Japan verliest greep op gadgets

De grote Japanse elektronicafabrikanten lijden miljardenverliezen. Ze worden ingehaald door concurrenten uit Korea en de Verenigde Staten.

A woman cycles past an electronics shop in the Akihabara district of Tokyo, Japan, on Monday, Feb. 14, 2011. Japan's gross domestic product fell less than estimated in the fourth quarter in a pullback that may prove temporary as overseas demand revives production after the nation fell behind China as the world's second-largest economy. Photographer: Tomohiro Ohsumi/Bloomberg Bloomberg

Al is Tokio een ingewikkelde stad, de meeste toeristen weten de weg naar Akihabara Station feilloos te vinden. Dat is het treinstation van de ‘gadgetbuurt’ van Japan en het kloppend hart van de beroemde elektronica-industrie.

Maar de knipperende neonletters Akihabara bevatten steeds minder Japanse karakters: elektronicareuzen als Sony, Sharp en Panasonic hebben de afgelopen jaren snel terrein verloren op concurrenten als Samsung (marktleider in televisies) en Apple en Google, die nu de smartphone-markt domineren.

In de jaren zeventig was de wereldwijde invloed van Japan op de elektronica-industrie groot. Je moest hier niet alleen zijn voor de mooiste digitale horloges: Japan maakte ook de snelste computers, de beste telefoons, de mooiste televisies en opzienbarende uitvindingen als de walkman. Maar wie de populairste gadgets van dit moment koopt, komt vaak niet meer uit bij een Japans merk. Dat blijkt uit de treurige cijfers die de technologiebedrijven vorige week presenteerden: scherp dalende omzetten en tegenvallende inkomsten.

Toshiba voorspelde 2,4 miljard verlies, Sharp 2,9 miljard en Sony 2,1 miljard euro. Panasonic brak alle records met een verlies van 7,8 miljard euro. De definitieve cijfers worden eind maart bekend gemaakt.

Net zoals de hele elektronica-industrie hadden de Japanse bedrijven last van de overstromingen in Thailand, waardoor de productie van kritische onderdelen in gevaar kwam. Maar de Japanse bedrijven bleef in 2011 niets bespaard. Er was een aardbeving, overstroming en een kernramp die het land ontregelden: de technologiebedrijven dreigen te worden verpletterd door de dubbele economische crisis. De eerste financiële crisis kon deels door stimuleringsfondsen van overheid worden opgevangen. Dat hield de cijfers in 2010 nog enigszins overeind, meldt Panasonic in zijn kwartaalrapportage. Maar het effect was tijdelijk en de terugval kwam in 2011 des te harder aan.

Panasonic constateert een terugval in omzet in de audiovisuele producten van 16 procent. De consumentendivisie is de grootste verliespost, hoewel Panasonic ook tegenvallers moest incasseren op de overname van zijn Japanse concurrent Sanyo. Dat bedrijf leek een aantrekkelijke investering, omdat het zich specialiseert in batterijen voor elektronische auto’s. Maar sinds de overname zijn de prijzen van batterijen sterk gedaald door toenemende concurrenten. Als gevolg daarvan daalde de omzet van Sanyo met 20 procent en moet Panasonic stevig afschrijven.

De achterstand van Japan heeft niet alleen economische oorzaken. De techbedrijven hebben de boot gemist in de snelst-groeiende gadgetcategorie, die van de smartphones. Daar zijn het de Koreaanse en Amerikaanse bedrijven als Apple en Google die de grote omzetten wegkapen.

Tien jaar geleden waren het juist de Japanners die een grote voorsprong leken op te bouwen met het mobiele web. De destijds beroemde iMode-toestellen waren de eerste vorm van mobiel internet, die tientallen miljoenen gebruikers had.

Maar iMode bleek niet zo makkelijk uit te breiden in landen buiten Japan. KPN deed in Nederland een poging om iMode op de markt te brengen. Het initiatief strandde omdat telefoonfabrikanten liever hun eigen technologie gebruikten.

Het mobiele web en de smartphone werden in 2007 opnieuw uitgevonden door Apple. Dat bedrijf wist met de iPhone wel een wereldwijde standaard te creëren, en daarop borduurde Google voort met Android-toestellen.

Japanse technologiebedrijven lopen op de wereldmarkt achter de feiten aan. Ze leveren wel onderdelen, maar drukken niet meer hun stempel op de gadgetmode. Met name Sony heeft moeite over te schakelen van hoogwaardige maakindustrie naar een wereld waarin software en diensten doorslaggevend zijn.

Het is niet voor niets dat de nieuwe topman van Sony, Kazuo Hirai, afkomstig is uit de PlayStation-divisie – waar louter geld verdiend wordt aan software. Nu moet Hirai die ervaring toepassen op Sony’s telefoondivisie, die het terugkoopt uit de joint venture met Ericsson. Ondertussen trekt Sony zich terug uit zoveel mogelijk fabrieken en verkocht zelfs zijn aandeel in een lcd-fabriek aan joint venture partner Samsung.

Panasonic blijft liever een typisch Japanse techgigant, die zowel koelkasten als fotocamera’s bouwt en de meeste onderdelen van zijn producten zelf vervaardigt. „We maken onze eigen spullen. We zijn en blijven een echte manufacturer”, zei de Europese Panasonic-topman Laurent Abadie vorig jaar in deze krant. Maar de vraag is hoe lang Panasonic zijn Japanse trots kan handhaven

    • Marc Hijink