Laat ik mij aanspreken op mijn daden? Of verberg ik mij? Ieder mens is gehandicapt

I. Menselijke beperkingen

‘Being disabled’, stelde socioloog en filosoof Tom Shakespeare, auteur van het boek Disability Rights and Wrongs (2006) ‘is a vital part in accepting what it is to be human.’ Een handicap daagt ons idee van mens-zijn uit. Dat wordt meteen duidelijk als we ons afvragen wat een handicap eigenlijk is. Iemand in een rolstoel is in feite alleen maar gehandicapt in een wereld met trappen en smalle supermarktgangen. De meesten van ons zouden gehandicapt zijn in een wereld waarin alleen gebarentaal wordt gesproken.

Wat is eigenlijk normaal en wie beslist dat? Ik, in mijn rolstoel, ben niet de enige die waarschijnlijk nooit de Mount Everest zal beklimmen. In principe zijn we allemaal gehandicapt voor zover er dingen zijn die we niet zomaar kunnen doen, maar die we met wat ondersteuning wel zouden kunnen.

De echte vraag is hier niet waar we de grens trekken tussen gehandicapt en normaal, maar welke menselijke capaciteiten essentieel zijn. Het denken over handicaps maakt duidelijk dat veel overtuigingen en waarheden die zo vanzelfsprekend lijken dit eigenlijk niet zijn. Ons idee van de betekenis van mens-zijn, en zelfs het beeld van mens-zijn, staan open voor discussie.

II. Cyborgs

We zijn allemaal cyborgs, menselijke robots. Dit betoogt de filosoof Andy Clark in zijn boek Natural-born Cyborgs (2004). Hij bedoelt niet alleen dat we in een oppervlakkige zin cyborgs zijn, omdat we gebroken botten met metaalplaten aan elkaar schroeven, pacemakers gebruiken en cochleaire implantaten ontwikkelen waarmee doven leren horen. Fundamenteler nog: we zijn symbioten van mens en technologie. We denken zowel met een biologisch brein als met niet-biologische hulpmiddelen. Neem bijvoorbeeld het vermenigvuldigen van grote getallen: we leren dat te doen met pen en papier en bewaren tussenstappen buiten ons brein. We zijn werktuiggebruikers: van pen en papier, via Google en mobiele telefoons, tot neurale implantaten. De grens tussen technologie en gebruiker wordt steeds dunner. Onze technologie is onlosmakelijk verbonden met wie we zijn en hoe we denken. Dat is zeker niet problematisch, eerder voordelig: zulke intieme relaties met techniek stellen ons in staat tot abstract denken en maken ons zo slim als we zijn. Mensen met een handicap weten volgens mij vaak meer over de symbiose met technologie dan anderen. Zij gebruiken allang technologie om zich te bewegen, te communiceren of op een andere manier met hun omgeving om te gaan. In dat opzicht zijn ze pioniers. Inmiddels heb ik de indruk dat sommige mensen zonder hun smartphone hulpelozer zijn dan ik met een lekke band aan mijn rolstoel.