Anti-oorlogskunstenaar met as, aarde, modder en klei

Hoe aards en alledaags zijn werk ook oogde, voor kunstenaar Antoni Tàpies waren zijn schilderijen geladen met symboliek.

De Spaanse kunstenaar Antoni Tàpies in 2006 Foto AFP

Antoni Tàpies, de Spaanse kunstenaar die gisteren op 88-jarige leeftijd overleed, vond dat het karakter van een mens was af te lezen aan zijn naam. Zijn eigen naam betekende ‘muren’ in het Catalaans. En inderdaad, bijna een halve eeuw lang heeft Tàpies schilderijen gemaakt die veel van muren weghebben. Hij schilderde vaak met aardetinten, en bracht de verf zo dik aan dat zijn abstracte doeken wel gestuct leken. Vaak kraste hij met bruut geweld tekens of cijfers in de huid van zijn schilderijen – gekerfde tekeningen die hij zelf met tatoeages vergeleek, maar die ook veel weghebben van graffiti op een stadsmuur.

Tàpies geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de materieschilderkunst. Hij studeerde aan de Duitse School in Barcelona en volgde drie jaar een rechtenstudie aan de Universiteit van Barcelona, maar besloot zich vanaf 1946 volledig op het schilderen te richten. Als autodidactisch kunstenaar maakte hij in die eerste jaren vooral surrealistisch werk, waarvoor hij zich sterk liet beïnvloeden door Paul Klee en Joan Miró. In de vroege jaren vijftig woonde hij enkele jaren in Parijs, toen het culturele hart van Europa, en kwam hij in contact met de abstracte Franse schilderkunst van onder meer Jean Dubuffet. Ook hield hij van de absurde readymades van Marcel Duchamp en de alledaagse collages van Kurt Schwitters. En vooral van de foto’s die Brassaï maakte van de muren in de Franse hoofdstad.

Vanaf die tijd begon Tàpies zijn ‘informele’ schilderijen te maken, met alledaagse materialen als klei, papier, touw, emmers, spiegels en vodden. Tàpies was een van de eerste kunstenaars die op deze wijze afval door zijn schilderkunst mengde – ver voor collega’s als Robert Rauschenberg, Julian Schnabel, Anselm Kiefer of de Arte Povera-kunstenaars op dat idee kwamen. Later, in de jaren zeventig, begon hij onder invloed van Pop Art zelfs hele stoelen en kasten in zijn werken te stoppen.

Maar hoe aards en alledaags zijn werk ook oogde, voor Tàpies waren zijn schilderijen geladen met symboliek. „De symboliek van het stof bijvoorbeeld, van as, aarde, van modder en klei waaruit de mens voortkomt en waarnaar hij terugkeert; de symboliek van de zandkorrels die duidelijk de fragiliteit en onbeduidendheid van ons leven aantoont en de solidariteit die eruit blijkt.” Voor Tàpies waren de verschillen tussen de ene of de andere mens hetzelfde als tussen de ene en de andere zandkorrel: „Namelijk geen enkel verschil.”

In het Spanje onder Franco hadden zijn doeken ook politieke betekenis. Zijn schilderijen, zo zei Tàpies, „waren gerelateerd aan een wereld van clandestien protest dat je kon vinden op de muren van mijn land”. Een abstract schilderij met de onschuldige titel Groot schilderij met stippellijnen kon een muur met kogelgaten voorstellen, een doek getiteld Gekruisigde vorm, met de suggestie van een mannelijke torso, herinnerde aan de muur van een verhoorkamer. Muren konden bij Tàpies symbool staan voor klaagmuren of gevangenismuren, „voor afscheiding en voor afzondering”. Daarmee plaatste Tàpies zich nadrukkelijk in de traditie van de anti-oorlogskunst van zijn landgenoten Goya en Picasso.

In 1983 maakte Tàpies in opdracht van de gemeente Barcelona een ode aan zijn collega en stadsgenoot Picasso. Het beeld is nog altijd te bewonderen op de Passeig de Picasso: een grote glazen kubus die gevuld is met modernistisch meubilair uit de tijd dat Picasso in de stad leefde. Een jaar later, in 1984, werd Tàpies zelf geëerd met een eigen museum, de Fundació Antoni Tàpies, dat nog steeds een van de best bezochte kunstinstellingen in Barcelona is.

Wegens zijn verdiensten voor de Spaanse schilderkunst werd Tàpies in 2010 in de adelstand verheven. Sindsdien luidde zijn naam Markies de Tàpies.

    • Sandra Smallenburg