Wilders is inconsequent over die brochure

Is het onterecht dat Wilders wordt genoemd in een Duitse brochure tegen rechts-extremisme? De PVV ontwijkt elke discussie over de effecten van haar ideeën, betogen Leo Lucassen en Jan Lucassen.

Op hoge toon eiste PVV-voorman Geert Wilders vorige week van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) dat deze de Duitse ambassadeur op het matje zou roepen. De aanleiding was een Duitse brochure over rechts-radicalisme, met een voorwoord van de Duitse minister van Justitie, die volgens Wilders ten onrechte een verband legt tussen het PVV-gedachtengoed en rechts-extremisme

Dit laatste is te veel eer. De schrijvers van de brochure Zwischen Propaganda und Mimikry. Neonazi-Strategien in sozialen Netzwerken laten zich over de ideeën van Wilders in het geheel niet uit. Sterker nog – de PVV-voorman zou aanzienlijk sterker staan als hij zich zou beklagen over te weinig aandacht in de brochure.

Zo wemelt het op de populairste Duitse anti-islamsite, Politically Incorrect (pi-news.net), van de sympathiserende berichten over Wilders. Stefan Herre, de drijvende kracht achter de site die zo’n 50.000 bezoekers per dag trekt, beschouwt hem als zijn grote voorbeeld en inspirator. Samen met René Stadtkewitz, de oprichter van de anti-islampartij Die Freiheit, reisde hij in 2010 naar Nederland om Wilders uit te nodigen voor een lezing in Berlijn. Daar waarschuwde de PVV-leider op 3 september 2011 onder grote belangstelling voor de islamisering van Europa.

Herre en zijn site Politically Incorrect worden in Duitsland al jaren verweten nauwe banden te hebben met het rechts-radicale milieu en nauwelijks op te treden tegen bezoekers van de site die oproepen tot geweld tegen moslims. Een bekend voorbeeld is de racistische moord op de in Egypte geboren Marwa El-Sherbini, op 1 juli 2009 in een rechtszaal in Dresden. Hierop reageerde een anonieme PI-blogger dat er weer „een moslim minder in de buik zat” met het overlijden van de zwangere „verschleierte Kopftuchschlampe” (gesluierde hoofddoekslet).

Een ander voorbeeld is de hartelijke ontvangst door de PVV op 21 januari 2011 van Michael Stürzenberger. Deze Stürzenberger had volgens Der Spiegel (2011, nummer 38) al eens opgeroepen om de islam van alle kanten te „beschieten”. Hij ontvouwde een tienpuntenprogramma om alle moslims in Duitsland systematisch te dwingen hun godsdienst af te zweren, op straffe van deportatie. Stürzenberger beroept zich op apocalyptische en stigmatiserende ideeën over moslims, zoals we die ook aantreffen bij Wilders en zijn partij-ideoloog Martin Bosma.

Dragen politici als Wilders en Bosma verantwoordelijkheid voor geweld tegen moslims, moskeeën en linksige Gutmenschen? Denk bijvoorbeeld aan het door Breivik aangerichte bloedbad in Noorwegen. Het is niets nieuws dat mensen op grond van politieke denkbeelden hun toevlucht nemen tot geweld. Bovendien is dit, zoals Walter Laqueur heeft gedocumenteerd in zijn boek A History of Terrorism (2001), allerminst voorbehouden aan rechts. Denk aan de Rote Armee Fraktion of de Nederlandse RARA, die Makrovestigingen in brand stak uit protest tegen banden met het Apartheidsregime. Deze extremisten beriepen zich op linkse denkers als Bakoenin, Mao, Marcuse of Marx en legitimeerden geweld als een noodzakelijk kwaad in de strijd tegen het kapitalistische systeem.

Net als bij de anti-islambeweging kunnen we spreken van zich deels overlappende cirkels van denkers, parlementariërs, extraparlementaire actievoerders en regelrechte terroristen. Politici en denkers in de binnenste, legale, cirkel dienen zich steeds af te vragen of hun ideeën anderen kunnen aanzetten tot radicalere daden. Net als aanhangers van Nieuw Links in de jaren zestig en zeventig, die soms openlijk sympathiseerden met terroristische bewegingen of zich er niet duidelijk tegen uitspraken, horen ook anti-islambewegingen rekenschap af te leggen van de bedoelde of onbedoelde gevolgen van hun gedachtengoed.

Een oproep hiertoe kwam na de aanslag van Breivik uit onverdachte hoek. De rechts-conservatieve denker Bart Jan Spruyt wierp Wilders voor de voeten dat hij met zijn aanhoudende kritiek op moslims een apocalyptische sfeer opriep die mensen als Breivik kan aanzetten tot extreme daden. Sindsdien bleef het opvallend stil in de media en de politiek. Dit is merkwaardig, als je beseft hoezeer Wilders moslims en de islam systematisch en in grove termen typeert als volksvijand nummer één.

De ideeën van de anti-islambeweging berusten niet alleen niet alleen op feitelijke onjuistheden, maar bemoeilijken ook het integratieproces. De haat tegen minderheden en immigranten is verplaatst van de stamtafel en chatrooms naar mainstream politics. Het is een veeg teken dat Wilders zijn aanhangers niet openlijk oproept de democratische spelregels in acht te nemen en geweld categorisch af te zweren. Hij reageert als door een wesp gestoken op een zijdelingse vermelding in een Duitse brochure, maar maakt geen woord vuil aan meer dan honderd aanslagen op Nederlandse moskeeën of aan de toenemende discriminatie van Nederlandse moslims. Dit maakt duidelijk dat de PVV geen open discussie wil aangaan over de houdbaarheid en effecten van haar ideeën.

Leo Lucassen is hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Jan Lucassen is senioronderzoeker aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.