De onrust slaat toe: kan ik het nog?

NRC-redacteur (60) reed de Elfstedentocht in 1985, 1986 en 1997. Hij is ‘lid voor het leven’ en houdt een dagboek bij. „Ik moet het ijs op. En wel nu.”

De onrust is aangewakkerd. Aan schaatsen was ik deze winter nog niet toegekomen. Wie in België woont staat op achterstand, want kunstijsbanen zijn niet om de hoek. Ja, ijshockeybanen. Voor de echte schaatser is dat natuurlijk geen optie. Maar ik heb al jaren mijn schaatsmat en hometrainer. Als je een hele ruime vijftigplusser bent zoals ik, moet je het lichaam goed onderhouden. Anders zal het zeker niet lukken.

Die onrust is ook een vorm van onzekerheid. Kan ik het nog? Ik ben vijftien jaar ouder dan in 1997. En bijna dertig jaar ouder dan in 1985 en 1986. Dus schaatsen en uitrusting gaan de tas in en mee naar het werk. Ik moet absoluut het ijs op. En wel nu. Elke dag. Uitstel zou onverantwoord zijn.

Het begon vorige week al een beetje. Maar veel verder dan wat intensiever het weerbericht volgen ging het nog niet. Vrijdag was er de hevige sneeuwval. De Elfstedenkoorts verdween meteen. Altijd weer die sneeuw. Is het net lekker koud, krijg je dat.

Maar zondag kwam het terug, die onrust, in verhevigde mate zelfs. De langetermijnweersvoorspelling zag er toch wel verdraaid goed uit. En die bijeenkomst van de rayonhoofden, op zondag, dat was toch ook niet zomaar. Ik deed net wat leuks met de kinderen. Maar al heel gauw was ik bezig mijn schaatsen te slijpen. Want als het zo dichtbij komt, dan moet je handelen.

Meteen ook m’n oude schaatskameraad Klaas Postema gebeld – we waren samen al actief in studentenschaatsvereniging US/IJSVU. Klaas heeft, net als de vorige keren, ongevraagd al logies bij kennissen in Leeuwarden geregeld. Een geruststelling.

Door zijn werk aan de Rijksuniversiteit Groningen woont hij in het Noorden. Opgewekt vertelt hij dat hij vrijdag al 38 kilometer op het Paterswoldsemeer heeft gereden, zaterdag en zondag op beide dagen nog eens 60 kilometer op het Zuidlaardermeer. En vandaag gaat hij met fietsvrienden nog een „fors eind” schaatsen. Bovendien rijdt hij wekelijks op de kunstijsbaan in Groningen. Met z’n 58 jaar is hij nog bloedfanatiek.

Gistermiddag reed ik de eerste rondjes van zo’n vijf kilometer tussen Oud-Alblas en Alblasserdam. De goede balans is er weer. De onrust ebt een beetje weg. Het vertrouwen groeit.