Malafide helpers

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: schuld- hulpverlening.

Nederland, Nijmegen, 20-12-2008 De voedselbank probeert haar voedselpakketten aan kerstmis aan te passeen. Particulieren en bedrijven wordt gevraagd hun overtollige kerstpakketten en feestdagen voedsel aan te bieden. Foto: Flip Franssen

Op de rechtbank in Maastricht kennen ze de zwarte lijst van malafide bewindvoerders. Kleine bureautjes, vaak, die zeggen gespecialiseerd zijn in financiële bewindvoering voor mensen die op de rand van faillissement en maatschappelijke ontreddering balanceren. Maar op die zwarte lijst staan de namen van bureaus die hun cliënten nog verder in de schulden helpen.

Bij de gemeente Maastricht kennen ze die zwarte lijsten ook. Maar, net als elders in Nederland, kunnen rechtbank en gemeente weinig met die zwarte lijsten. De gemeente verstrekt die wel, maar rechters kunnen er vervolgens niets mee doen. Omdat het recht van mensen in financiële problemen om zelf een bewindvoerder aan te dragen, in de wet verankerd is. En de rechtbank de gemeente niet als ‘partij’ mag beschouwen bij de beoordeling van de geschiktheid van een bewindvoerder. En de rechtbanken zelf de capaciteit niet hebben om die bureaus te screenen.

Alleen al in de regio Maastricht zitten meer dan 5.000 mensen in een schuldhulpverleningstraject met een door de rechtbank toegewezen bewindvoerder. Een vak waar specifieke kennis voor vereist is. Wie dat wil, kan zich bij de rechtbank inschrijven en maakt vervolgens snel kans op toewijzing van cliënten.

Vaak nemen familieleden of vrienden die rol van financieel bewindvoerder op zich en gaat er weinig mis als het gaat om oma of een demente vriend. Maar een groeiend aantal mensen , zoals zwervers, psychiatrische patiënten of alleenstaanden, heeft geen vrienden en is aangewezen op commerciële bureaus. In Maastricht, bijvoorbeeld, is de helft van de mensen in de schuldhulpverlening aangewezen op die particuliere bureaus waarop elke integriteitscontrole ontbreekt.

Voor bureautjes die hun eigenbelang vóór dat van de cliënten stellen, kan dat bewindvoerderschap snel uitgroeien tot lucratieve handel. Rechtbanken stellen een een instapvergoeding vast en een jaarlijkse vergoeding voor gemaakte kosten. Wie slim shopt bij een rechtbank met een tekort aan bewindvoerders, kan in korte tijd honderden cliënten vergaren.

Zo is er in Limburg, maar ook elders, een nagenoeg ongecontroleerd circuit van malafide bewindvoerderskantoortjes ontstaan. Ze kleden, vaak gebruikmakend van geld uit de bijzondere bijstand van de gemeente, mensen in financiële nood nog verder uit. Veelal louche bedrijfjes, weten kenners van het veld, waar de dossiers van cliënten nauwelijks aangeroerd op een bed liggen.

Door onderbezetting op de gerechten worden ze nauwelijks gecontroleerd door de behandelende rechters. Evenmin door de Fiod/- ECD, die na een aantal geruchtmakende affaires in 2009 en 2010, geen opsporingsonderzoeken instelde, ondanks aanwijzingen voor delicten als oplichterij.

Gealarmeerd door de publiciteit over die affaires, dringt de Tweede Kamer al geruime tijd aan op betere controle en toezicht. Twee weken geleden vond de eerste (schriftelijke) bespreking plaats over wijziging van het Burgerlijk Wetboek ‘inzake onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen’.

Tot ongenoegen van de meeste fracties ontbraken in dat wetsvoorstel instrumenten om die malafide bewindvoerderskantoortjes aan te pakken. De SP had het over „bewindvoerdersbendes” die zelfs noodlijdende Alzheimerpatiënten verder in de problemen brachten. De PvdA drong aan op het mogelijk maken van zwarte lijsten van malverserende bewindvoerders, om te voorkomen dat ze na ontdekking bij de ene rechtbank, bij een andere rechtbank aan de slag kunnen.

Vooralsnog beperkt het kabinet zich in het wetsvoorstel tot controle door de rechtbank zelf (die daar geen capaciteit voor heeft) of controles aan de hand van verplichte accountantsonderzoeken. Inmiddels is er een Kamerbrede meerderheid die vindt dat er, hoe dan ook, een verder gaande controle op bewindvoerders in het wetsvoorstel moet worden opgenomen.

Het is de vraag of het kabinet tijdens behandeling van het wetsvoorstel in de Kamer aan die wens tegemoet zal komen.

Jos Verlaan

Suggesties voor deze rubriek aan ecorecht@nrc.nl

    • Jos Verlaan