Charles Dickens is niet dood!

Vandaag is het de tweehonderdste geboortedag van Charles Dickens (1812-1870). Waarom is hij nog actueel en welke personages zijn het grappigst?

Boekrecensent

Zó lang heeft vader William Dorrit opgesloten gezeten in de schuldgevangenis Marshalsea dat hij niet meer weet hoe het buiten is. Zijn kinderen kunnen in- en uitlopen, maar zelf zit hij vast. Langzaam maar zeker groeit hij uit tot het anker der schuldenaren, de ‘vader van Marshalsea’.

Van de Marshalsea-gevangenis, een typisch Dickensiaans, vermolmd, duister labyrint, rest in het Londense Southwark niet meer dan een stuk muur en een plaquette. Maar als metafoor is Marshalsea springlevend. Ga maar na. Wie erin terechtkwam, kwam er bijna nooit meer uit. De schuldgevangenen mochten niet werken, terwijl hun schulden vermeerderden met de kosten van de gevangenschap. Gevangen zitten in de schuld, en die schuld doorgeven aan de volgende generatie – dat is één van de thema’s van Dickens’ Little Dorrit en dat maakt dat economen er sinds 2008 interesse in hebben.

De roman verscheen tussen 1855 en 1857, maar is gesitueerd in 1826, omstreeks de tijd dat Dickens’ eigen vader gevangen zat in Marshalsea en volgens zijn biografen de kiem werd gelegd van Dickens’ sociale bewogenheid. Tussen het eerste en het laatste van de zeventig hoofdstukken van het boek Poverty en het boek Riches verliezen en winnen de hoofdpersonen fortuinen. Eén personage versmaadt een fortuin, maar zij is dan ook de heldin, ‘kleine’ Amy Dorrit, geboren in de schuldgevangenis, maar door haar onbaatzuchtigheid moreel zuiver.

Alle Victoriaanse romans gaan over geld, constateerde Margaret Atwood in haar financiële literatuurgeschiedenis Payback van een paar jaar geleden, en Little Dorrit is hiervan een perfect voorbeeld. De tientallen personages zijn er aan elkaar geklonken door morele en financiële schuld, waarbij ‘Guilt’ en ‘Debt’ steeds stuivertje wisselen.

Neem Mr. Merdle, de Dirk Scheringa of Bernie Madoff van zijn tijd. Uitgebreid beschrijft Dickens de protserige diners van de Merdles, waar de Staat, de Kerk en alle andere elites zich bij hem inlikken. ‘Tijdens het diner werd hij benijd en gevleid, ge-ministerd, gerechtbankt en gebisschopt.’ De eerste keer neemt zo’n beschrijving pagina’s in beslag, daarna hoeft Dickens er alleen nog op terug te komen om duidelijk te maken hoezeer sprake is van ‘Government Inc.’, de verstrengeling van financiële en politieke elite.

Maar dan knapt de zeepbel en Merdle pleegt zelfmoord, het geld loopt weg met het bloederige badwater en ‘ontelbare lieden van verschillende beroepen en met allerlei zaken zouden door zijn insolventie in moeilijkheden komen, oude mensen die hun hele leven geen zorgen gekend hadden, zouden geen andere plaats hebben om berouw te voelen over het geschonden vertrouwen dan het armenhuis. ’

Al even omineus en beroemd is hoofdstuk tien, de tirade tegen het ‘Circumlocution Office’. Dit is het ‘Ministerie van Omhaal’ dat papier verplaatst, maar speculanten en uitknijpers de vrije hand laat. Met venijnige ironie beschrijft Dickens het wezen van de politiek: met veel vertoon van daadkracht de status quo handhaven. „Het is waar dat iedere nieuwe minister en iedere nieuwe regering – aan het bewind gekomen omdat zij van oordeel was dat er dringend iets gedaan moest worden – dadelijk zich er met alle kracht op toelegden hoe het niet te doen.”

In de negentiende eeuw was het kapitalisme relatief nieuw. Weinigen begrepen hoe het werkte, hoe mensen steenrijk werden zonder iets te doen wat op echt werken leek. Dit mysterie van geld maken met geld domineert het boek. Duister en benauwd en vol onverwachte slagen van het lot is het bestaan in Little Dorrit, slechts af en toe verlicht door een zonnestraal van goedheid. Fortuinen vallen uit het niets en gaan dan weer in rook op.

‘Eruit komen?’ zegt de cipier van Marshalsea, niemand komt er ooit uit ‘tenzij zijn crediteuren hem bij zijn schouders grijpen en hem eruit duwen’. Dorrit heeft in Marshalsea de ‘doffe verlichting’ gevonden van berusting in zijn situatie. Zijn lot geeft nu opnieuw te denken; wij en onze kinderen zitten in het Marshalsea dat we zelf hebben gebouwd.