'Nederzettingen beslaan 1,5 procent van de Westoever'

Wilmer Heck

ISRAEL Palestinian constructors work at the Israeli settlement Givat Ze'ev. The settlement is connected to Jerusalem and Tel Aviv area by route 443. Route 443, also Ma'ale Beit Horon, is the main highway connecting Modi'in with jerusalem and Tel Aviv and also serves a secondary connection between Jerusalem and Tel Aviv. Israel has restricted route 443 to Israeli use only since September 2000, closing access roads to connecting Palestinian villages. The Israeli Human Rights Group B'Tselem has criticized the closure of route 443 for Palestinians as an example of Collective punishment, which is illegal under International law. Geert van Kesteren

De aanleiding

Op uitnodiging van de Nederlandse regering bracht de Israëlische premier Benjamin Netanyahu op 18 en 19 januari een bezoek aan Nederland. Tijdens dit bezoek gaf hij een interview aan tv-programma Nieuwsuur. Daarin merkte presentatrice Mariëlle Tweebeeke op dat Netanyahu de grenzen van vóór 1967 niet erkent, aangezien Israël doorgaat met de bouw binnen nederzettingen.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 veroverde Israël onder andere Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Daarvoor stonden deze gebieden onder controle van Jordanië. In reactie op de opmerking van Tweebeeke vroeg Netanyahu haar of ze wist hoeveel ruimte de nederzettingen innemen. Hij gaf zelf het antwoord: „De nederzettingen beslaan 1,5 procent van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever. 1,5 procent.”

Mogelijke interpretaties

Israël bouwt niet alleen in nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. In Oost-Jeruzalem, het stadsdeel dat de Palestijnen claimen als hoofdstad voor een toekomstige Palestijnse staat, werd vorig jaar meer Israëlische bebouwing gepland dan in de tien jaar daarvoor: 6.350 huizen. Dit blijkt uit cijfers van mensenrechtenorganisatie Vrede Nu. Het Internationaal Gerechtshof, het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties, beschouwt ook deze bebouwing, net als die op de Westoever, als illegale Israëlische nederzettingen. Maar omdat Netanyahu de locaties zelf beperkte tot nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever doen wij dat hier ook.

En, klopt het?

Volgens VN-noodhulporganisatie OCHA niet. De Israëlische nederzettingen beslaan 3 procent van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever, zo schrijft OCHA oPt (oPt staat voor occupied Palestinian territory).

Berekeningen van mensenrechtenorganisaties duiden erop dat de Israëlische premier met zijn 1,5 procent alleen doelde op de bebouwde omgeving in de nederzettingen, de zogenoemde ‘built up areas’. Organisaties als Vrede Nu en B’tselem schrijven in diverse publicaties dat die ongeveer 1 procent van de Westelijke Jordaanoever uitmaken. Het verschil tussen 1, 1,5, of 3 procent is dan ook niet meer dan een definitiekwestie.

Belangrijker is dat Netanyahu er niet bij zei dat 43 procent van de Westelijke Jordaanoever niet beschikbaar is voor Palestijns landgebruik, of helemaal niet toegankelijk is voor Palestijnen.

Dit blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties en wordt bevestigd door mensenrechtenorganisaties. Deze gebieden maken deel uit van de gemeentelijke en regionale bestuursraden van de kolonisten. Ze verbinden de nederzettingen met elkaar en bestaan deels uit landbouwgrond voor inwoners uit de nederzettingen. De gebieden zijn een integraal onderdeel van het Israëlische nederzettingenbeleid. De regionale bestuursgebieden (33,5 procent) zijn niet beschikbaar voor Palestijns landgebruik. In de gemeentelijke bestuursgebieden (9,3 procent) mogen alleen Palestijnen komen die over een speciale vergunning beschikken. Ook het uitdijende netwerk van kolonistenwegen, dat de nederzettingen met Israël verbindt, is verboden gebied voor Palestijnen.

Daarnaast hebben Israëlische kolonisten nog ruim honderd kleinere nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever ingericht, die ook volgens Israëlisch recht illegaal zijn. Van deze zogenoemde ‘outposts’ is de gezamenlijke oppervlakte onbekend. Feit is wel dat ze niet zijn meegeteld bij de 1, 1,5 of 3 procent van de ruimte die de nederzettingen volgens de diverse partijen innemen.

Conclusie

Het percentage van 1,5 procent dat Netanyahu noemde, is niet uit de lucht gegrepen. Hij verwees daarmee naar de bebouwde gebieden in de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Met zijn uitspraak reageerde Netanyahu op de opmerking dat hij de grenzen van vóór 1967 niet erkent. Hij leek ermee te willen aangeven dat de nederzettingen, vanwege hun beperkte oppervlakte, amper relevant zijn voor beoordeling van de vraag of Israël de grenzen van vóór 1967 respecteert. Maar juist in die context is het van groot belang om te weten dat 43 procent van de Westelijke Jordaanoever niet beschikbaar is voor Palestijns landgebruik (33,5 procent) – of helemaal niet toegankelijk is voor Palestijnen (9,3 procent). Bovendien zijn er nog ruim honderd kleinere nederzettingen die niet worden meegerekend in de 1,5 procent van Netanyahu.

Omdat een veel groter percentage van de Westelijke Jordaanoever niet beschikbaar of niet toegankelijk is voor Palestijnen dan Netanyahu suggereert, beoordelen wij de uitspraak ‘De nederzettingen beslaan 1,5 procent van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever’ als grotendeels onwaar.