Op zoek naar menselijkheid

Arne Jonges: ‘Der Mensch ist ein Risikofall’, stelt Rüdiger Safranski. Dat vat onze situatie goed samen. We kunnen verder nog met zekerheid zeggen dat de mens behoort tot de zoogdieren, maar het is wel een gemankeerd dier (Arnold Gehlen): een kuddedier dat zich aan de kudde probeert te ontworstelen, een rationeel dier dat onredelijk rationeel kan worden, een religieus dier dat een gevaarlijk fundamentalistisch bijtertje kan worden, een politiek dier dat alles verziekend verpolitiekt en ook nog een economisch dier dat omwille van het korte termijn gewin zijn leefomgeving bederft.

Alles wat we over onszelf denken, kan dan ook in het tegendeel verkeren. We moeten op de een of andere manier de risico’s beperken door het verhaal te vertellen over wat het betekent mens te zijn en wat menselijk is. Het gaat hierbij niet om feitelijkheid, maar om het formuleren van een doelstelling voor ‘wie en wat’ we kunnen zijn: we hebben en zijn ons ideaal. We zijn de Werkmeister van ons eigen leven (Edmund Husserl). Het project van de ‘vermenselijking van de mens’ gaat om concrete mensen en doet een beroep op onze emotionaliteit, onze redelijkheid en moet ons behoeden voor ideologie en gevaarlijke utopieën.