum zelf.”

Volgens Kerkhof is reparatie achteraf vaak lastig. „Het bedrijf moet dan meer geld in de pot stoppen en daar zijn het bestuur, of anders wel een raad van toezicht of raad van commissarissen niet altijd toe bereid. Maar ook pensioenverzekeraars, zoals Aegon of Nationale Nederlanden zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met een dalende rentestand, terwijl veel pensioenpolissen zijn afgesloten op basis van een rentestand van 4 à 5 procent.” De werkelijke rente schommelt rond de 2 procent (zie grafiek).

Het Verbond voor Verzekeraars schat dat enkele honderdduizenden cliënten, waaronder topfunctionarissen in het bedrijfsleven, een pensioenregeling hebben die óf gebaseerd is op premieopbouw, waarbij het beleggingsresultaat en de marktrente bepalend zijn voor de pensioenuitkering, óf gebaseerd op een kapitaalverzekering waarvan de hoogte na pensionering ook afhankelijk is van de rentestand.

Zij ontvangen weliswaar sinds 2008 een Uniform Pensioenoverzicht (UPO) met informatie over de te verwachten pensioenuitkering of opgebouwd kapitaal. Maar daarbij werd in prognoses uitgegaan van een rente van 4 procent. In het nieuwe UPO wordt nu gewaarschuwd dat de rentestand aanzienlijk lager is. „En is het aan te kopen pensioen dus ook aanzienlijk lager.”

Met name bestuurders die op korte termijn met pensioen gaan, kunnen voor onaangename verrassingen komen te staan. Hoewel het verbond optimistisch blijft over de toekomst: „ Een rendementsverwachting van 4 procent wordt op lange termijn bezien haalbaar geacht.”

Veel verzekeraars hebben te lang gewacht met het geven van adequate informatie, vindt Kerkhof. „En voor bestuurders zelf is hun pensioenperspectief niet iets waar je makkelijk over praat tijdens het golfen.” Hij noemt het voorbeeld van een directeur van een beursgenoteerd bedrijf. „Die zag zijn pensioenrechten met 10 tot 20 procent verminderen. Dan gaat het om 55.000 of 63.000 euro, in plaats van 70.000 euro per jaar.”

Ook verzekeraars hebben te maken met de toegenomen levensverwachting van hun cliënten. „Daarmee is bij die directiepensioenen vaak geen rekening gehouden. Ook daardoor krijgt een bestuurder een lager dan gewenst pensioen.”

    • Jos Verlaan