De maskerloze mens

Albert Arts: Mijn mensbeeld is mede gevormd door een wijze uitspraak van mijn moeder: ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of de mensen doen het.’

Een mens kan je ten diepste ontroeren en schoonheid brengen, maar ook voor gruwelen draait hij zijn hand niet om. Wanneer het om de mens gaat, hoeft niets te verbazen: hij is, of lijkt, een tabula rasa waarop je alles kwijt kunt.

‘Wat is de mens?’ is zo bezien een welhaast onzinnige vraag: je kunt er alle kanten mee op. Vandaar dat deze vraag de mens blijft intrigeren. Prometheus bracht de mensen het vuur en Zeus stuurde er een doos van Pandora achteraan. De ene mens gebruikt het vuur om zijn hart en dat van anderen te verwarmen, de ander om boeken en ook mensen te verbranden, en sommigen doen het allebei.

Over welk mensbeeld hebben we het dan? De mens als persoon? Is het woord ‘persoon’ niet afgeleid van ‘persona’, een masker? Als de mens zijn masker zou durven afwerpen, zou er dan misschien zoiets als een voor iedereen herkenbaar mensbeeld verschijnen? Mijn zoon, een ‘rasechte’ mongool, komt aardig in de richting van een maskerloze mens. Maar wie wil tegenwoordig een mongool hebben, of wat voor ‘onzuiver’ of ‘gehandicapt’ mens dan ook? Hanteren we liever een gemaskerd of een geïdealiseerd mensbeeld? Of proberen we toch maar te zijn wie we zijn, of te worden wie we willen zijn, hoe moeilijk dat ook is?