Schaatsen naar je werk. Idyllisch!

Schaatsen naar je werk. Idyllisch! De redactie van deze krant bevindt zich helaas (nog) naast de A20, ergens tussen een woonmall en een treurig winkelparadijs, in de laaggelegen Alexanderpolder bij Rotterdam.

Maar je kunt wel altijd naar Parijs of New York willen, of naar Ankeveen. Reisgidsen adviseren niet voor niets: ga eens van die platgetreden paden af. Zoek niet altijd naar het mooiste en onmisbaarste. Beleef een authentiek avontuur.




Bovendien moet er vandaag nog gewerkt. En zo wandelen mijn vriend Koen (die wel vrij is) en ik om 9:00 van ons huis in Rotterdam-Noord met schaatsen in de rugzak naar de oever van de Rotte. Gepland eindpunt: metrostation Rotterdam- Alexander, daar bij dat winkelcentrum, op drie minuten lopen van de redactie.

Google Earth blijkt ideaal voor het vinden van de optimale route van circa twaalf kilometer, met maar drie of vier keer klunen. Het eerste deel van het riviertje is de avond tevoren al te voet verkend. Daarna volgt een naamloze sloot langs een woonwijkje. Als het gaat.

Vegende rivierbewoners: onze dank is groot. Dankzij jullie gaat de helft van de tocht van een leien dakje. Daar waar niet geveegd is, gaat het trouwens ook wel, zolang er maar niet al is geschaatst. Wel geschaatst – niet geveegd: dat blijkt een vervelende combinatie, omdat de gekerfde sneeuw weer hard opvriest tot een puntig en hobbelig dek.

Het gaat ineens heel langzaam. Maar zoals wel vaker– juist als je denkt: “misschien was dit geen goed idee”, wordt het ijs weer beter. Een paar dozijn aalscholvers staat onder de Prinses Irenebrug, net pinguïns.

Van de zomer hadden we het er toevallig over gehad: stel dat de Rotte eens bevriest. Dan kun je naar je werk schaatsen! Raar idee. Nu werkelijkheid. Het leuke van off-the-beaten-track: je komt weinig mensen tegen, zeker zo door de weeks, en dan is de Rotte nog tamelijk mainstream. Op het eerste stuk sloot treffen we nog wel mensensporen, maar geen mens meer aan. Klunend de autoweg over waarlangs ik ook naar de krant fiets. Zo dichtbij al.

Met een touw tussen ons in zetten we dan voor het eerst stappen op IJs Waar Nog Niemand Geschaatst Heeft. Wel veel vogelsporen hier. Na drie minuten het touw weggestopt, dat voelt ineens een beetje overdreven. “Heb je gezien dat het al bijna elf uur is?”, vraagt Koen voorzichtig. Ik geloof het graag. Dit lijkt meer op langlaufen, zo door de sneeuw. Fijn en mooi.

Vijftig meter voor het einde van de sloot die uitkomt tegenover het metrostation gaan we er af: sneu om op het eindpunt door het ijs te gaan. Juist hier verschijnen de eerste wakken, met bubbelend water en griezelig dun ijs eromheen.

Na soep in de kantine tref ik op de redactiezaal bijna geen collega’s aan. IJsvrij? Nee: ze zijn gestrand met de trein.