We zijn altijd een bezienswaardigheid

Nancy Lausberg-Orth, Zoetermeer:

„Deze foto is gemaakt tijdens ons jaarlijkse nichtenweekend. In 2009, toen we naar Hilversum gingen, zijn we ook even naar Volendam geweest. Ik ben die flinke op de foto, helemaal links. Wat zegt u? Dat moet ik niet over mezelf zeggen? Waarom niet? Het is toch zo! Ik hou van lekker eten. Kun je wel zien ook.

Ieder jaar weer zijn we een bezienswaardigheid, al die Indische meisjes bij elkaar, en al helemaal in Volendammer klederdracht.

Onze ouders waren thuis met z’n negenen. Ze groeiden op in een zorgeloos Nederlands-Indië. Totdat de oorlog uitbrak. Tijdens de Japanse bezetting waren de vrouwen en de kinderen thuis, zaten de mannen in een Jappenkamp. Nadat ze waren bevrijd door de Engelsen begon de bersiap, de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs. Onze ouders waren hun leven niet zeker en vertrokken naar Nederland om een nieuw bestaan op te bouwen. Dat viel niet mee. Mijn ouders zijn gediscrimineerd, maar zetten zich daar overheen. Ze klaagden niet. Wij mochten dat ook niet. Toen een jongetje mij en m’n zusjes pestte, deed vader ons op judoles.

Ik bewonder mijn ouders om hun veerkracht en aanpassingsvermogen. Voor de oorlog was mijn vader getrouwd met een andere vrouw. Ze kregen drie kinderen. Toen is die vrouw er vandoor gegaan met een Indonesiër. De kinderen heeft ze bij opa en oma achtergelaten. Dus toen de oorlog eindigde, was mijn vader alleen, met drie kleine kinderen. Hij heeft mijn moeder ontmoet. Samen zijn ze naar Nederland gekomen en hebben ze vijf kinderen gekregen. Nooit hebben ze geklaagd. De ooms en tantes ook niet. Zij hebben hun weg gevonden en wij ook.

Geen van onze ouders leeft nog, maar wij, de nichten, komen elk jaar een weekend bij elkaar om herinneringen op te halen. En te dollen.”