Brieven

Intensivering landbouw kan ook duurzaam zijn

In het artikel over duurzame cacaoproductie staat de opmerking dat ‘paradoxaal’ duurzaamheid samengaat met intensivering van de landbouw (Economie, 30 januari). Het is een voorbeeld van het wijdverbreide misverstand dat duurzaamheid synoniem zou zijn met vermindering van de hoeveelheid input (zaden, (kunst)mest, hulpmiddelen, energie, arbeid). Echter, een lage input die weinig oogst oplevert, kan heel ongunstig zijn per eenheid product. Het gaat om de relatieve input. Als met 50 procent meer input 100 procent meer productie wordt gehaald, is de duurzaamheid verbeterd.

De relatieve verhouding kan ook verbeteren als je de input sterk verlaagt, terwijl de productie relatief minder afneemt. Zoals het artikel aangeeft, is een lage productie vaak slecht voor het inkomen van de boer.

Het betekent ook dat meer land nodig is voor dezelfde landbouwproductie, wat ten koste gaat van bossen en andere natuur. De benodigde verdubbeling van de wereldwijde voedselvoorziening in de komende veertig jaar betekent dat land nog schaarser wordt. Om die reden is het nodig de duurzaamheid van de landbouwproductie te verbeteren door voor een hogere output per oppervlak te gaan.

René Smulders

Wageningen UR, Plant Breeding

Knap intensief

Leraren die klagen over werkdruk zijn slappelingen, schrijft Alie Verstoep in een ingezonden brief (Opinie, 31 januari). Ze snapt er helemaal niets van. Er is geen docent die even drie minuten door het raam naar buiten kan staren. Telkens moet ik 50 minuten oogcontact houden en communiceren met gemiddeld 25 leerlingen. Dus als ik even naar buiten staar, denkend aan een fijn weekend, dan wordt de tent afgebroken.

Als je zeven lesuren draait, dan heb je tweemaal een kwartier en eenmaal een half uur lunchpauze. Van die pauzes gaan sowieso 5 minuten af om iets af te handelen met een leerling of iets op te ruimen of snel naar een ander lokaal te gaan. En dan heb je mazzel, want vaak, heel vaak is er nog een akkefietje met een of meerdere leerlingen op te lossen.

Na de lessen ga ik voorbereiden voor de volgende dag of week. Ik durf rustig te zeggen dat ik per lesuur minimaal een half uur kwijt ben. Dan heb ik het over kopiëren, nakijken, cijfers invoeren, dossiers bijhouden.

Dan zijn er ook nog de talloze computerprogramma’s die men onder de knie moet hebben. Dit vereist veel tijd en studie. Lesgeven is knap intensief.

Frank van Esser

Docent techniek en wiskunde op het Almende college te Ulft