Aankleden? Schooltas dragen? Dat doet de nanny

De meeste wachtende dames op het schoolplein in Rio de Janeiro dragen witte kleren. Shorts, T-shirts en slippers. Bijna allemaal zijn ze donker. Verderop staat een kleiner groepje blanke vrouwen; hoog gehakt en met hippe jurkjes.

De donkere vrouwen zijn de nanny’s, ze komen de kinderen van hun bazen ophalen. De blanke vrouwen zijn een paar meegekomen moeders. Een van hen is Renata, de moeder van Duda, een klasgenoot van mijn dochter. Duda’s nanny, babá in Brazilië, staat een eindje verderop met haar collega’s te praten.

Binnenkort komt Duda bij ons thuis spelen, zo spreken we af. Renata vraagt of het goed is dat de nanny dan ook meekomt. ‘Ach, dat is toch niet nodig’, zeg ik. ‘Die meisjes vermaken zichzelf wel.’ Renata kijkt bezorgd.

Het meesturen van de babá is normaal hier. Kinderen van de Braziliaanse elite en middenklasse worden allemaal opgevoed door een babá. In sommige gezinnen heeft zelfs ieder kind een eigen nanny. Dan zijn er nog de weekend-babá’s, die werken als hun doordeweekse collega’s vrij zijn.

Duda’s doordeweekse babá is de 39-jarige Anete Monteira, zelf moeder van drie kinderen. Als zij werkt, worden haar twee jongste kinderen opgevangen door een tante. Monteira ziet ze alleen in het weekend. Donkere wallen verraden een zwaar leven. „Maar als ik niet als babá zou werken, hadden mijn kinderen niets te eten”, vertelt Monteira op het schoolplein.

De dagen van een babá zijn vaak lang. Ze volgt het kind als een schaduw. Trekt zijn schoenen aan, kleedt hem, doet hem in bad, brengt hem naar school en draagt zijn tas. Een zevenjarige kan zich daardoor bijvoorbeeld amper zelf aankleden. Sommige babá’s slapen op de kamer van het kind, zodat de ouders er ’s nachts niet uit hoeven.

Ook neemt de babá het kind mee naar de bioscoop of theater als de ouders bijvoorbeeld aan het winkelen zijn. Gaat een familie een dagje naar het strand, dan is de babá, gekleed in het wit, ook van de partij. En tijdens de zondaglunch, een traditioneel familiemoment, eten de nanny’s vaak mee. In restaurants zie je regelmatig aan het einde van een lange tafel de babá bij de kinderen zitten. Als er eentje naar het toilet moet, gaat zij vanzelfsprekend even mee.

Een speelafspraak zonder babá is dan ook een kleine revolutie in het leven van het vriendinnetje van mijn dochter en haar moeder. Na mijn antwoord dat Duda, zeven jaar oud, prima in haar eentje kan komen spelen, wordt langzaam duidelijk waarom het zo belangrijk is dat haar nanny altijd in de buurt is. Moeder Renata zegt aarzelend: „Er is een klein probleempje. Duda kan niet zelf haar billen afvegen.”

Correspondent Latijns-Amerika

    • Philip de Wit