Alle ballen op mij, riep hij vroeger al

Wiebe Wieling is Fries, reed De Tocht, kan organiseren en mensen enthousiast maken. Onontbeerlijke kwaliteiten voor een Elfstedenvoorzitter. „En hij laat zich de kop niet gek maken.”

13-01-2009 Gytsjerk / Giekerk NRC Handelsblad Wiebe Wieling, voorzitter van de "Vereniging De Friesche Elf Steden", het organiserend comite van de Elfstedentocht. ©Foto: Hoge Noorden / Laurens Aaij Het Hoge Noorden Oostergrachtswal 31 8900 AA Leeuwarden T 0031 58 2157966 M 0031 6 43042406 E info@hogenoorden.nl

Je hebt van die voorzitters die nooit een tocht hebben mogen organiseren. Jan Kuperus bijvoorbeeld. Hij was de voorganger van Jan Sipkema, vijftien jaar voorzitter. Hij stopte in 1984 en een jaar later kon – na 22 jaar – weer een Elfstedentocht worden uitgeschreven.

Na Sipkema kwam Henk Kroes, en sinds december 2007 is Wiebe Wieling voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Als het niet opeens streng was gaan vriezen, had vandaag bijna niemand van hem gehoord. Maar nu is Wiebe Wieling, bestuursvoorzitter van scholengemeenschap Piter Jelles in Leeuwarden, in alle journaals te zien.

Van huis uit had Wieling juist veel ontzag voor de mensen die in het Journaal aan het woord kwamen. Zijn oudere broer Kees: „Onze vader keek tegen de hoge heren op. Die mensen hebben ervoor geleerd en zullen het wel weten.” Wiebe Wieling heeft zich daar overheen moeten zetten. „In het begin had ik moeite me gelijkwaardig te voelen aan hogergeplaatsten”, zegt hij zelf.

Wiebe Wieling werd in 1955 geboren in Menaldum, tussen Leeuwarden en Franeker. Hij was de zesde in een vrijzinnig protestants gezin, een nakomertje. Hij had drie oudere zussen en twee broers. Thuis was het geen vetpot. Zijn vader was gardenier, een boer zonder land, die aardappelen, bieten en granen verbouwde. Maar zijn jeugd was zorgeloos. In de zomer hielp hij zijn vader mee op het land. Hij kaatste bij de plaatselijke vereniging en voetbalde graag.

En hij was leergierig, herinnert broer Kees zich. „Hij vroeg me veel en wilde van alles weten.” Op de lagere school was Wiebe de beste van de klas. Daarna ging hij naar de mavo; hoger was voor een kind van een landarbeider ongebruikelijk. Wiebe: „Ik ben opgevoed met het idee dat we voor een dubbeltje waren geboren.”

Na drie maanden mavo ging Wieling alsnog naar het atheneum. Daarna wilde hij medicijnen studeren in Groningen. Maar na een week op kamers daar kwam hij terug. De overgang was te groot. Hij doorliep de pedagogische academie in Leeuwarden. Tijdens een sollicitatie in Blije, bij Dokkum, zei het schoolhoofd dat hij verder moest studeren.

Wieling probeerde het toch weer in Groningen. Hij koos sociale geografie en economie. Toenmalig studiegenoot Anton Nijboer herinnert zich hem als een serieuze student. „Hij werkte hard, maakte altijd uitgebreide samenvattingen.” Maar na de tentamens kon hij ook „heerlijk uit zijn bol gaan”. Laconiek was hij ook. Op de fiets naar Denekamp, ruim honderd kilometer van Groningen? „Wiebe zei: o, prima. Maar hij had de fietstocht onderschat en kwam kapot aan.”

Na zijn studie werd Wieling docent economie aan de hogeschool voor levensmiddelentechnologie in Bolsward, daarna adjunct-directeur van de Agrarische Hogere School Friesland in Leeuwarden, die midden jaren 90 fuseerde met het Van Hall Instituut in Groningen.

Herman Roest was medeadjunct in Leeuwarden in die tijd. „Wiebe is een heel open persoon. Hij had altijd snel door wat er tijdens vergaderingen tussen de regels door werd gezegd.” Elke maandagavond speelden ze bedrijfsvolleybal. „Dan was hij behoorlijk fanatiek. Als spelverdeler riep hij: ‘Alle ballen op mij!’”

In 2004 stapte Wieling over van het Van Hall Instituut naar de Hanzehogeschool in Groningen. Daar werd hij lid van het college van bestuur. Na drie jaar vertrok hij er weer. „Het bracht me niet wat ik ervan had verwacht. Ik kon niet op mijn eigen manier werken en zat niet lekker in mijn vel.”

„Wieling belt veel, zoekt mensen op, zegt voorzitter Henk Pijlman van de Hanzehogeschool. „In een organisatie van 2.800 mensen kan dat niet altijd. Je werkt hier meer in lagen en op afstand. Dat paste minder bij hem.”

Wieling nam een half jaar vrij en richtte zijn eigen organisatieadviesbureau op. In 2009 werd hij collegevoorzitter van scholengemeenschap Piter Jelles, een school met 4.500 leerlingen en zeshonderd leraren, waar hij rust in de organisatie moest brengen. Van de tien locaties die elk diverse schooltypen aanboden, maakte hij herkenbare, aparte locaties voor vmbo, vakonderwijs, havo en vwo. „Hij kan mensen enthousiast maken”, zegt Henk Sikkema, voorzitter van de raad van toezicht van Piter Jelles. „En hij laat zich de kop niet gek maken. Onder grote druk kan hij overeind blijven.”

In december 2005 trad Wieling toe tot het Elfstedenbestuur. Toen al was hij de beoogd opvolger van Henk Kroes. Die vond het belangrijk dat zijn opvolger een Elfstedenrijder én Fries was. Wieling reed De Tocht twee keer, in 1986 (samen met zijn vrouw) en in 1997.

Wieling is anders dan zijn voorganger, zegt Immie Jonkman, persvoorlichter van de Elfstedenvereniging. „Minder amicaal dan Henk Kroes. Iets afstandelijker ook. Hij tikt tijdens een vergadering dingen iets sneller af.” Volgens haar is Wieling bescheiden. „Na de galapremière van de Elfstedentochtfilm De hel van ’63, in 2009 in Leeuwarden, zat hij naast prins Willem-Alexander. Na afloop rende iedereen naar de prins. Wiebe bleef op afstand. De prins kwam daarna naar hém toe. Die houding van ‘doe normaal’ past bij ons.”

Vanavond staat Wieling weer vol in de belangstelling, als de rayonhoofden voor de tweede keer dit jaar bijeenkomen. Spreekt hij nog deze week zijn variant uit van it giet oan!, dan wordt hij deel van het collectieve geheugen van Nederland. Als het er niet van komt, is hij buiten Friesland weer een gewone, anonieme Fries, collegevoorzitter van een scholengemeenschap.

Wieling heeft dan nog een paar jaar voor zíjn Tocht. Hij is nu vier jaar voorzitter. Zijn vier voorgangers deden het allen tien tot vijftien jaar. Tijd genoeg om niet als Jan Kuperus te eindigen.

    • Karin de Mik