Falen voor de Citotoets is verboden

Groep 8 van de basisschool begon vandaag aan de Cito-toets. Die bepaalt mede het vervolgonderwijs. Extra oefenen voor de toets is populair, maar weinig zinvol.

Vrijdag werd ze nog gebeld. Door een moeder die haar kind gisteren graag nog even bij haar langs had willen sturen met het oog op de naderende Citotoets. Danique Wiltink, eigenaar van huiswerkinstituut Didactique in Rotterdam-Kralingen, moest haar teleurstellen. „Normaal gesproken had ik ja gezegd, ook al was het kort dag geweest, maar ik zit helemaal vol.”

Vanmorgen is voor 162.000 kinderen uit groep acht van het Nederlandse basisonderwijs de Eindtoets Basisonderwijs begonnen, beter bekend als de Citotoets. Niet alleen bij leerlingen, vooral ook bij hun ouders loopt de spanning op. De test, tweehonderd meerkeuzevragen op het gebied van taal, rekenen en andere vaardigheden, wordt gezien als dé graadmeter voor de toekomst. Bij een hoge score hebben ouders een sterk argument om zoon of dochter naar havo of atheneum te sturen, bij een mindere uitkomst krijgt het vmbo-advies van de leraar een bijna dwingend karakter.

De gemiddelde score lag vorig jaar op 535,9 punten. Dat was 0,3 punt hoger dan in 2010. Cito zelf benadrukt dat de toets, ingevoerd in 1965, slechts „een objectief hulpmiddel” is bij de keuze van passend vervolgonderwijs. „De toets geeft een onafhankelijk advies naast het advies van de basisschool en de wens van ouders en leerling”, stelt de toets- en examenontwikkelaar uit Arnhem op de eigen website.

Voor ouders heeft de toets niettemin een bijna heilige status, stelt Vincent van Dijk van Huiswerkbegeleiding.nl, een website die verwijst naar aangesloten huiswerkinstituten. „Ze maken elkaar helemaal gek op het schoolplein. De toets wordt gezien als het afrekenmoment waarop simpelweg niet gefaald mag worden.” Gevolg: een groeiende vraag naar en een toenemend aanbod van huiswerkinstituten die Citotoetstrainingen aanbieden.

Op verzoek van het ministerie van Onderwijs inventariseerde het onderzoeksbureau Research voor Beleid twee jaar geleden de private geldstromen in het onderwijs. Uit het rapport Geld naast de school blijkt dat ouders voor hun kinderen in het basisonderwijs jaarlijks zo’n 19 miljoen euro uitgeven aan huiswerkbegeleiding, examentrainingen en weekend- en zomerscholen. Het aantal bedrijven dat die diensten aanbiedt – veelal eenmanszaken – wordt geschat op ruim 1.100. „En dan heb je ook nog het grijze circuit met de bijklussende docenten en studenten die in hun vrije tijd wat kinderen bijspijkeren”, zegt Van Dijk. De kosten variëren van 20 tot 60 euro per uur.

Over nut en noodzaak van Citotrainingen lopen de meningen uiteen. Voor veel ouders lijken de bijlessen een onmisbaar onderdeel van de scholing van hun kinderen geworden. Een korte rondgang leert dat maar weinig ouders hun keuze voor extra Cito-lessen met naam en toenaam willen toelichten. Of de leraar is niet op de hoogte, en dat willen zij graag zo houden om zijn oordeel niet te beïnvloeden. Of de gêne overheerst, andere ouders of kinderen hoeven niet te weten dat hun kind zich wekelijks buigt over Citotoetsen van voorgaande jaren.

Toetsontwikkelaar Cito is geen voorstander van speciale trainingen voor de eindtoets. „Het is goed om vooraf kennis te maken met de toets, maar dat gebeurt al op scholen. Al die trainingen zijn dus nergens voor nodig”, zegt woordvoerder Mariël van Dasler. Komt bij dat die extra trainingen zich richten op de methodiek; de kennis van het kind wordt niet aangescherpt. En het is allerminst bewezen dat veel oefenen leidt tot een hogere score.

Van Dasler wijst op een ongewenst neveneffect: „Wij vrezen dat de druk op het kind alleen maar toeneemt door al dat oefenen.”

Danique Wiltink, van huiswerkinstituut Didactique, kent de bezwaren tegen Citotoetstrainingen. Twaalf van de 23 leerlingen die zij begeleidt, krijgen Cito-bijles. „Het is mijn brood, en toch zeg ik vaak tegen ouders: til niet te zwaar aan die toets, het is maar een van de vele momentopnamen tijdens een schoolcarrière. Scholen kijken bij hun advies bovendien verder dan de Cito-uitslag.”

Maar voor ouders is en blijft de toets van wezenlijk belang, constateert Wiltink. „Met als gevolg dat kinderen vaak nog nerveuzer worden, en ik mijn lessen deels gebruik om die druk weg te nemen.”

Niet alleen ouders, ook middelbare scholen hechten veel waarde aan de toets. Hoe hoger de score, hoe groter de kans dat de leerling ook presteert in het voortgezet onderwijs en daarmee bijdraagt aan de goede naam en faam van de school. Het is een zichzelf versterkend proces, weet Van Dijk van Huiswerkbegeleiding.nl. „Iedereen jut elkaar op en de druk komt terecht bij het kind. Dat wordt onzekerder, wat ouders weer sterkt in hun opvatting dat een extra training geen kwaad zou kunnen.”

In een opiniestuk in deze krant keerde Van Dijk zich zeven jaar geleden al tegen Citotoetstrainingen. Is hij een roepende in de woestijn? Van Dijk, lachend: „Het is er in elk geval niet beter op geworden. Ik ken verhalen van ouders met kinderen van vier of vijf die zich al melden voor bijlessen. Wij ontraden dat ten zeerste. Kinderen moeten vooral ook kinderen kunnen zijn. Ze moeten niet alleen maar in de boeken zitten, ze moeten ook buiten spelen en sociale contacten opdoen. Dat is belangrijker dan die hele Citotoets.”