Net dit jaar, nu je bent uitgeloot. Wat nu?

NRC-redacteur Elsje Jorritsma is ‘lid met een startkans’. Helaas, ze is uitgeloot. Dat is heel erg, maar heeft ook iets rustigs. Er dreigt geen gezichtsverlies.

Ook wel lekker rustig, zei een vriend toen ik hem vertelde dat ik uitgeloot ben voor de Elfstedentocht. Hij is lid voor het leven, en ‘moet’ de tocht dus schaatsen.

Ik reageerde verontwaardigd. Hij koketteerde met de last van het rijden, en daar moest ík, die niet mee mócht doen, begrip voor opbrengen. Ik riep nog iets over de vergrijzende prop levenslange leden die het voor enthousiaste nieuwkomers onmogelijk maken en wenste hem veel succes met de voorbereiding.

Het zijn lastige tijden voor hen die zijn uitgeloot. Bij vorst overheerst in beginsel de vreugde. Hoe meer natuurijs, hoe beter. En hoe meer toertochten.

Toertochten zijn een goede manier om verder te schaatsen dan je eigenlijk kan, met al hun stempelpostengezelligheid en gedeelde smart – want laten we er niet flauw over doen, schaatsen doet ook pijn.

De uitgeloten kunnen zich proberen te troosten met andere grote toertochten. Zo is er de Elf Merentocht in Friesland: 115 kilometer die over elf meren én langs zeven van de elf Friese steden voert: Sneek (start en finish), IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum en Bolsward. Er kan nog worden ingeschreven, meldt de site vrolijk, om vervolgens te vermelden dat het ijs nog te slecht is om de tocht te houden. Logisch, schampert de uitgelote, de tocht ligt in de zuidwesthoek van Friesland, en dat daar het ijs slecht is, weet iedereen sinds de persconferentie van de Vereniging De Friesche Elf Steden van gisteren.

Dan is er de Overijsselse merentocht, of OMT: 200 kilometer, eigen website, en een voorzitter die meldt dat ‘de koorts toeneemt’. Net echt, en als de tocht doorgaat, zal een flink deel van de 9.000 uitgeloten ongetwijfeld meerijden, maar het blijft een schrale troost. „In Kuinre van het ijs gehaald” heeft toch niet de heroïsche bijklank van een gedwongen opgave bij Dokkum.

De uitgeloten zullen ermee moeten leven: naarmate de kans groter wordt dat de ultieme tocht er komt, wordt het moeilijker om te genieten van een willekeurige molen- of merentocht. Hoe fraai berijpt het riet er ook bijstaat. Zeker als je weet dat de volgende Elfstedentocht zo weer 15 jaar op zich kan laten wachten.

Dat geldt natuurlijk vooral voor de uitgelote schaatsers die strak staan van de rode bloedlichaampjes en al honderden kilometers in de benen hebben. Die moeten hun alternatieve tochten schaatsen in de wetenschap dat talloze rijders met startbewijs deze week overhaast vrij nemen om nog voldoende schaatskilometers te maken.

Of, erger, dat er ook talloze rijders zijn die helemaal geen gebruik maken van hun startrecht. Zo’n 20 procent van de rijders die mogen starten, doet dat niet, zegt de woordvoerder van de Vereniging De Friesche Elf Steden. Zij mogen hun startbewijs niet aan een andere schaatser overdragen. Zelfs niet als die lid is van de vereniging, maar uitgeloot.

Ook hier is er schrale troost beschikbaar voor de uitgelote: de vereniging gaat het start- en lidmaatschapsbeleid herzien zodra er een tocht wordt verreden. Na de ledenstop in 1985 en een woeste ledenvergadering na de tocht van 1997 heeft de vereniging dat toegezegd. Wat de herziening concreet zou betekenen kon de woordvoerder niet zeggen, maar je zou kunnen denken aan een strengere selectie van leden in rijdend (fit genoeg) en niet rijdend (betrokken vanaf de zijlijn).

Toch had mijn ‘ook wel lekker rustig’ vriend een punt. Niet alle uitgeloten zijn alleen maar boos of gefrustreerd. Er is ook opluchting. Want hoeveel van de 18.000 leden met startkans zijn iedere winter in toerconditie? Zijn nú in toerconditie, na een lange slappe winter? Voor de onfitte uitgeloten is er echte troost: zij kunnen zonder gezichtsverlies genieten van hun willekeurige molentochtjes. En hopen op betere tijden.