Goede dood op Vlieland beter dan de braadzak

Zondag presenteerde psychiater Boudewijn Chabot in Brandpunt (KRO) een voorlichtingsvideo voor „de heliummethode”. Daarin demonstreert een acteur die sterk doet denken aan Lou Landré (ooit welzijnswerker Sjakie in Flodder) hoe je zonder hulp van derden een einde aan je leven kunt maken.

Benodigd zijn onder meer twee tanks met helium uit de feestwinkel en een op maat van het eigen hoofd gesneden doorzichtige braadzak. Ik wist niet goed wat ik van de gebruiksaanwijzing voor een zachte dood moest vinden.

Enerzijds begrijp ik dat het bevrijdend is als ieder individu zelfstandig over euthanasie kan beslissen. Anderzijds is zelfdoding nu juist iets wat je misschien beter niet al te toegankelijk moet maken. Het ergst vond ik de treurigheid van de klinische demonstratie van de knutseldood.

Een dag later werd ik ook al niet vrolijk van de reportage in Nieuwsuur (NOS/NTR) over de oprichting van een „levenseindekliniek”. Steeds schoof het beeld van Kees van Kooten voor ogen, als enge man die met al zijn „nutteloze” buren de euthanasie wilde „bedrijven”.

Het ging gisteren ook over euthanasie in de tweede aflevering van de dramaserie Dokter Deen (MAX), maar dan op een warme, betrokken en persoonlijke manier. Dat verschil, tussen de onverschillige werkelijkheid van de braadzak en een zachte dood op maat geregeld door een bevriende huisarts op Vlieland, vormt een van de verklaringen voor het enorme succes van Dokter Deen.

Het gaat er niet alleen om dat het decor een overzichtelijke dorpsgemeenschap vormt, waar iedereen elkaar kent en nog een beetje op elkaar let. Het zou te makkelijk zijn om Dokter Deen zonder meer te scharen in het rijtje nostalgische hits als Boer zoekt vrouw en de verwachting van een Elfstedentocht.

Monique van de Ven doet het goed als op het eiland geboren buitenstaander. Her melodramatische scenario van de aflevering Afscheid bevatte veel eros en thanatos, geboorte en sterven, liefde en vervreemding. Maar ook al ben ik nog zo’n liefhebber van iets te vet aangezet melodrama, ook dat vormt geen volledige verklaring waarom ik zo val op Dokter Deen.

Het zit, denk ik, vooral in het bijzondere tempo van de vertelling. Ouderenomroep MAX wilde terecht een alternatief ontwikkelen voor de snel gemonteerde mozaïekvorm die tegenwoordig bijna het monopolie heeft bij tv-drama. In Dokter Deen kijk je soms minutenlang naar gedetailleerd verbeelde acties: een rit over het strand, medische handelingen, de geboorte van een veulen.

Regisseurs van de eerste twee delen, Erik van ’t Wout en Ron Termaat, kozen beiden voor die vorm, dus het was geen toeval, die verkwikkende traagheid.