De typograaf is een bevrijder van het woord

The Printed Book: a visual history. T/m 13/5 Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Oude Turfmarkt 129 (Rokin), Amsterdam. Inl: bijzonderecollecties.uva.n ****l

Klein en bescheiden, maar toch met krachtige uitstraling pronkt daar de eerste pocketuitgave uit de geschiedenis. De Venetiaanse drukker Aldus Manutius bracht sinds 1501 kleine boekjes uit op octavoformaat, dat betekent 10 x 16,5 centimeter. Het betreft een poëziebundel die nog een bijzonderheid kent: voor het eerst werd de tekst gezet in cursief, de schuine letter.

Op de voorbeeldig ingerichte tentoonstelling The Printed Book: a visual history treft de bezoeker nog meer pockets aan. Maken we de sprong in de tijd naar 1949 dan prijkt verderop het herziene, definitieve ontwerp van de nog altijd klassiek ogende Penguin Books, gemaakt door Jan Tschichold. Het betreft Without my cloak van Kate O’Brien. Twee horizontale heloranje banden, afgewisseld door een lichte band, lopen over het omslag. Tschichold hertekende ook de vrolijke pinguïns en zorgde voor het nieuwe binnenwerk. Samensteller van de tentoonstelling Mathieu Lommen, conservator grafische vormgeving bij de Bijzondere Collecties, wijst op de overeenkomsten tussen beide uitgaven. „Het lijkt een simpele waarneming, maar de rechthoek vormde de basis voor tal van vernieuwingen in de boekdrukkunst”, legt hij uit. „Waarden als helderheid, evenwicht en overzichtelijkheid vormden de idealen van boekdrukkers en typografen.” De tentoonstelling bevat de canon van de westerse boekvormgeving. Uit het bezit van zo’n vier miljoen boeken die tot de Bijzondere Collecties behoren koos Lommen 127 uitgaven die om meerdere redenen van belang zijn. Hij kon putten uit de verschillende onderdelen van de collectie, zoals botanische boeken uit de Hortus Bibliotheek, boeken met betrekking tot de dierenwereld uit de Artis Bibliotheek, zeldzame atlassen en uitgaven over de techniek van het boekdrukken afkomstig uit de Collectie Tetterode.

De tentoonstelling is chronologisch opgezet. Het begint in 1471 bij de Venetiaanse drukker Nicolas Jenson die klassieke werken uitgaf in Romeinse letters en het eindigt in 2010 met de volumineuze, knalgele uitgave James, Jennifer, Georgina are the Butlers van ontwerper Irma Boom. Het bijzondere aan dit boek is dat de acht centimeter dikke rug uit drie stroken bestaat, waardoor het boek blijft openliggen als een soort sculptuur. In de tentoonstellingsruimte staan tafels, gedragen door poten in de vorm van opengeslagen boeken, waarop de boeken door de eeuwen heen thematisch zijn geordend. Zo kunnen we in een oogopslag de fantasierijke plattegrond van Rome zien uit 1532 en de weergave van de wereld uit 1953 in World geo-graphic atlas, ontworpen door Herbert Bayer. Natuurlijk is er sprake van boekvernieuwing door de tijden heen, maar volgens Lommen keren grafisch ontwerpers en typografen van nu „vaak terug naar de traditie”. Elk tentoongesteld boek rechtvaardigt de keuze opgenomen te zijn in die canon van 127: ze zijn zowel maatgevend als inspirerend voor latere ontwerpers.

Eén typografisch tijdperk springt eruit, de Avant-garde en Nieuwe Typografie uit de eerste decennia van de vorige eeuw. De futuristen en dadaïsten braken met alle regels van de klassieke esthetiek en streefden naar „woorden-in-vrijheid”. Ze brachten beeldende kunst en typografie samen tot een bruisende, zwierende en avontuurlijke typografie. Kleurrijke letters, afkomstig van uiteenlopende corpsen, dansen over de pagina’s. Deze visuele geschiedenis van het gedrukte boek laat prachtig zien dat typografie en druktechniek door de eeuwen heen altijd een feest van vormen en lijnen is geweest, aanvankelijk vol beheersing, later steeds uitbundiger en exuberanter.

    • Kester Freriks