Hoe Staal een half miljoen verdiende

Ex-Vestia-topman Erik Staal verdiende jarenlang tonnen bij ‘zijn’ woningcorporatie. Dat salaris werd al in 2002 goedgekeurd door president-commissaris Noordanus, nu burgemeester van Tilburg.

Geen gouden handdruk voor Erik Staal. De directeur die woningcorporatie Vestia vorige week achterliet met een miljardentekort is zonder afvloeiingsregeling met pensioen, volgens woordvoerder Ronald Florisson. Staal (60) mocht volgens zijn arbeidscontract vorig jaar al stoppen met werken. „Daar heeft hij nu gebruik van gemaakt.”

Of Staals pensioen net zo riant is als zijn salaris, is onbekend. Wel bouwde hij opvallend veel pensioen op. In 2010 verdiende Staal 499.473 euro bruto, volgens het jaarverslag. Daarvan was 30 procent (116.298 euro) gereserveerd voor ‘toekomstig loon’. De gemiddelde pensioenpremie is circa 20 procent.

Met een half miljoen per jaar was Staal verreweg de best verdienende corporatiedirecteur van Nederland. Vestia werd onder zijn leiding de grootste woningcorporatie van Nederland met 79.000 huurwoningen. De kerntaak van corporaties is het huisvesten van mensen met een smalle beurs. In de sector bestaat een gedragscode uit 2010 die 188.000 euro als maximum stelt, waarvan alleen in uitzonderingsgevallen vanaf mag worden geweken.

Hoe kreeg Staal zijn topbeloning?

In de eerste verplichte openbare lijst van topinkomens in de publieke sector uit 2007, waartoe ook woningcorporaties worden gerekend, staat het in staccato zo geformuleerd. De beloning van Staal is een „uitvloeisel van afspraak met Raad van Commissarissen uit 2002”.

Wie was toen de voorzitter van deze raad van commissarissen? De huidige burgemeester van Tilburg, Peter Noordanus (PvdA).

Er staat ook een korte motivatie bij de lijst uit 2007: „Vergoeding is bepaald gegeven de complexiteit van de omgeving, de zeer grote herstructureringsopgave, de omvang van de organisatie en de geleverde prestaties.” Vrij vertaald: Staal leidde een grote corporatie in zijn eentje, renoveerde flink en deed dat prima.

Gebruikelijk is dat twee of drie commissarissen bij het vaststellen van de topbeloningen het voortouw nemen. Noordanus was daar als president-commissaris een van.

Hij zegt in een reactie:„Ik trof het salaris aan zoals het was. Er lag een arbeidscontract, zo zat het. Ik heb het laten benchmarken en er was geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen, dan dat het een geldig arbeidscontract was. De discussie over beloningen in de publieke sector is later pas in volle omvang op gang gekomen.”

Staal had toen al een hele carrière achter zich. Hij werd in 1990 de baas van het Gemeentelijk Woningbedrijf Den Haag, dat in 1999 fuseerde met Vestia in Delft en Zoetermeer tot de Stichting Vestia Groep. Maar een ambtenarensalaris had Staal waarschijnlijk niet. Het gemeentelijke woningbedrijf werd in 1992 geprivatiseerd als stichting.

Wat Staal in die periode verdiende en welke verhogingen hij kreeg bij de groei van Vestia is niet in publiek toegankelijke bronnen na te gaan. In de jaarverslagen staat geen salaris vermeld, dat werd pas later verplicht.

Ook andere corporatiedirecteuren zijn meer gaan verdienen toen de woningcorporaties in 1995 werden losgekoppeld van de overheid, vertelt een betrouwbare bron uit de sector. Zij konden zich gaan spiegelen aan directeuren van grote commerciële vastgoedbedrijven en projectontwikkelaars. „Het was een publiek geheim dat als je het salaris door een bureau liet toetsen, er altijd een leuker bedrag uitkwam dan je tot dan toe verdiende.”

Dat Noordanus het salaris van Staal in 2002 heeft laten „benchmarken” – ofwel vergelijken met dat van andere corporatiedirecteuren – klopt. Toen werd al duidelijk dat de beloning voor Staal aan de hoge kant was.

Het leidde in 2006 tot een rel in de media. Toenmalig minister van volkshuisvesting Sybilla Dekker riep Vestia ter verantwoording. De raad van commissarissen van Vestia speelde bij die gelegenheid de zwarte piet toe aan de Hay Group, het adviesbureau dat het salaris van Staal voor 5.000 euro had geijkt. ‘Uit de toetsing bleek dat dat de beloning van het bestuur marktconform is’, schreef Vestia vergoelijkend op haar website.

De Hay Group reageerde gebelgd in de Volkskrant , de krant die de beloning van Staal van toen nog 438.000 euro openbaar had gemaakt. Het bureau had het salaris alleen naast andere salarissen in de branche gezet, maar had daarbij geen advies gegeven over de hoogte van het bedrag. De opdracht was toetsen en informeren, het oordeel was aan de raad.

„Bij de eerste de beste kritiek wees de raad van commissarissen naar ons”, herinnert Jeroen Kirch van de Hay Groep zich nu. „Maar wij hebben alleen de markt laten zien, niet gezegd dat het salaris ‘marktconform’ was. Staal zat toen hoog in de boom en blijkbaar nu nog. Wat ik wil benadrukken: nadien hebben andere commissarissen nog tien jaar lang gezegd dat het salaris van Staal passend was. Ondanks de veranderende opvattingen over en codes voor corporate governance.” Een van de huidige commissarissen is Noordanus’ echtgenote Susan Baart.

De rel verschrompelde aan het eind van de zomer in 2006. Staal had een „te sterke rechtspositie (...) om in te grijpen”, zo zeiden de commissarissen tegen minister Dekker.

Ze deden wel een toezegging: een toekomstige opvolger van Staal zou een lager salaris krijgen.