Democraat die vergaderde op de bodem van de oceaan

Mensenrechten- en klimaatactivist Mohamed Nasheed trad gisteren af als president van de Maldiven. Hij vreesde dat aanblijven zou leiden tot bloedvergieten.

Nasheed na vergadering Foto AFP

In de aanloop naar de grote klimaattop in Kopenhagen in 2009, vroeg president Mohamed Nasheed van de Maldiven aandacht voor klimaatverandering met een kabinetszitting op de zeebodem. Dit stond, zei hij, zijn eilandenrijkje in de Indische Oceaan, dat nergens meer dan twee meter boven de zeespiegel uitsteekt, te wachten. Gezeten aan een tafel een paar meter onder water tekende hij een document waarin hij de wereld opriep opwarming van de aarde serieus te nemen. Kort nadat hij in november 2008 de eerste democratisch gekozen president van de Maldiven werd, besloot zijn regering daarom een deel van de miljardeninkomsten uit de toeristenindustrie opzij te zetten om ooit een nieuw land te kopen.

Nog belangrijker dan klimaatverandering, vond Nasheed de democratische ontwikkeling van de ongeveer 1.200 eilandjes waarvan er zo’n 200 bewoond zijn, die samen de Maldiven vormen. Maar juist daarin leek gisteren de klad te komen, toen hij zich gedwongen zag af te treden. Hij sprak zelfs van een staatsgreep door zijn politieke tegenstanders.

Na zijn studie maritieme wetenschap in Liverpool keerde hij in 1989 terug naar zijn geboorteland. Hij wierp zich op als criticus van president Maumoon Abdul Gayoom, die al dertien jaar aan de macht was – en dat tot 2008 zou blijven. Zestien keer zat Nasheed in de gevangenis, meestal zonder aanklacht.

In 2003 ontvluchtte hij het land en tijdens een zelfgekozen ballingschap in Sri Lanka en Groot-Brittannië, richtte hij de Maldivische Democratische Partij op. Twee jaar later keerde hij terug naar zijn land, waar in juni 2005 politieke partijen legaal werden verklaard. Nasheed bouwde een netwerk van partijafdelingen op, tot in de uithoeken van de kleinste eilandjes. Maar in augustus van dat jaar werd hij alweer gearresteerd tijdens een herdenking van een met geweld neergeslagen vreedzame demonstratie in 2003.

Nasheed ging op verdenking van terrorisme opnieuw de cel in. Maar het bewind was zijn greep op de macht aan het verliezen en zag zich, onder internationale druk, gedwongen om de weg vrij te maken voor presidentsverkiezingen in 2008.

Nasheed won met gemak, maar dat betekende niet dat hij het moslimlandje daarna zonder tegenwerking in een liberale democratie kon veranderen, zoals hij wilde. In het parlement was de partij van Gayoom nog steeds machtig en vooral bij politie en justitie was veel steun voor de oude machthebbers.

Volgens critici had Nasheed daar te weinig oog voor. In zijn drang om de politieke erfenis van Gayoom uit te wissen, besteedde hij onvoldoende aandacht aan zijn coalitiegenoten, die hij nodig had voor een parlementaire meerderheid. Zijn tegenstanders gebruikten de kwakkelende economie om het verzet tegen Nasheed aan te wakkeren. Radicale moslims gingen de straat op en vernielden een boeddhabeeld in de hoofdstad Male, dat een geschenk was van Sri Lanka. De politie weigerde tegen de protesten op te treden.

Toen Nasheed vorige maand de hoogste strafrechter liet arresteren, die corrupte politici zou afschermen voor vervolging, overspeelde hij zijn hand. „Dit was geen volksopstand”, zei een anonieme functionaris gisteren tegen The New York Times. Zelf sprak Nasheed vanochtend ook van „een coup”. Hij had het leger kunnen inzetten om een einde te maken aan de onrust. Maar het tekent hem dat hij liever aftrad dan met geweld vast te houden aan de macht.