Acteren uit de losse pols

The Muppets lijken hun beste tijd te hebben gehad, maar ze vechten zich terug. In de nieuwe film tenminste, nu nog in de werkelijkheid.

Alles is verroest en afgebladderd. De aloude Muppetstudio is bedolven onder een spinnenweb. Soms klopt er nog een verdwaalde toerist aan, die dan knorrig wordt verwelkomd door een hoogbejaarde portier. Tergend traag, der dagen zat, draait deze futloze functionaris vervolgens zijn vaste praatje af over het glorieuze verleden. Maar zelfs als nostalgische attractie heeft deze bouwval goeddeels afgedaan. Het lijkt nog slechts een kwestie van tijd voordat de balken het begeven en de zaak instort. En intussen weten steeds minder mensen nog wie de Muppets waren.

Zo laten de makers van de nieuwe film The Muppets zien hoe het er tegenwoordig met de reputatie van Kermit, Miss Piggy, Fozzie en de anderen voorstaat – schilderachtig in zijn overdrijving, maar niet eens zo heel ver bezijden de waarheid. De wekelijkse tv-shows worden al sinds 1981 niet meer gemaakt en het laatste filmsucces met de Muppets dateert van 1992. De films die sindsdien nog met hen zijn gemaakt, kwamen al niet eens de bioscopen meer in; die gingen linea recta naar de dvd-markt. Het beeld van de gammele Muppet-studio waar bijna geen mens meer op afkomt, zou wel eens een strategische meesterzet kunnen zijn. Nog voordat de toeschouwer kan tegensputteren dat een film met de Muppets hopeloos gedateerd aandoet, heeft de film dat immers zelf al ruimschoots toegegeven. Waarna het des te makkelijker wordt mee te leven met een verhaal over de tv-helden van weleer die uit alle macht gaan proberen hun voormalige faam terug te veroveren.

The Muppets gaat, kortom, over show business. Zoals het ook in de tv-shows altijd over show business ging, in de vorm van het antieke variététheater waar de scènes, voor en achter de schermen, zich afspeelden. Kermit was de ceremoniemeester, Miss Piggy hing de vedette uit, Fozzie trad op als de in aftandse kwinkslagen grossierende conferencier, Gonzo schitterde als droefgeestig stuntman, en ga zo maar door – het complete tableau de la troupe voor zo’n variétéavond was aanwezig. Inclusief de heertjes Waldorf en Statler die in hun zijloge komisch moppercommentaar op het gebodene gaven. In de buitenwereld bestond zulk ouderwets amusementstheater allang niet meer, maar in The Muppet Show werd dit genre nog volop beoefend, vijf seizoenen lang, tussen 1976 en 1981, alles bij elkaar honderdtwintig afleveringen. En essentieel was dat de show zich voornamelijk richtte op volwassenen. Natuurlijk keken veel kinderen graag mee; die karikaturale viltfiguurtjes met hun malle stemmetjes en hun slapstickstreken konden ook hen bekoren. Maar het waren toch vooral de grote mensen die de ironie konden inzien van het opzettelijke spervuur aan melige moppen in alle shows. Geen wonder dat ze hier nooit door Nederlandse stemmen werden nagesynchroniseerd. In tegenstelling tot Engelstalige poppenseries voor kinderen.

Jim Henson, de aartsvader van de Muppets, heeft zichzelf trouwens nooit poppenspeler willen noemen. Van jongs af aan trokken televisie en film zijn aandacht. In poppentheater was hij niet geïnteresseerd. Als kunstacademiestudent, eind jaren vijftig, werkte hij bij een studentikoos programma op een lokaal tv-station in Maryland. Om een gek scènetje te maken, fabriceerde hij daar een handpop uit een oude jas van zijn moeder en twee pingpongballen. Toevallig was het een groene jas, zodat die pop een kikker werd. En eind jaren zestig mocht die kikker meedoen aan het nieuwe kleuterprogramma Sesame Street.

Allengs ontwikkelde Henson technieken die niet afkomstig waren uit het traditionele poppenspel – daar wist hij nauwelijks iets van af. Ook negeerde hij het klassieke onderscheid tussen handpoppen en marionetten. De wezens die hij creëerde, lieten zich op allerlei verschillende manieren in beweging brengen. Alles was toegestaan, zo lang de bespeler maar buiten het tv-kader bleef. De pols speelde de hoofdrol. „Het komt eigenlijk neer op acteren met je pols”, zei hij eens. Zie bijvoorbeeld het doorslikken van een brok in de keel dat zo karakteristiek voor Kermit is geworden: daar gaat een superieur staaltje polsspel achter schuil.

Henson wilde een eigen tv-show voor volwassenen maken, maar vond in Amerika nergens emplooi voor zijn ideeën. Ze waren vermoedelijk veel te buitenissig, en niet te etiketteren. Een show met zang en dans? Jazeker. Maar ook met comedy? Ja, ook dat. En dat allemaal gespeeld door poppen? Inderdaad. In een branche waar bijna alles wordt afgemeten aan wat er al eerder is geweest, leek dat dus nergens naar. Ten slotte bleek er alleen in Engeland iemand te zijn die snapte wat Henson voor ogen stond. De man heette Lew Grade, stond aan het hoofd van het tv- en filmbedrijf ATV en was – met vette sigaren en dito embonpoint – het prototype van een producent. Ver voor de oorlog, toen de bioscopen nog een voorprogramma met artiesten hadden, had hij als showdanser gewerkt (onder meer in het Tuschinski-theater in Amsterdam). Maar ook daarna was hij als producent altijd een showman gebleven, een schilderachtige figuur die graag in de publiciteit stond. In de jaren vijftig en zestig had hij bovendien Sunday Night at the Palladium geproduceerd, de populairste variétéshow op de Engelse televisie.

Lew Grade begreep, kortom, waar The Muppet Show over ging. Het gevolg was dat alle tv-afleveringen, vijf jaar lang, werden opgenomen in de Elstree-studio’s buiten Londen. Tot de serie stopte. Daarna werden er nog een paar specials en een handvol films gemaakt, ook na de dood van Jim Henson in 1990. Zijn bedrijf is tot op de dag van vandaag een werkplaats die ook aan andere filmmakers fantasievolle creaturen levert. Maar met de Muppets leek het langzaam maar zeker voorbij.

Dat er nu dus toch weer een bioscoopfilm is, heeft alles te maken met het feit dat Hensons nazaten het Muppets-merk in 2004 hebben verkocht aan de firma Disney. The Muppets is zodoende het eerste teken van de heropleving die Disney teweeg wil brengen. In Nederland lijkt in geval ook Albert Heijn erin te geloven, gezien de Muppets-spaaractie die daar dezer dagen wordt gevoerd.

In elk geval eindigt de film met een triomfantelijke comeback – nu de werkelijkheid nog.

    • Henk van Gelder