Waar blijft het Europese Groeiakkoord?

Een versnelde uitvoering van het Europese begrotingsakkoord staat gelijk aan harakiri, vinden Sony Kapoor en Peter Bofinger.

Deze crisis is veroorzaakt door de overbesteding van overheden, zo is ons voorgehouden. De remedie schuilt dus in onmiddellijke bezuinigingen, die overheden dwingen hun begroting in evenwicht te brengen en hun schuldenlast te verminderen. Vandaar dat Duitsland aandrong op een begrotingsakkoord van de Europese Unie en dat ook het Verenigd Koninkrijk drastisch bezuinigt.

Blinde uitvoering van zo’n beleid, leert de ervaring in Griekenland, Portugal en Spanje, leidt tot een diepe recessie en vergroot de staatsschuld. Vorige week heeft ook het Internationaal Monetair Fonds dit erkend. Een versnelde uitvoering van de maatregelen uit het begrotingsakkoord staat gelijk aan harakiri.

Of de beleidsmakers nu streven naar welvaartsstijging, banengroei of in engere zin naar verlaging van de staatsschuld – dat bereik je met groei en niet met bezuinigingen.

Met een hoge particuliere schuldenlast en een economie die naar verwachting het dieptepunt nog niet heeft bereikt, betalen de consumenten hun schulden af en houden bedrijven de hand op de knip. Mensen doen geen aankopen. Bedrijven investeren niet. Een verhoging van de economische bedrijvigheid moet per se komen van de publieke sector.

Als de EU-leiders op 1 maart weer bijeenkomen, moeten ze zich verbinden ter verhoging van de publieke investeringen in de EU die de groei bevorderen en om een strategie uit te stippelen voor de bekostiging – een Groeiakkoord.

1Dit akkoord moet de publieke investeringen op peil houden en waar mogelijk verhogen. Een verlaging ondermijnt niet alleen de bestaande groei, door vermindering van de economische bedrijvigheid, maar bedreigt ook toekomstige groei. De investeringen in infrastructuur zijn van essentieel belang – zowel de ‘harde’ in bijvoorbeeld transport als de ‘zachte’ in bijvoorbeeld onderwijs – zoals blijkt uit de hoge prijs die Portugal betaalt voor te weinig investeringen in het onderwijs in het verleden. Elke euro die nu wordt bezuinigd, kan leiden tot vele euro’s verloren groei.

2De inspanningen om de staatsschuld te verminderen, dienen zich te richten op een hogere belastingopbrengst en niet op beperking van de bestedingen. Een verhoging van de belasting op consumptie of arbeid werkt averechts als de bestedingen achterblijven en de werkloosheid hoog is, maar andere belastingen hebben een minder ongunstig effect op de groei, ook op korte termijn. De belastingen op eigendom, grond, vermogen, koolstofuitstoot en de weinig belaste financiële sector moet in de hele EU omhoog. Een verdeling van de opbrengst tussen publieke investeringen, vermindering van het tekort en verlaging van de inkomstenbelasting voor lage inkomens is een stimulans voor groei en voor werkgelegenheid.

3De EU-lidstaten moeten dubbel zo hard optreden tegen belastingontduiking. Griekenland en Italië (die een grote zwarte economie hebben), maar ook Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, hebben onlangs maatregelen ingevoerd om de naleving van belastingwetten te verbeteren, maar nationale maatregelen die de ballon van de belastingontduiking aan de ene kant leegdrukken, blazen hem aan de andere kant weer op. Londen, toevluchtsoord voor rijke schooiers, krijgt er behalve zijn lading Russische oligarchen ook Zuid-Europeanen bij. Het Griekse en Italiaanse geld stroomt ook Duitsland binnen. Ook het bedrijfsleven schuift met zijn winsten om geen belasting te hoeven betalen, zoals blijkt uit het gebruik van Nederlands brievenbussen door bijvoorbeeld Portugese bedrijven.

Gezamenlijke toepassing van strategieën tegen belastingontduiking in alle EU-landen en onderlinge hulp van EU-lidstaten bij naleving van nationale maatregelen vermenigvuldigen de opbrengst. Ook door verruiming van de EU-spaarrichtlijn voor belasting op vermogen dat naar andere EU-lidstaten vloeit, kunnen publieke investeringen worden bekostigd.

4EU-lidstaten moeten hun status als grootste economische gebied ter wereld aanwenden om onder EU-vlag agressief te onderhandelen voor betere akkoorden met belastingparadijzen, om het belastingverlies te beperken en om onbetaalde belastingen van vroeger te kunnen terugvorderen.

Terecht zijn de bilaterale afspraken tussen het Verenigd Koninkrijk en Liechtenstein en tussen Duitsland en Zwitserland – over het lot van het onbelaste Britse en Duitse geld in deze belastingparadijzen – bekritiseerd als zwak. De Verenigde Staten hebben hun gewicht als grootste economie ter wereld ingezet om veel betere afspraken te maken. Dit moet de EU ook doen. Verder verplicht de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act, een nieuwe wet op buitenlandse rekeningen, de EU-banken om inzage te verstrekken in de gegevens over rekeningen van Amerikaanse staatsburgers. De EU moet aandringen op wederkerigheid.

5Een verdubbeling van de capaciteit van de Europese Investeringsbank, die een voortreffelijke staat van dienst heeft in infrastructuur en kredietverlening aan het arbeidsintensieve midden- en kleinbedrijf, zou minder dan 40 miljard euro van de EU vergen om tienmaal dat bedrag te genereren aan investeringen. Het is tijd voor ambitieuze EU-investeringen in telecommunicatie, groene energie en vervoer.

6Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Nederland, die kunnen lenen tegen een negatieve effectieve rente, moeten hun publieke investeringen verhogen. Er is toch geen beter moment om geld te lenen voor investeringen in de verbetering van de wanordelijke Britse infrastructuur? Deze leningen en de uitbreiding van het kredietprogramma van de Investeringsbank zouden ook voorzien in de vraag naar veilige activa waarin de krimpende particuliere sector zijn besparingen kwijt kan.

7Voor toekomstige groei moeten lopende hervormingen in de crisislanden doorgaan en moet de liberalisering van de dienstverlening op de interne Europese markt worden versneld. Dit beleid werkt in een groeiende economie, niet in een krimpende.

Zonder zo’n Groeiakkoord verergeren de economische, sociale en werkgelegenheidscrises in Europa. Mét kunnen we er sterker uitkomen.

Sony Kapoor was investeringsbankier in India en is nu verbonden aan de internationale denktank Re-Define (re-define.org). Peter Bofinger is lid van de Duitse Raad van Economische Deskundigen.

    • Sony Kapoor
    • Peter Bofinger